Solidair met alle leven op Aarde
We hebben grote zorgen voor morgen. Sociaal en ecologisch zitten we op een foute weg. Hoe langer grote en noodzakelijke systeemveranderingen uitblijven hoe langer ook de maatschappij en de natuur nodig hebben om weer voldoende te herstellen. In de tien hieronder genoemde domeinen geven we de achtergrond van die zorgen, beginnend met Waarom, en geven we aan wat Minder kan en moet, en ook wat er Meer moet op weg naar een zorgzame samenleving. Een zorgzame samenleving is een samenleving waarin we zorgzaam zijn voor elkaar en zorgzaam voor de planeet. Iedereen, wereldwijd, moet een goed leven kunnen leiden op een veerkrachtige planeet. Daar willen we naar toe.
De tien wegen hangen onderling samen en hebben zowel afzonderlijk als voor het geheel de kenmerken van een grote transitie. De wegen zijn ontleend aan een uitvoeriger artikel op onze site. Bij elkaar wordt in het totaal van die wegen de zorgzame samenleving voorstelbaar. Op sommige wegen zijn al heel wat stappen gezet. Natuurlijk zijn er van elke weg meer punten van minder/meer te noemen, maar onderstaand beeld is – denken we – voldoende richtinggevend.
1. Halvering voetafdruk nationaal maar in mondiaal perspectief op weg naar Footprint Justice
a. Waarom: onze veel te grote mondiale voetafdruk maakt het leven op termijn onmogelijk of op
z’n minst erg moeizaam. We hollen de planeet uit; we verbruiken haar.
b. Minder: daarom moeten we (gemiddeld genomen) heel veel minder produceren en consumeren.
De huidige ecologische voetafdruk is mondiaal gemiddeld 2,8 ha per wereldbewoner. Dat moet
terug naar het houdbare niveau van 1.6 ha pp. Minder fossiele energie, onduurzame landbouw,
dierlijke producten, overmatige visvangst, niet repareerbare goederen, onduurzame kleding.
Minder oorlogsproductie.
c. Meer: vrije tijd, onderwijs, tijd voor opvoeding en mantelzorg, schonere lucht etc., geef het
Nationaal Klimaatplatform een prominente rol, stimuleer initiatieven van onderop.
2. Vermindering ongelijkheid
a. Waarom: grote ongelijkheid leidt tot statuscompetitie, onnodige consumptie, structurele
armoede, grote politieke invloed van superrijken, en internationaal tot conflicten tussen landen.
b. Minder: excessieve rijkdom, grote beloningsverschillen, grote vermogensongelijkheid,
belastingparadijzen, ongelijkheid in gender. Grote ongelijkheid leidt tot initiatiefloosheid.
c. Meer: universele basisdiensten, verhoging minimumloon, hogere erf- en vermogensbelasting en
meer progressie in de inkomstenbelasting. Internationale samenwerking.
3. Anders meten; BBP agnostisch
a. Waarom: BBP is een te beperkt meetinstrument; het meet alleen geldtransacties en geeft
verkeerde groeiprikkels.
b. Minder: gericht op verhoging BBP als welvaartsmaatstaf. Minder aandacht van politiek en media
voor BBP. BBP als uniek beleidsdoel van de economie sterk afwaarderen.
c. Meer: beleid gericht op menselijk en ecologisch welzijn. De Monitor Brede Welvaart verbeteren
en uitgangspunt van alle beleid maken. Groei is niet altijd verwerpelijk; bijvoorbeeld in diensten
of in situaties van onderontwikkeling. Jaarlijks evalueren en verbeteren.
4. Natuur op niveau brengen en vergiftiging planeet stoppen
a. Waarom: natuur en biodiversiteit gaan hard achteruit maar zijn een vitaal element in het
overleven; bijvoorbeeld de achteruitgang van insectenpopulaties brengt de bestuiving in gevaar.
De natuurwaarden zijn gedaald tot kritische waarden. Soorten verdwijnen met ongekende vaart.
b. Minder: afvalproductie en -verspreiding in de natuur. Bestrijdingsmiddelen bestrijden vooral de
natuur. Minder intensieve landbouw, verdroging en versnippering van natuurgebieden.
c. Meer: klimaatbestendige natuur ontwikkelen, meer regeneratieve landbouw, rewilding, meer
bossen; meer vertrouwen op ecosysteemprocessen; meer klimaatadaptie, meer aandacht voor
klimaat in het Globale Zuiden. Zonder internationale rechtvaardigheid is er ook geen regionale
rechtvaardigheid. Meer natuur met de status van rechtspersoon.
5. Klimaatpolitiek, 100% duurzame energie, forse energiebesparing en een andere mobiliteit
a. Waarom: de koolstofeconomie is de hoofdoorzaak van de klimaatontwrichting.
b. Minder: energiegebruik. Het beëindigen van het gebruik van fossiel is cruciaal voor het beperken
van verdere klimaatverandering. Ook onze zorgeloze mobiliteit draagt bij aan ongeremd
grondstoffengebruik en uitstoot van CO2. Elektrische auto’s zijn niet klimaatneutraal.
c. Meer: haast met de energietransitie. Hoe sneller hoe goedkoper. Meer isolatie, elektrificatie en
duurzame energie voor bedrijven en burgers. Progressieve auto- en vliegbelasting en meer
betaalbaar OV.
