Expert meeting Indicatoren

Expert meeting Indicatoren voor een Duurzame en Solidaire Economie

Datum: 15 april 2011

Tijd: 9.30 uur

Plaats: Utrecht

Achtergronden:

Er is een toenemende urgentie om beleid te ontwikkelen gericht op de snelle aanpak van de ecologische en sociale mondiale crises op gebieden als klimaat, overgebruik van de biologische capaciteiten, grootschalige armoede en toenemende inkomensongelijkheid. Daarvan afgeleid is er een toenemende urgentie om te beschikken over de noodzakelijke economische beleidsinstrumenten. Daartoe behoren ook de zo correct mogelijke beschrijving en analyse van deze crises, zowel in termen van doelvariabelen als van besturingsvariabelen. Er is gedurende de laatste decennia veel werk verricht om hiervoor de meest adequate indicatoren te ontwikkelen en toe te passen, deels vanuit de kritiek op de tekortkomingen van het BBP en het daarmee verbonden beleid van economische groei.

Binnen het Platform DSE en deels ook binnen de Alliantie FGD hebben discussies plaatsgevonden die laten zien dat er verschil van inzicht is over de gebruiksmogelijkheden en de daaruit te trekken consequenties van beleid. Daarbij ging het met name over twee onderwerpen:

  • De relatie tussen de Ecologische Voetafdruk – EV, het Duurzaam Nationaal Inkomen – DNI, en de bevolkingsomvang.1
  • De mogelijke beleidsconsequenties van de volstrekt te grote EV, en dan met name de eventuele noodzaak van beleid voor krimp van de bevolkingsomvang, naast de verkleining van de EV.2

Daarnaast is tijdens de Vierde conferentie van Tilburg in Workshop 5 gesproken over de noodzaak en mogelijkheden van een duurzame en solidaire Macro Economische verkenning (ook wel MEV+ genoemd) als alternatief voor de jaarlijkse MEV van het CPB.3 Ter illustratie van het mogelijke verschil in aanpak (en dus de relevantie) van de MEV en de MEV+ werden twee varianten van de eerste alinea;s van beide rapportages gepresenteerd:

MEV 2011: “De Nederlandse economie herstelt zich sinds de tweede helft van 2009 van een uitzonderlijk diepe recessie. Het herstel houdt nu al vier kwartalen aan (met positieve kwartaal-op-kwartaalgroei), maar is verre van uitbundig. . Na een krimp van het BBPmet 3,9% in 2009, wordt voor 2010 voor Nederland een economische groei geraamd van 1¾%. In 2011 vertraagt de groei tot 1½%. Deze vooruitzichten wijzen op een gematigd herstel.”

En MEV+ 2015: “De recessie in de wereldeconomie en in Nederland heeft zich sinds 2010 verdiept. De ISEW blijft een licht dalende tendens vertonen, de Gini-coëfficient laat een verdieping van de inkomensongelijkheid zien, en de vergroting van de EV wijst op verdere afname van bestaanszekerheid. Dat weerspiegelt zich in de daling van de leefsituatie index van de Nederlanders met lage en middeninkomens. En dat alles ondanks een lichte stijging van het BBP. Wel is de afstand tussen het DNI en het BBP verkleind, dat wijst op een vermindering van de kosten van verduurzaming van de Nederlandse economie.”

Als mogelijke karakteristieken van de MEV+ werden de volgende genoemd.

  • Begin beschrijving en analyse in termen van mens- en natuurwaarden.

  • Geef alternatieve indicatoren een centrale plek (bijvoorbeeld ISEW, HPI, Gini coëfficient, EV, LPI, DNI, SSI, BOA index).

  • Leg relaties met variabelen uit andere domeinen (bijvoorbeeld gezondheid, onderwijs, Leefsituatie Index).

  • Leg relaties met mondiale ontwikkelingen en repercussies.

  • Daarnaast ook vertaling in “monetaire” termen, inclusief gebruik BBP.

Het beraad over een MEV+ wordt binnenkort voortgezet. Het Platform DSE streeft naar de ontwikkeling, op korte termijn, van een MEV+. Ook hiervoor is meer duidelijkheid nodig omtrent de noodzaak en mogelijkheden van alternatieve indicatoren voor een ‘Fair & Green Dashboard’.

Deze discussie werd extra relevant vanwege de verschijning in 2009 van de Monitor Duurzaam Nederland, ontwikkeld door het CBS in samenwerking met het CPB, de PBL en het SCP. Deze Monitor is een stap vooruit in de ontwikkeling van beleidsinstrumenten, maar schiet nog steeds tekort. Zo kregen de binnen het Platform DSE hoog geachte indicatoren als de ISEW, het DNI, en de EV binnen de monitor geen duidelijke plek. Daarnaast is de beschrijving en analyse van de Monitor hoofdzakelijk op Nederland gericht, en dat terwijl het PDSE voorrang wil geven aan de mondiale beschrijving en analyse, vanwege de hoge graad van mondialisering van de economie…

In 2009 verscheen ten behoeve van het Innovatienetwerk de studie van Biba Schoenmakers: Alternatieve economische systemen – Een exploratieve studie naar bruikbare concepten voor het ontwerp van een geregionaliseerd landbouwsysteem, Daarin wordt ook ruime aandacht gegeven aan alternatieve indicatoren. Zij wordt o.a. gebruikt bij de ontwikkeling nvan een Groene Scan voor de provincie Zeeland. Dit illustreert eens te meer de relevantie van deze expert meeting.

Doel van de expert meeting:

Vanuit deze achtergronden geldt de volgende doelomschrijving: duidelijkheid verschaffen omtrent de juistheid, bruikbaarheid en beperkingen van alternatieve indicatoren als de ISEW, het DNI, de EV, de LPI, de SSI en de Waterfootprint, zowel in hun eigenstandigheid alsook in samenhang met andere indicatoren, inclusief die van de bevolkingsomvang.

Dagvoorzitter: Jan Pronk

Programma:

9.30 – 10.00 uur: Aankomst en koffie

10.00 -10.15 uur: Lou Keune: welkom; doel en programma van de EM

10.15 – 10.40 uur: Jan Juffermans en Quintijn Hoogenboom: de Ecologische en Water-voetafdruk en de relatie met bevolking

10.40 -11.05 uur: Brent Bleys: de Index of Sustainable Economic Welfare

11.05 – 11.30 uur: Roefie Hueting en Bart de Boer: het Duurzaam Nationaal Inkomen

11.30-11.35 Koffie / Thee

11.35 – 12.45 uur: Eerste discussieronde: welke overeenkomsten zien we, welke op-merkelijke verschillen, en welke relaties bestaan er?

12.45-13.45 uur: Pauze

13.45 – 15.00 uur: Tweede discussieronde: bruikbaarheid van de alternatieve indicatoren, gezien de urgentie van de ecologische en sociale problematieken, en de noodzaak van ingrijpende en structurele maatregelen.

15.00 – 15-05 uur: Pauze

15.05 – 16.20 uur: Derde discussieronde

– Hoe relaties te leggen met variabelen uit andere domeinen (bijvoorbeeld gezondheid, onderwijs, Leefsituatie Index)?

– Hoe relaties te leggen met, cq het primaat te geven aan, mondiale ontwikkelingen?

16.20 – 17.00 uur: Conclusies (voorzet: Roefie Hueting).

17.00: Sluiting en borrel

1 Zie: De relatie tussen de Ecologische Voetafdruk, het Duurzaam Nationaal Inkomen en de omvang van de bevolking.

2 Zie: Op weg naar mondiale duurzaamheid – Minder materiële consumptie en/of minder mensen (WVN).

Slotwoord Lou

Lou Keune heeft het allerlaatste plenaire woord en trekt wat conclusies. Allereerst staat hij stil bij het overlijden van onze trouwe medewerker Martijn Pruijser, die onder andere veel aan de internetafdeling van het project gewerkt heeft . Vervolgens wijst hij op wat er in Egypte en omstreken gebeurt, dat alles te maken heeft met voedselschaarste en ons beslag op de aarde. Het is daarom belangrijk om goed te volgen en solidariteit te betuigen.

Hij vat de ontwikkeling van het project samen, van conferentie en petitie rond ‘eerlijk rekenen’ tot de verklaring van Tilburg en meer. Toen zijn ze zich meer gaan toeleggen op concrete operationalisering.

We hebben geprobeerd te schetsen welke stappen er gezet moeten worden. De Fair & Green Deal is niet volmaakt maar een goeie tussenstap. Nu is de fase aangebroken van implementatie: het moet nu uitgevoerd worden. Vandaar de term ‘routeplan’. We moeten proberen tot iets te komen dat leidt tot een echte omvorming van de economie. Daarbij moeten we beseffen dat als we daar echt toe komen dat ‘geen kattepis’ is. Het zijn vraagstukken van overleving en van oorlog en vrede, dat vergt ingewikkelde samenwerkingsverbanden maar is ook een politiek en financieel probleem. We moeten oppassen voor de valkuil van de depolitisering. Alles dat met macht te maken heeft gaat over politiek. En we moeten realiseren dat we flinke tegenkrachten op ons af zullen krijgen. Dat is geen reden om het niet te doen, maar is belangrijk om te beseffen.

Belangrijk punt is dat we ook een zeker elan presenteren. Flink, gezellig, en optimistisch, uitstralen dat het kan. Zonder Obama te willen herhalen. Op dat gebied hebben we een probleem. Vergelijk onderzoek van van Zutem over de vakbeweging in de jaren ’70: ‘Vakbeweging, geen beweging’. We zijn teveel goed geworden in het stilstaan en dagelijkse beslommeringen. We moeten ons daaruit losweken en naar buiten treden. Denk aan het Plan van de Arbeid van de jaren ’30, dat werd gestart door allerlei sociale bewegingen als zoektocht naar een antwoord op de crisis van de jaren ’30, oa. Tinbergen zat daar achter. Maar het was geen kwestie van alleen intellectuelen, je ziet aan de affiches uit die tijd dat het ook om gewone mensen ging. Het was overal middelpunt van discussie en dat moeten we weer zien los te krijgen. Het was tegelijkertijd een groot plan en erkenning van de concrete leefsituaties van hele gewone mensen. Dank aan Nivon dat ze besloten hebben om een eenvoudige versie van de FGD te maken en in lokale afdelingen tot onderwerp te maken, dat zouden ook andere instellingen moeten doen.

Deze dag heeft niet echt een routeplan opgeleverd, maar wel veel zaken opgeleverd: duidelijke ondersteuning, in verschillende workshops veel concrete suggesties en bijdragen. Als platform moeten we al die zaken bij elkaar vegen, verder handen en voeten geven. Over vier jaar moet er immers een plan van transitie ontwikkeld en gestart zijn.

verder zijn er verschillende expertmeetings in voorbereiding, er wordt een tweede cursus gehouden over de achtergronden van de FGD in Amersfoort. Er wordt gedacht aan cursussen over vervolgthemas zoals de strategie. En we moeten hard werken aan de financiële basis, die is zeer wankel, we zouden het liever niet over hebben maar stellen alle ideeën op dat gebied op prijs.

Ten slotte wordt iedereen bedankt, van de dames van de catering, techniek, subsidiegevers, sprekers, etc.

verslag slotdebat

Het Slotdebat: Op weg!

met :

  • John Huige (Platform DSE)
  • Leida Rijnhout (directeur ANPED)
  • Hans Berkhuizen (directeur Milieudefensie)
  • Giuseppe van der Helm (Directeur VBDO, Voorzitter Eurosif)

John Huige vervangt peter Tom Jones die met griep in bed ligt.

De eerste vraag is of ze de inschatting van Platform DSE delen dat gebrek aan samenwerking het voornaamste struikelblok is om transitie te bereiken.

John Huige (JH): Gelijkwaardige maatschappelijke dialoog is belangrijk uitgangspunt om toe te werken naar een gedeeld toekomstbeeld. Maar dat laatste moet er dan ook zijn. Tegelijkertijd niet conflicten toedekken zoals vaak in het poldermodel gebeurt. Convergentie in visievorming. Maar veel organisaties durven daarbij te weinig, ontberen maatschappelijke moed om stapje verder te doen, omdat ze bang zijn om subsidie of leden te verliezen, of door belangen van bestuurders. Op dat gebied is leiderschap belangrijk. In Nederland is nauwelijks dialoog tussen ngo’s en overheden

Henk Berkhuizen (HB): De leden van milieudefensie vragen zelf om een ‘groter verhaal’, daarom ook aangesloten bij de alliantie Fair & Green Deal. Hij heeft eerst geprobeerd om de natuur-en-milieu-organisaties erachter te krijgen en heeft de Fair & Green Deal tekst naar een aantal van hen gestuurd. Daarop kreeg hij van een van hen een sms terug met het standpunt (van een van de directeuren) dat het om een “antikapitalistische verhaal voor het radicale deel van de milieubeweging” zou gaan waar ze “niets mee kunnen”. De directeur zou alleen wat hebben aan een “reëel enthousiasmerend verhaal gericht op overheden en bedrijfsleven”. Het leidt tot hilariteit in de zaal en forumleden die naar hun hoofd grijpen. Die samenwerking gaat dus nog niet zo soepel. Het eindplaatje schetsen lukt nog wel, maar de weg daar naartoe?

Giuseppe van der Helm (GvdH): Komt uit het bedrijfsleven, verbaasde zich aanvankelijk over gebrek aan samenwerking en de concurrentie in ngo-land. VBDO is multi-stakeholder, met leden uit allerlei sectoren, dus juist met als doel samenwerken, op deelterreinen gaat dat heel goed. De rol is vaak ook om in besloten kringen de vragen mee te nemen van groepen die niet uitgenodigd worden en waar VBDO wel binnenkomt. Ze volgen ook actief grote bedrijven.

HB: Milieuorganisaties zijn misschien wat afgedwaald van wat oorspronkelijk het doel was, en moeten dat nu weer terugvinden, eigenlijk is er hernieuwd contact met de achterban. Maatschappelijke organisaties hebben elkaar nu steeds harder nodig. Zorgvuldiger afstemmen en afspraken maken, ook als er media in beeld komen en men elkaar liever zou verdringen.

Leida Rijnhout (LR): Wordt gevraagd of het verdwijnen subsidies nieuwe kansen biedt. Leida vindt van niet, het is de plicht van regeringen om dergelijke organisaties te ondersteunen, daar betalen mensen belastingen voor. Je kunt elke crisis wel gebruiken om er wat uit te slepen. Betere taakverdeling is wel nodig. Maar samenwerking is niet altijd hetzelfde: krachten bundelen voor een gezamenlijk doel is een, dialoog is veel vrijblijvender, ieder houdt dan zijn eigen belangetje. Bij tegenmacht vormen heb je meer aan kwaliteit dan kwantiteit, want dat laatste voert tot verwateren en compromissen.