6. Verbeter de democratie; streef naar een nieuw nationaal pact
a. Waarom: vertrouwen in democratie daalt hard en schept daardoor ruimte voor populisme en
kulverhalen.
b. Minder: plannen voor maximaal 4 jaar, minder politiek gericht op stemmenmaximalisatie,
minder lobbyactiviteiten. Populisme leidt tot uitstel en afzien van noodzakelijke keuzes.
c. Meer: werk aan een nieuw maatschappelijk pact voor duurzame verbetering, participatie van
burgers, burgerberaden, vergroot de macht van het Europees Parlement, ontwikkelen meerkeuze
referenda (preferenda).
7. Regie van de economie bij overheid, commons/middenveld en markt
a. Waarom: in de neoliberale periode is te veel macht van de overheid naar de markt gebracht. De
macht van aandeelhouders leidt niet tot maatschappelijk optimale besluiten. Het bevordert
zelfverrijking en ongelijkheid.
b. Minder: invloed (grote en tech) bedrijven, minder markt in de sociale sector (zorg, woningbouw,
gezondheid), internationale uitwijkmogelijkheden, minder invloed grote banken op de economie,
minder invloed orthodoxe economietheorie.
c. Meer: focus op de common good, in een dynamische dialoog door burgers te bepalen, met
bijdragen van commons, overheid en markt; meer nadruk op sociaal en ecologisch rendement
(o.a. gebaseerd op: de vervuiler betaalt; regeneratieve landbouw); herontwerp van instituties
(geldsysteem, belastinggrondslag, economieonderwijs, economische democratisering.
8. Herzien van de plaats van betaalde en onbetaalde arbeid
a. Waarom: arbeid is nodig om de maatschappij draaiend te houden. Dat geldt voor betaalde en
voor onbetaalde arbeid, maar de plaats van de arbeid aan de markt overlaten leidt tot
schrijnende toestanden; ongelijkheid en discriminatie.
b. Minder: plaats voor uitbuiting arbeid, voor hiërarchische arbeidsverhoudingen, werken moet.
Minder flex-arbeid, arbeidsmigranten.
c. Meer: werkzekerheid wordt het uitgangspunt, iedereen heeft recht op werk, met ruimte voor
genderverschillen, meer ATV. Onbetaalde arbeid krijgt een gelijkwaardige plaats aan betaalde
arbeid.
9. Zorg van markt naar preventie
a. Waarom: de privatiseringsgolf heeft van zorginstellingen winstgerichte ondernemingen
gemaakt. Zorg is een product met een marktwaarde geworden.
b. Minder: marktwerking, zorg is niet winstgericht, minder bureaucratische controles. Minder
grootschaligheid in de zorg.
c. Meer: aandacht voor preventie, voor de toegang van iedereen tot goede zorg, voor betaalbare
zorg
10. Ruimte geven aan het Globale Zuiden
a. Waarom: omgekeerde ontwikkelingshulp (er gaat meer geld van Zuid naar Noord dan
omgekeerd). De structurele positie van het Globale Zuiden blijft daardoor zorgelijk. Kansen
worden nauwelijks gecreëerd.
b. Minder: (neo)kolonialisme, ongelijke ruil, voortgaande uitbuiting, minder het Globale Zuiden
belasten met onze rotzooi.
c. Meer: bijdragen van rijke landen in klimaat-adaptatie en -mitigatie, kwijtschelden van schulden,
meer handel op gelijkwaardige voet, meer internationale structuren gericht op inclusieve
ontwikkeling.
Op weg naar die zorgzame samenleving worden conflicten op geweldloze wijze opgelost. Dat kan
bijvoorbeeld door mediatie, verzoeningscommissies en juridische processen, zoals de zaak bij het
Internationaal Gerechtshof over Climate Justice. Voor conflicten tussen landen kan ook een pool van
deskundigen bij de VN beschikbaar zijn, waaruit de betreffende landen elk twee of meer mensen kunnen
kiezen om tot bemiddeling te komen.
De samenhang van de tien wegen is belangrijk. Onafhankelijk kunnen natuurlijk stappen gezet worden in
de energietransitie, in veranderingen in het belastingregime, of in regeneratieve landbouw. De
veranderingen zijn allemaal ketens van processen die op meerdere punten afhankelijk zijn en verbonden
zijn met andere ketens. Maar, centraal is wel dat de regie van de veranderingen bij de overheid terecht
komt. Marktwerking gericht op winstmaximalisatie kan nooit leiden tot het beste voor de planeet of tot
de noodzakelijke verkleining van de ongelijkheid. Belangrijk is daarbij om bij elk proces ook steeds
vragen te blijven stellen, te streven naar gedeelde waarden, te laten zien wat verandert, verbetert en om
zekerheden te bieden aan hen die het minst hebben bijgedragen aan de huidige crises (de onderkant van
de samenleving, de onderkant van de wereld). De samenhang in het systeem werkt uiteindelijk
versterkend.
Slot: Wanneer de samenleving zowel top down in politiek beleid als van onderaf initiatieven neemt en
plannen en projecten uitwerkt, dan is de zorgzame samenleving geen te verre utopie. Dan kunnen we
waarmaken dat we solidair zijn met alle leven op Aarde. In de uitzichtloze periode van de jaren ‘30 in de
vorige eeuw werd het ambitieuze Plan van de Arbeid gelanceerd. In de naoorlogse periode is dit goeddeels
gerealiseerd. De leuze van het Plan is ook nu weer bruikbaar: Het moet, het kan, op voor het Plan.
Platform DSE (hoofdauteur John Huige)