GvdH: Doen onderzoek en lobby maar ook wel degelijk tegenmacht, door duidelijke benchmarks te hebben. Je kunt activiteiten spreiden, zodat je en kunt samenwerken en waar nodig is ook kritiek kunt leveren. Eigen identiteit moet ook plek kunnen behouden; waar ga je voor en wat zijn je waarden. Dat moet je niet inleveren, dat vindt niemand leuk, ook de ‘tegenstander’ heeft er namelijk niets aan, met als voorbeeld sterk verwaterde ‘eerlijke bankwijzer’.

JH: Twee wegen naar Rome zijn beide nodig: De stappen van de concrete praktijk, en het grotere verhaal. In workshop 9 (over groei/krimp) zaten 40 mensen die grotendeels aan de slag wilden, maar ook het grote verhaal deelden.

-Korte discussie over inactieve rol vakbeweging –

GvdH: Vakbonden zitten in een spagaat. Ze vertegenwoordigen ook de belangen van hun achterban, bijvoorbeeld de pensioenen van hun leden in pensioenfondsen, die twee petten kunnen verlammend werken.

JH: Misschien meer op lager lokaal niveau en met gewone leden gaan werken, niet meteen zo hoog mogelijk waar het moeilijk gaat. Ook dat is horizontaler insteken.

Vraag Evelijne: Er is een ‘aanzet tot een routeplan’ geschreven voor deze conferentie, met toekomstbeelden op verschillende niveaus en een algemene visie, een positief perspectief. de vraag is of dit werkt, samen met de Fair & Green deal.

LR: Zeker wel, maar dat toekomstbeeld moet nog verder vormgegeven worden. Wat nu is gebeurd is alvast een aantal belangrijke kaders beschrijven. Het moet ook niet dogmatisch worden. Iedereen moet er zijn ding mee doen. vervolgens moet je een stappenplan maken, backcasting. Zie het als een puzzel waar iedereen een deel in heeft, dat is essentieel anders dan hokjes. Nu is het verdeel-en-heers.

GvdH: Dit hier is een dappere poging om de gedetailleerde ideeën samen te brengen. Maar wat opvalt is: weinig aandacht voor de financiële kant van de zaak en de rol van het bedrijfsleven is drastisch ingeperkt. Maar zonder het bedrijfsleven zal het niet lukken, die hebben ook de middelen en er gebeurt veel. Ze moeten wel transparanter worden, de regels van het spel moeten misschien veranderen maar je moet ze wel laten blijven doen wat ze het best kunnen: innovatief zijn en ondernemen.

Vragen/opmerkingen in de zaal: Vakbeweging heeft problemen met krimp omdat dat banen kan kosten. Maar andere initiatieven doen ze wel actief mee: bankwijzer, tax justice, financial transaction tax.

Subsidies zijn niet duurzaam, je moet winst maken, zo werkt de wereld nu eenmaal. Fair niet vergeten: ondernemers willen wel groen maar meestal niet eerlijker verdelen. Aandacht voor opstand Egypte, Nederlandse zakelijke belangen gaan alweer voor. Praten alleen is niet genoeg, ook wat doen.

GvdH: Of bedrijven wel willen delen: Ze werken natuurlijk in een structuur en er is natuurlijk greenwashing, maar je ziet veel verschuiving en daadwerkelijke bezorgdheid, bijvoorbeeld over mensenrechten (DSM). Kijk naar de voorlopers. Ook binnen bedrijven wordt druk uitgeoefend. Duurzaam gaat over meer dan groen, ook over diversiteit, gender enzo.

JH: Bedrijven doen goede dingen maar blijven financiële organisaties die hun aandeelhouders moeten tevreden stellen dus op lange termijn niet duurzaam. Inkaderen in streng beleid, quotering enzo.

GvdH: Via aandeelhouders kun je ook duurzaamheid eisen.

LR: Heeft er moeite mee om bedrijven te zien als onderdeel van het maatschappelijk middenveld. Ze zijn er niet voor het algemeen belang maar voor hun eigen belang. Het zou niet meer dan hun plicht moeten zijn om fair en green te doen. Veel multinationals hebben eeuwen slechte rol gespeeld en zijn nu ineens ‘om’ omdat er geld te verdienen is. Het zijn maar instrumenten, geen doel op zich.

Interventie Christiaan van Platform DSE: Iets scherper inzetten: Duurzame producten op zich zegt niets, gaat ook om omvang productie. En er moet ook nagedacht worden over krimp, maar daar zullen bedrijven niets aan kunnen verdienen.

HB: Milieudefensie maakt onderscheid tussen korte en lange termijn. Op korte termijn is een aantal bedrijven soms medestander. Wat hun rol uiteindelijk kan zijn, is een ander verhaal. Bovendien bij politiek en consumenten is weinig te bereiken momenteel.

Vragen/opmerkingen publiek: Solidair moet men ook zijn met toekomstige generaties. Nu wordt niet gepraat over het ‘hoe’ alleen over het ‘wat’. Zonder pressie gebeurt er niets, al is je idee nog zo goed. Vraag: afromen aandeelhouders voor duurzaamheidsfonds. (voorstel moderator voor alle overgebleven ideeën om na afloop een uitruil bij het podium te organiseren). Maatschappelijke organisaties hebben ook vermogen (reserves) en beleggen dat ook slecht.

HB: Krimp is de lastige boodschap, moeten we ook durven te brengen, maar niet te kort door de bocht. Ook daar hoort een groter verhaal bij en zorgvuldig/slim communiceren. De reserves van Milieudefensie worden niet belegd, maar op een spaarrekening bij Triodos gezet

LR: Is actief in de degrowth beweging (‘krimp’). Die is nodig in het Noorden zodat het Zuiden kan groeien. krimp is geen doel op zich, het gaat om herverdeling. In Oost Europa kiezen ze voor andere omschrijving zoals Resource Kept economy, elders is de term Steady State Economy opgekomen. Je moet met je economie binnen onze ecologische en sociaal kapitaal houden.

GvdH: Dat klinkt al beter, krimp valt niet goed. ontkoppeling tussen krimp in fysieke en financiële zin is ook goed. Hier ook rol van overheid want bedrijfsleven moet naar rendement streven dus die zal daarin niet het voortouw nemen. De overheid moet dat doen. Maar die volgt de realiteit van de markt en de kiezer, en doet het dus ook niet. Bedrijven hebben veel nadelen maar ook een voordeel: ze kunnen als ze willen heel snel iets veranderen. Voorbeeld Philips en arbeidstijden in China. Maar alleen als burgers gemobiliseerd worden.

JH: De neoliberale hausse van de jaren ’80 is er niet door burgers gekomen, maar door politici en bedrijfsleven en we zijn nog steeds bezig dat weer terug te draaien. De rancune zegt dat links aan de macht was, maar dat is niet zo, dat zijn sprookjes.

Groei heeft een heel positief imago, en krimp niet. We moeten zoeken naar de positieve verhalen over krimp, die aangeven dat krimp ook een kans is. Als we dat serieus willen nemen moeten we wat doen aan inkomensgelijkheid, arbeidszekerheid , loonzekerheid, alleen dan kun je vakbeweging en mensen uit de sociale sector meekrijgen.

Laatste woord voor Christiaan over het routeplan. Pas afgelopen jaar zijn allerlei details als anders meten, FTT enzo omschreven en nu wordt geprobeerd stappen te definiëren en commitment van organisaties daarbij te krijgen. Maar nu is het toch weer teveel een inventarisatie van meningen geoworden. Zou goed zijn om terug te pakken het aanzet tot routeplan, nu te weinig in discussie gebracht. Wat kun jij in jouw positie bijdragen? Of aanvullen/aanscherpen? (Evelijne peilt zaal: niemand tegen, een paar ‘onthoudingen’). Struikelblok is dat de beschikbare middelen zeer beperkt zijn. Maar het routeplan is niet een ouderwets verticaal, het is niet één plaatje maar een discussie over toekomstmodellen. Dat proces moet ook lokaal van de grond komen.

intro’tje verslag workshops

Evelijne Bruning inventariseert na de lunch en de werkgroepen hoe de stemming in de zaal is over het resultaat van de werkgroepen. Vier mensen in de zaal hadden ‘er helemaal niets aangehad’. In de werkgroep over strategie waren in ieder geval bijna alle pinguins bezig hun eigen ei te showen. “En ze zeggen tegelijkertijd allemaal dat ze willen samenwerken”.

Martijn van der Linden geeft een snel overzicht van de workshops en het proces van roadmaps dat in gang gepoogd wordt te zetten. Als het goed is zijn in de workshops afspraken gemaakt, die zullen we op de website zetten. Ook zoeken we naar nieuwe partijen die willen aanhaken. Van elke workshop wordt een zin geprojecteerd die een conclusie weergeeft.

Wat betreft interactie: sfeer in meeste workshops goed: dialoog, discussie etc. Maar toch veel mensen die vooral hun mening komen tentoonstellen. We moeten ook wat gaan doen om transitie te bewerkstelligen.

De vraag is of dit proces inspirerend genoeg is? Niet bang zijn om dialoog aan te gaan met mensen in andere velden, en hopen dat commitment zal toenemen, Vergelijk oproep van Leida dat iedereen en alle organisaties 10 procent hieraan besteedt. Eindigt met citaat Bertrand Russel: “Het enige dat de mensheid zal verlossen is samenwerking.”

(zie verder verslagen bij de workshops zelf)

Verslag ochtenpanel

Evelijne Bruning, die eerst al een verhelderende peiling had gehouden van de herkomst van de aanwezigen, vraagt nu om een rondje eerste reacties en opmerkingen uit de zaal:

(In telegramstijl:) Duitsland als lichtend voorbeeld wat betreft duurzame energie. De vraag of het kapitalisme ook als systeem gebruikt zou kunnen worden voor oplossingen. En de vraag wie er ‘daarbuiten’ als bondgenoten gevonden kunnen worden (groene partijen bijvoorbeeld?). En het wijzen op de psychologische dimensie, die beïnvloedt hoe mensen handelen, dus de noodzaak van paradigma shifts. Plus de vraag hoe te voorkomen dat minder economische groei geen sterkere sociale spanningen zal betekenen.

Dan gaat het programma over naar het ochtendpanel: Debat over perspectief en strategie

In het panel

  • Esther-Mirjam Sent (EMS) (hoogleraar economie Radboud Universiteit)
  • René Grotenhuis (RG) (algemeen directeur Cordaid)
  • Jan Rotmans (JR) (directeur DRIFT en initiatiefnemer Urgenda)

en de inleiders Leida Rijnhout (LR) en Klaas van Egmond (KvE), de laatste in de rol van toehoorder.

de vraag aan René of we de politiek moeten opgeven: RG: Het blijft een belangrijke factor. maatschappelijk middenveld is tegelijk redder en faalt, net als de politiek. Maatschappelijke organisaties zijn bijvoorbeeld geen denktanks, maar worden geacht achterbannen te hebben. dilemma is dat mensen geen grote veranderingen willen. Je kunt wel proberen op te leggen maar dat werkt niet. Nu veel weerbarstiger, ‘schrille kleuren hebben we niets aan’.

Leida: je hebt toch de plicht om over een aantal zaken na te denken en vooruit te lopen, dat is je plicht en daarvoor word je betaald. We worden steeds meer verleid tot een soort verzoekplatendemocratie: draaien wat populair is.

Jan Rotmans: Tja, het woord middenveld valt vaak. Bij transities moet je bedenken dat er enorme veranderingen zijn. Het is nu veel horizontaler dan het verticale verzuilde regime van ‘toen’. Religie en ideologie zijn verdwenen, er zijn nu nieuwe netwerken, of we zitten in een overgangsperiode daar naar toe,dat kan nog wel 10 of 15 jaar duren. Pas als het middenveld is verdwenen zal er een oplossing zijn. Over 20 jaar zal er geen milieubeweging of vakbeweging meer bestaan. Daarom zijn we Urgenda begonnen, die daar heel slim op inspeelt. er zijn drie gremia te onderscheiden: middenveld, politiek, en economie. Niet proberen de wereld te overtuigen met een rationaliteit die niet overgenomen wordt.

René: (vraag: je bent dus het probleem, niet de oplossing): Eens met constatering dat verticaal zeggen hoe het moet niet meer werkt. Dat gaat dus ook lang duren, en gaat ook niet soepel, er zullen meer crisissen zijn, daar moeten we goed gebruik van maken.

Esther: (Vraag Jullie zijn met uitsterven bedreigd?) Ik roep al jaren dat alles economie is, er gebeuren ook hele goede dingen. Gedragseconomie, evolutionaire economie. Ook eens met verticaal/horizontaal verhaal. de wereld is steeds complexer geworden, er wordt geprobeerd die te beheersen. De complexiteit ontsnapt aan die beheersing. Mensen raken ook vervreemd van het systeem en de invloed die we erop hebben, we voelen ons niet meer betrokken bij de samenleving. Maar de wal is het schip langzaam aan het keren: platte organisaties, vakmanschap, et cetera. dat biedt hoop voor de transitie naar een duurzame wereld. Gelooft in de goedheid van iedereen, die moet worden aangesproken..

(vraag) maar factor onzekerheid: EMS: Vasthouden aan oude patronen is voornaamste struikelblok. Keuzevrijheid is belangrijk, maar wel sturen: duurzame producten voorop. overheid heeft daarin een belangrijke rol.

Rotmans: Het gebeurt al om ons heen het vergroenen, Je ziet het er in kruipen, alle supermarkten en autofabrikanten zijn er mee bezig. Omdat ze er geld mee kunnen verdienen. Overheid hobbelt er achteraan, die moet ruimte bieden, belemmeringen opheffen. En innovatieruimte creëren. Al die wet- en regelgeving is onzin

Grotenhuis: Angst is Westers probleem omdat we denken wat te verliezen te hebben. Op overige plekken wordt energiek gedacht over andere oplossingen en andere manier van organiseren. Heeft ook te maken met afnemen van de dominantie van het westen, daar liggen ook kansen, we moeten de comfortzone loslaten, er zijn veel positieve voorbeelden.

Interventie uit de zaal: Er wordt een karikatuur geschetst van rol van maatschappelijk e organisaties en de Fair & Green Deal, het gaat om de vraag wie de transitie vaart zal geven. Die zit op dit moment niet bij de politiek.

Rotmans: Het maatschappelijk veld vertraagt omdat ze belangen willen verdedigen. Voorbeeld ANWB houdt alle plannen tegen op het gebied van mobiliteit. Effectieve slimme acties kunnen wel wat openbreken, voorbeeld zonnepanelen. Kolencentrales tegenhouden kan ook als consumenten de energiebedrijven onder druk zetten. Daar gaan ze bij Urgenda voor zorgen. Met internet.

Vragen/opmerkingen zaal: Waar blijft de moraal als het maatschappelijk middenveld is uitgespeeld? Wat is de rol van ontwikkelingsorganisaties nog? En waar blijft het ‘fair’ in de new deal, wat gaan we doen aan de enorme armoede? We zijn niet in de eerste plaats consumenten maar burgers met politieke rechten, het moet meer gepolitiseerd worden. Aandacht voor jongeren. Over belang van lobby-organisaties. gedrag mensen dat instinctmatig is maar rationeel geacht wordt, daarom planeconomie. Landbouwbeleid is nog steeds allerminst duurzaam en eerlijk. Erosie van label duurzaamheid, dat geplakt wordt op producten die allerminst duurzaam zijn, greenwash. Voorbeeld wegbezuinigen openbaar vervoer: noodzaak om ‘de commons’ samen te verdedigen.

Dus vervolgt Evelijne met de vraag: waar blijft moraal, fairheid, jongeren, echte labels, rol maatschappelijk middenveld?

Leida: De structuren van middenveldorganisaties zijn misschien niet goed maar ze houden hun belangrijke rol. Juist zij zullen de moraal en ethische normen hooghouden. de new deal van Roosevelt is een voorbeeld bij uitstek van met het vingertje zwaaien. Een van de centrale problemen is teveel economische groei. Degrowth is ook een zaak van mondiale fairheid. Wij moeten inleveren om de rest de kans te geven.

Esther: Steunt de oproep om meer aandacht voor ‘fair’. Ze zit in de raad van toezicht van Plan Nederland, voorbeeld kansen voor meisjes in ontwikkelingslanden.

Rotmans (moet bijna weg). Zou iedereen depressief kunnen maken, maar angst en wanhoop leidt alleen tot verlamming. Transitie ontstaat niet vanuit wanhoop. Urgentie is wel belangrijk, als ijkpunt. We zijn op weg naar een nieuwe moraal, dat ontstaat altijd vanuit koplopers. Daarna pas neemt het middenveld het over. We moeten terug naar de kern en naar ander waarden zoals geluk. Er ontstaat op dat gebied een nieuw vakgebied. Zelfs het Centraal Planbureau begint dat in te zien. Jongeren willen van alles maar willen niet gedwongen worden, zijn ook veel slimmer in organiseren.

Rene: Moet het minder? Ja! Degrowth is van belang, maar welk perspectief biedt je? Laat zien wat het oplevert. Voorbeeld Sarkozy die vraagt om andere indicatoren. Daar zit ook een moraal achter. Ik zoek naar dynamiek, leg de lat niet te hoog. Investeren in het proces.

Jan Rotmans: Verbinden, elkaar helpen, geen tegenstellingen, positieve energie. ‘Dat is het enige dat we proberen te doen’. “Er zit veel meer veranderkracht in de samenleving dan in de politiek, ik zou willen dat het anders was.”

Reacties en vragen uit de zaal: Een mythe vergeten: vrije concurrentie op de wereldmarkt (soja, hout) kan niet ‘fair zijn’. Tegen nieuw WTO-akkoord.. Is er een rol voor nieuwe geldsystemen (zoals in Transition Town Nijmegen ontwikkeld wordt)? Hoe kunnen we lobbyen, hoe werkt lobby in de praktijk. Waar blijft het moreel gezag van maatschappelijke organisaties? Samenwerken politiek en maatschappij belangrijk, niet met het vingertje wijzen, voorbeeld actie faire supermarkt van CU samen met Fair Food en Cordaid.

Klaas van Egmond: Over de ‘politieke kant’ en het middenveld: wel veel gedaan maar weinig bereikt, omdat het bovenveld niet meewerkt, dan moet dus de strategie veranderen. Veel greenwashing en de wezenlijke dingen gebeuren niet, we raken eerder verder van huis dan dichterbij. We vervallen iedere keer in eenzijdigheden; de kerk is de baas, of de wetenschap, of de politiek, en nu weer het bedrijfsleven. Je kunt dat overkomen door oa. politieke partijen-model te vervangen door Zwitserse evenredigheidsmodel, daardoor veel minder concurrentie en meer samenwerking. Over moreel gezag: deze cultuur heeft geen moreel idee meer, alleen nog eigen persoonlijke gemak telt. Dat is geen kwesties van ‘je hersenen begrijpen ofzo’ maar van herpolitisering ook van Den Haag, we moeten weer ontdekken wat de bedoeling is van ons bestaan hier.

Slotwoorden panelleden

LR: Grenzen stellen is belangrijk inderdaad. Greenwashing is groeiend probleem vgl. Round Tabel Soja, dus er moeten ook grenzen gesteld worden aan wat duurzaam geacht wordt. FSC-label verwatert nu ook drastisch (eucalyptus in Amazone)

RG: Verbinden, niet toeteren naar elkaar wie het wel en niet goed doet. Mensen bij elkaar halen ook die buiten de usual suspects. Alle vernieuwing gebeurt buiten de comfort zone.

EMS: Drie dingen: teken van hoop is De groene Zaak vanuit bedrijfsleven. PvdA wil terug naar de basis, die vroeger alleen van bovenaf wilde denken. Opvoeding (bij kinderen) is straffen en stimuleren, dat laatste werkt veel beter. Alternatief geld is leuk, maar helpt niet echt.

reactie Klaas van Egmond

Klaas van Egmond (hoogleraar faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht) geeft in 10 minuten een reactie op de inleiding van Leida. Die ging vooral over aangrijpingspunten voor concrete daden. het algemene idee is dat de analyse wel goed opgeschoten is, maar dat we nu moeten weten wat we gaan doen.

Hij loopt wat ‘ mythes’ langs die volgens Leida ons afhouden van de concrete aangrijpingspunten: economische groei, marktwerking, technologie, nepvergroening en democratie. Hij wijst op de economische theorie van Tim Jackson (tegen groei) waar ook weinig gezegd wordt over de paradigmawisseling. Dat is geen ramp. 15 jaar geleden werd de idee van structuurpolitiek taboe verklaard. Er werd toen gesteld dat je beter de randvoorwaarden van de samenleving kunt veranderen. En dat moet wel, dan zal de economie daarbinnen vanzelf de nieuwe weg vinden.

De kwestie van de mondiale commons is wat dat betreft cruciaal, en bedenk dat niet alles commercialiseerbaar is en dus afgeschermd daarvan moet worden, zoals bossen enzo.

Technologie: transities zijn belangrijk, maar we moeten uitkijken om niet in technologische valkuil te vallen want dat is geen panacee. Hij haalt Peter Tom Jones aan die wegens ziekte niet kan komen maar dat ook stelt. Hij stelt ook dat je tevens uit moet kijken voor sociale weerstanden; als je die niet overwint zal transitie onmogelijk zijn..

Ander punt is de schaalkwestie. Transitiontowns en lokaal voedselproductie is sympathiek en nuttig, maar ook verder kijken, de wereld in. Denk aan de groente van AH die voor 20 procent uit Egypte blijkt te komen maar waar de arme Egyptenaren niets aan hebben.

Punt 2: democratie: Heel belangrijk. Er is in de politiek wat grondig mis wat betreft de doelstelling. Is het doel nu groei van de BNP of iets anders, bijvoorbeeld werkgelegenheid. Niemand in Den Haag weet dat, eigenlijk is er geen doel meer (vgl Fukuyama). We zijn beland in een postmoderne wereld zonder waarden, alleen nog individueel plezierig leven en hedonisme lijkt het doel. Daarnaast is de korte termijn steeds machtiger. Het sociale dilemma is dat ze alleen kunnen slagen als ze in Den Haag gemaakt worden. We moeten ophouden met pogen meerderheidscoalities te vormen, en naar een soort Zwitsers Model waarin alle partijen naar evenredigheid vertegenwoordigd zijn.

Derde punt: Ga op het politieke bestel af. De centrale vraag is wat is menselijke waardigheid en wat doet dat ertoe in de samenleving. Wat zijn de maatschappelijke actoren in het financiële systeem. Maatschappelijke modernisering moet gelijk opgaan met economische modernisering. De economie moet weer dienstbaar worden aan het maatschappelijke systeem, en het financiële systeem op zijn beurt dienstbaar aan die gezonde economie. Geldschepping moet bij de overheid/de gemeenschap terug, en gebaseerd zijn op infrastructuur. Dat soort aanpassingen zijn cruciaal.

Verslag workshop 4

14 deelnemers, inclusief inleiders, daarmee zat het zaaltje vol.

Introducties waren er van Koos de Bruijn (Jubilee NL en Tax Justice Nederland) en Ted van Hees (Oxfam Novib) beide ook actief in Platform DSE. De gespreksleiding was in handen van Burghard Ilge (Both Ends). Het verslag is van Kees Hudig (globalinfo.nl en Platform DSE).

Het grootste deel van de tijd ging op aan het uiteenzetten van de twee campagnes, en discussies en vragen daarover. Het leverde een verhelderende bijeenkomst op. Aan het einde spraken de aanwezigen zich in het algemeen uit voor de door de twee inleiders voorgestelde campagnedoelen. Maar er was niet meer echt tijd om een ‘roadmap’ daarvoor uit te werken.

Burgard Ilge schetste als inleiding hoe met de financiele crisis de aandacht is gekomen voor regulering van de internationale financiële structuur. Ook mogelijkheden voor internationale financiële belastingheffing zijn nu duidelijker op de agenda, gecombineerd met een besef van een gebrek aan ‘global governance’. De focus komt nu te liggen op de kapitaalstromen die van Zuid naar Noord plaatsvinden. Er zijn twee ‘stromingen’ te onderscheiden: ten eerste die van tax avoidance of evasion en het klassieke schuldenwerk. En daarnaast de Financial Transaction Tax en internationale schuldenvraagstuk. Beide komen hier aan bod.

FTT

Ted van Hees stak van wal over de Financial Transaction Tax (FTT, ofwel Robin Hood Tax, vroeger ook wel Tobin Tax genoemd). Hij legde uit wat het verschil is met de ‘smalle’ bankenbelasting waar de Nederlandse regering, bij monde van minister de Jager, wel eens positief over praat. Het verschil is voornamelijk dat de bankentaks niets tegen speculatie uitricht en ook veel minder opbrengt; het belast alleen stilzittend kapitaal, eens per jaar, en dus niet het ‘flitsende’ kapitaal, permanent. ook voor de FTT zijn verschillende modellen. Sarkozy lijkt voorstander, en Merkel gaat ook in die richting, van het invoeren van een heffing van 0,05 %, maar het kan ook per product variëren.

Het voordeel is tweeledig: het genereert veel geld en het gaat speculatie tegen (de verwachting is dat met de minimale heffing 2/3e van de speculatie ‘gedempt’ wordt. Het zou bij (de op dit moment erg onwaarschijnlijke) invoering van een FTT op wereldschaal per jaar tussen de 400 en 700 miljard dollar op kunnen brengen.

Over de besteding van de gegenereerde gelden verschillen ook de posities. Over het algemeen is er wel consensus over een verdeling van dat de helft terugvloeit naar de schatkist van het land waar de heffing gedaan is bij voorkeur naar financiering van collectieve voorzieningen dan wel tegen bezuinigingen daarop, en de andere helft besteed kan worden aan financiering van duurzame ontwikkeling en klimaat.

Frankrijk, dat dit jaar voorzitter van G8 en G20 is, is dus voorstander en Duitsland heeft zelfs gezegd dat ze het eventueel eenzijdig invoeren en hebben de inkomsten van een FTT al ingeboekt in de begroting. Er zijn ook tegenstanders (VK, VS, en Nederland, onder andere). Strategie van de campagne voor een FTT is het ‘namen en shamen’. Op de internationale actiedag op 17e februari worden landen die tegenstander zijn onder druk gezet. In juni zijn er belangrijke vergaderingen van de Europese Raad en Ecofin, en in november is de G20-top in Zuid-Frankrijk.

Voor de Nederlandse campagne is het belangrijk om De Jager onder druk te zetten om zich in ieder geval ‘neutraal’ op te stellen (en niet expliciet tegen zoals nu) ten aanzien van invoering in G20-verband of in EU-verband.

Op een vraag uit ‘de zaal’ wordt uitgelegd dat de FTT in principe zou gelden voor alle financiële transacties, dus ook bij bijvoorbeeld de het wisselen van geld.

Er is ook een soort lobby richting grote banken om ze ontvankelijker te maken voor dit idee. Een van de instrumenten die verder ontwikkeld is, is de ‘eerlijke bankwijzer’.

————-

Schuldenrechtbank

Koos de Bruijn gaat verder met een inleiding over het schuldenvraagstuk, en geeft een korte uiteenzetting van de ontwikkelingen van de schulden na de Tweede Wereldoorlog en de twee voornaamste antwoorden die bedacht werden: Het instellen van een groep ‘zwaar verschuldigde landen’ (HIPC) en het MDRI (Multilateral Debt Relief Initiative).

Deze beide antwoorden hadden weinig oog voor de rol van de kredietverschaffers, terwijl onverantwoord leengedrag toch een van de hoofdoorzaken is. Veel landen zijn na de schuldenverlichting ook opnieuw in de problemen gekomen.

Op verschillende niveaus wordt ook gewerkt aan structurele oplossingen. Bijvoorbeeld in de Stiglitz Commissie, waar het idee ontwikkeld is van een International Debt Restructuring Court, een rechtbank dus waar een herschikking van de schulden besloten kan worden.

In de Financial Times is ook de idee geopperd dat landen failliet moeten kunnen gaan, waarna hun schulden komen te vervallen.

In Nederland wordt op dit moment onderzocht of schuldenarbitrage ondergebracht kan worden bij het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag. Het gaat hier echter alleen om toekomstige schulden en de legitimiteit van schulden wordt naar alle waarschijnlijkheid niet meegenomen.

De oplossing zou een eerlijk en transparant schuldenverlichtingsprogramma zijn, dat neutraal en alomvattend is. Komend jaar wordt daarvoor, gelijkvallend met de G20-campagne, campagne gevoerd. Koos geeft een overzicht van criteria die gehanteerd kunnen worden en benadrukt dat er nu ‘momentum voor is’ met de schuldencrises waardoor zelfs hele staten op instorten staan. Ook verschuiven de mondiale economische machtsverhoudingen nu en is de steun vanuit de maatschappij groter dan ooit.

Daarom moet ingezet worden op de oprichting van een onafhankelijke rechtbank in 2015.

Afgesproken wordt aan het einde in te zetten op twee doelen: het neutraliseren van de Nederlandse blokkade van een FTT en:

De instelling van een effectieve schuldenrechtbank

Voor bijdragen aan deze campagnes kan contact opgenomen worden met de inleiders of meer informatie gevonden worden op:

http://www.jubileenederland.nl/

http://www.defusethedebtcrisis.org/

en voor FTT: ted.van.hees@oxfamnovib.nl

 

Notitie Jacqueline Mineur

Rechtszaak Milieudefensie en Nigeriaanse slachtoffers versus Shell:

Op 3 december 2009 startte voor de rechtbank in Den Haag een unieke rechtszaak die vier Nigeriaanse slachtoffers van Shell-olielekkages samen met Milieudefensie tegen Shell hebben aangespannen. Shell betoogde op de eerste zitting dat de Nederlandse rechter niet bevoegd zou zijn om te oordelen over Shell Nigeria. De rechtbank liet in haar vonnis op 30 december 2009 weten dat ze wel degelijk bevoegd is te oordelen over de activiteiten van Shell Nigeria.

Nu Shell dit punt heeft verloren en deze hobbel genomen is, kan de ‘echte’ rechtszaak beginnen. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat een Nederlands bedrijf zich voor een Nederlandse rechter moet verantwoorden voor in het buitenland aangerichte schade.

Dossier Shellrechtszaak
http://www.milieudefensie.nl/wat-wij-doen/themas/internationaal/projecten/shell/olielekkages/olielekkages


2. Convenant Milieudefensie – Havenbedrijf Rotterdam m.b.t. Tweede Maasvlakte:

Milieudefensie en het Havenbedrijf Rotterdam zijn het eens over een pakket maatregelen waarmee de uitstoot van schadelijke stoffen in het havengebied vermindert. De twee organisaties sloten in februari 2009 een akkoord waarmee het Havenbedrijf een rechtszaak over aanleg van Maasvlakte 2 voorkwam. In ruil daarvoor zegde het Havenbedrijf toe dat de uitstoot van schadelijke stoffen als gevolg van Maasvlakte 2 in 2020 10 procent lager zal liggen dan verwacht in de milieueffectrapportages. Dat akkoord is de afgelopen twee jaar uitgewerkt en is op 18 februari 2011 gepresenteerd.

Lees verder…


3. Verzet tegen megastallen
Milieudefensie zet zich in voor een platteland zonder veefabrieken. Een platteland waar koeien, kippen en varkens in de wei scharrelen. Een duurzaam alternatief – goed voor mens, dier en milieu – ís mogelijk: met een milieuvriendelijke, grondgebonden veehouderij in een gesloten kringloop van land, voer en mest. Hiermee voorkomen we uitputting van landbouwgronden in Zuid-Amerika én overbemesting in eigen land.

Voor meer informatie zie http://stopveefabrieken.nl/index.php/qaa-wat-zijn-veefabrieken
En voor de ontspanning zie het verslavende spel: http://milieudefensie.nl/vee-industrie/veefabrieken/veestapelen

Verder
Op de website van Milieudefensie vindt u nog veel meer voorbeelden van juridische en niet-juridische acties om tot een meer duurzame maatschappij te komen.
Alle hulp is welkom!

Voor meer informatie: Jacqueline Mineur, juridisch medewerker Milieudefensie (omgevingsrecht), jacqueline.mineur@milieudefensie.nl

Inleiding Christiaan

Tilburg, 3 februari 2011

Welkom namens Platform DSE en Alliantie Fair & Green Deal

Wel een hele mooie opkomst, zoals we die dit jaar ook ongeveer hadden verwacht en gehoopt. Een aantal waarmee heel goed gewerkt kan worden, zeker ook in de workshops. En dat is wat we vandaag willen. Een werkconferentie. Aan het werk dus. Geen tijd om afwachtend achterover te leunen en al of niet welwillend te luisteren.

Allereerst dank aan de UvT voor haar gastvrijheid. En aan OxfamNovib, Kerk & Wereld en Pequeno voor financiële bijdragen.

We waren al begonnen:

  • met een film over hoe burgers in actie komen als overheden het publieke belang niet goed genoeg behartigen
  • in zo’n situatie zitten we nu ook: het kabinet spreekt van een Green Deal en innovatie, maar kiest feitelijk vooral voor restauratie naar BaU, of zelfs een verscherping van een neoliberaal beleid dat de problemen juist veroorzaakte
  • hoog tijd dat we een andere koers uitzetten, daadwerkelijk inslaan en afdwingen
  • maatschappelijke organisaties zullen daarin – is onze inschatting; zie Aanzet tot een routeplan – het voortouw moeten nemen: natuur- en milieu-, ontwikkelings-, vredesorganisaties; ook vakbonden. Zoals vorige maand de cultuursector van zich deed spreken en deze maand de onderwijssector, zo zal ook de beweging voor een duurzame en rechtvaardige economie zich moeten manifesteren

We waren al begonnen inderdaad:

  • 2006: conferentie over eerlijk meten van de toenmalige Derde Kamer.
  • 2007: Platform DSE: eerste verkenning onder leiding van Bob Goudzwaard en Lou Keune
  • 2008: 1ste conferentie van Tilburg: Verklaring van Tilburg: daarin obsessie met economische groei onder kritiek gesteld; een probleemstellende fase
  • 2009: 2e conferentie, in Antwerpen, met VODO: Appèl van Antwerpen met een oproep aan de politiek het moment van de crisis goed te benutten en het antwoord te zoeken in een radicale verandering van de economie; positieve respons, maar helaas weinig zichtbare actie
  • 2010: 3e conferentie, weer in Tilburg: een operationaliseringsfase: uitwerking van de Verklaring van Tilburg in een groot aantal meer en minder concrete maatregelen die genomen zouden moeten worden; in de loop van 2009 door een brede groep betrokkenen en op basis van voorbereidende expert meetings neergelegd in de Fair & Green Deal
  • op basis daarvan begin met opbouw van de Alliantie Fair & Green Deal; een nog los verband van maatschappelijke organisaties en enkele bedrijven met een overlappende consensus over de transitie die nodig is en een tiental werkgroepen die zich op deelterreinen hebben georganiseerd: duurzame investering, FTT, voetafdruk en bevolkingsbeleid, regionale economie, het betrekken van burgers e.d.

Daarnaast:

  • Urgenda: werken aan vooral technische transitiepaden (Rotmans)
  • de Groene Zaak: een verband van op duurzame economie gerichte bedrijven
  • Economy Transformers: vergelijkbaar met ons, maar misschien meer een bezinningsprogramma gericht op de filosofisch-psychologische wortels van ons economisch systeem (Wijfels)
  • burgerinitiatief ‘Nederland krijgt nieuwe energie (Klaas van Egmond)
  • nieuw denken over OS waarin meer aandacht komt voor de fundamentele veranderingen die in onze eigen economie moet plaatsvinden om ruimte voor ontwikkeling in het Zuiden te maken (WRR, Grotenhuis) en waar het kabinet wat selectief mee omgaat
  • en natuurlijk het werk van mensen als Roefie Hueting, Bob Goudzwaard en Arnold Heertje
  • niet toevallig allemaal namen van mensen die vandaag aan het woord komen (al was Wijffels helaas verhinderd)

Hoog tijd nu om dat losse verband aaneen te smeden tot een stevige samenwerking

  • met een duidelijk, actief commitment van een groot aantal organisaties die ertoe doen
  • waarin iedereen zijn rol speelt op eigen terrein en deskundigheid
  • maar met een gedeelde ambitie waarop men zich naar buiten toe én naar de eigen achterban ook profileert
  • en op basis van een duidelijke, gedeelde strategie

Dat is het doel voor vandaag

  • de globale ambitie was er al met de Verklaring van Tilburg en de Fair & Green Deal; nu opnieuw geformuleerd in een visiedocument voor deze conferentie dat na de conferentie aangescherpt kan worden
  • voor de strategie hebben we een handvat voor discussie gegeven met het discussiedocument ‘Aanzet tot een routeplan’ waar het gaat om de overkoepelende strategie; in de workshops komt dat op deelterreinen aan de orde
  • taakverdeling en afspraken kunnen in de workshops en in de loop van de dag gemaakt worden
  • en hopelijk kunnen we aan het eind een duidelijk gevoel van commitment vaststellen en na de conferentie concretiseren

Die aanzet tot een strategie staat in het teken van twee motto’s

  • De tijd dringt, zei Carl Friedrich von Weizsäcker al in 1986. Daarom hebben we als einddoel een radicale transitie, die in 10 jaar tot een substantiële verkleining van de voetafdruk en de ongelijkheid moet leiden
  • Haast u langzaam, zei Erasmus in de 16eeeuw:
    • deel de transitie op in overzichtelijke stappen
    • plaats die in een slimme volgorde
    • doe niet alles tegelijk: kies je doelgroep, actoren en boodschappers bewust
    • houdt rekening met hun begrijpelijke aarzelingen en onzekerheden
    • maar zet ook waar nodig druk op de ketel met gericht activisme (waarvan bijv. Shelle de effectiviteit maar al te goed kent)

Hoog tijd, zoals gezegd: niet alleen vanwege de economische crisis, maar vooral vanwege de klimaatcrisis, peak oil, stijgende voedselprijzen, blijvende armoede, dalende biodiversiteit en alle conflicten en migratie die daarmee samenhangen

Van overheid en politiek moeten we het op dit moment even niet verwachten (in Nederland in ieder geval)

Het is aan ons, maatschappelijke organisaties en een voorhoede van bedrijven, om de transitie in gang te zetten. Aan het werk dus.

Dat doen we onder de dynamische leiding van Evelijne Bruning: voorheen hoofdredacteur van Vice Versa, nu directeur van The Hunger Project Nederland.

 

Verslag workshop 4

14 deelnemers, inclusief inleiders, daarmee zat het zaaltje vol.

(powerpoint Koos de Bruin)

Introducties waren er van Koos de Bruin (Jubilee NL en Tax Justice Nederland) en Ted van Hees (Novib) beide ook actief in Platform DSE. De gespreksleiding was in handen van Burghard Ilge (Both Ends). Het verslag is van Kees Hudig (globalinfo.nl en Platform DSE).

het grootste deel van de tijd ging op aan het uiteenzetten van de twee campagnes, en discussies en vragen daarover. Het leverde een verhelderende bijeenkomst op. Aan het einde spraken de aanwezigen zich in het algemeen uit voor de door de twee inleiders voorgestelde campagnedoelen. Maar er was niet meer echt tijd om een ‘roadmap’ daarvoor uit te werken.

Burgard Ilge schetste als inleiding hoe met de financiele crisis de aandacht is gekomen voor regulering van de internationale financiele structuur. Ook mogelijkheden voor internationale financiele belastingheffing zijn nu duidelijker op de agenda, gecombineerd met een besef van een gebrek aan ‘global governance’. De focus komt nu te liggen op de kapitaalstromen die van Zuid naar Noord plaatsvinden. Er zijn twee ‘stromingen’ te onderscheiden: Ten eerste die van tax avoidance of evasion en het klassieke schuldenwerk. En daarnaast de Financial Transaction Tax en internationale schuldenvraag. Beide komen hier aan bod.

FTT

Ted van Hees stak van wal over de Financial Transaction Tax (FTT, ofwel Robin Hood Tax, vroeger ook wel Tobin Tax genoemd). Hij legde uit wat het verschil is met de ‘smalle’ bankenbelasting waar de Nederlandse regering, bij monde van minister de Jager, wel eens positief over praat. Het verschil is voornamelijk dat de bankentaks niets tegen speculatie uitricht en ook veel minder opbrengt; het belast alleen stilzittend kapitaal, eens per jaar, en dus niet het ‘flitsende’ kapitaal, permanent. ook voor de FTT zijn verschillende modellen. Sarkozy lijkt voorstander, en Merkel gaat ook in die richting, van het invoeren van een heffing van 0,05 %, maar het kan ook per product variëren.

het voordeel is tweeledig: het genereert veel geld en het gaat speculatie tegen (de verwachting is dat met de minimale heffing 2/3e van de speculatie ‘gedempt’ wordt. Het zou per jaar tussen de 400 en 700 miljard dollar op kunnen brengen.

Over de besteding van de gegenereerde gelden verschillen ook de posities. Over het algemeen is er wel consensus over een verdeling van dat de helft terugvloeit naar de schatkist van het land waar de heffing gedaan is, en de andere helft besteed kan worden aan ontwikkeling en klimaat.

Frankrijk, dat dit jaar voorzitter van G8 en G20 is, lijkt dus voorstander en Duitsland heeft zelfs gezegd dat ze het eventueel eenzijdig invoeren. Er zijn ook tegenstanders (VK, VS, en Nederland, onder andere). Strategie van de campagne voor een FTT is het ‘namen en shamen’. Op de internationale actiedag op 17e februari worden landen die tegenstander zijn onder druk gezet. In juni zijn er belangrijke vergaderingen van de Europese Raad en Ecofin, en in november is de G20-top in Zuid-Frankrijk.

Voor de Nederlandse campagne is het belangrijk om De Jager onder druk te zetten om zich in ieder geval ‘neutraal’ op te stellen (en niet expliciet tegen zoals nu) ten aanzien van invoering in G20-verband of in EU-verband.

Op een vraag uit ‘de zaal’ wordt uitgelegd dat de FTT in principe zou gelden voor alle financiële transacties, dus ook bij bijvoorbeeld de binnenlandse pinautomaat.

Er is ook een soort lobby richting grote banken om ze ontvankelijker te maken voor dit idee. Een van de instrumenten die verder ontwikkeld is, is de ‘eerlijke bankwijzer’.

————-

Schuldenrechtbank

Koos de Bruin gaat verder met een inleiding over het schuldenvraagstuk, en geeft een korte uiteenzetting van de ontwikkelingen van de schulden na de Tweede Wereldoorlog en de twee voornaamste antwoorden die bedacht werden: Het instellen van een groep ‘zwaar verschuldigde landen’ (HIPC) en het MDRI (Multilateral Debt Relief Initiative).

Deze beide antwoorden hadden weinig oog voor de rol van de kredietverschaffers, terwijl onverantwoord leengedrag toch een van de hoofdoorzaken is. Veel landen zijn na de schuldenverlichting ook opnieuw in de problemen gekomen.

Op verschillende niveaus wordt ook gewerkt aan structurele oplossingen. Bijvoorbeeld in de Stiglitz Commissie, waar het idee ontwikkeld is van een International Debt Restructuring Court, een rechtbank dus waar een herschikking van de schulden besloten kan worden.

In de Financial Times is ook de idee geopperd dat landen failliet moeten kunnen gaan, waarna hun schulden komen te vervallen.

Ook in Brussel en Nederland gaan stemmen op voor een Permanent Schuldentribunaal, weliswaar voor toekomstige schulden en zonder verantwoordelijkheid voor de crediteuren.

De oplossing zou een eerlijk en transparant schuldenverlichtingsprogramma zijn, dat neutraal en alomvattend is. Komend jaar zou daarover, gelijkvallend met de G20-campagne, campagne gevoerd kunnen worden. Koos geeft een overzicht van criteria die gehanteerd kunnen worden en benadrukt dat er nu ‘momentum voor is’ met de schuldencrises waardoor zelfs hele staten op instorten staan. Ook verschuiven de mondiale economische machtsverhoudingen nu en is de steun vanuit de maatschappij groter dan ooit.

Ingezet zou daarom kunnen worden op het instellen van een onafhankelijke rechtbank in 2015.

Afgesproken wordt aan het einde in te zetten op twee doelen: het neutraliseren van de Nederlandse blokkade van een FTT en:

De instelling van een effectieve schuldenrechtbank

Voor bijdragen aan deze campagnes kan contact opgenomen worden met de inleiders of meer informatie gevonden worden op:

http://www.jubileenederland.nl/

http://www.defusethedebtcrisis.org/

en voor FTT: ted.van.hees@oxfamnovib.nl