Groeiverslaving

Commentaar bij het rapport Naar een Dienstbaar en Stabiel Bankwezen van de Commissie Structuur Nederlandse Banken

Het rapport van de commissie Wijffels over het Nederlandse bankwezen is positief ontvangen. Niet ten onrechte. Het rapport is helder geschreven, zeer informatief, geeft inzicht in zwakke elementen in het bankwezen en bevat een veelheid van op zich relevante aanbevelingen. Toch zijn wij zeer teleurgesteld over dit rapport. Die teleurstelling heeft vooral te maken met de analyse die de commissie maakt van het huidige financiële stelsel en het missen van de kern van het probleem: geldcreatie door particuliere banken.

Verslag werkgroep groeiverslaving (9)

Verslag werkgroep groeiverslaving (9) congres FGD 2011.

Impressies en werkwijze:

De werkgroep werd goed bezocht. Zo’n 40 mensen deden mee. De betrokkenheid bij het onderwerp was groot. Het informatieniveau van de deelnemers was hoog. Interessant op te merken was ook dat het begrip krimp bij niemand kramp opriep. Dennis fungeerde als gesprekleider en John gaf een korte inleiding bij het onderwerp. Daarnaast hadden we een factsheet gemaakt en verspreid. Slides van de inleiding en de factsheet staan op de site www.platformdse.org . Na de inleiding werd de groep een zestal stellingen voorgelegd met de vraag deze in kleine groepjes te bespreken. In de groepjes werd met veel energie gewerkt. (powerpoint)

  1. Groene groei bestaat niet.

Toelichting: Elke vorm van groei leidt tot gebruik van grondstoffen en energie. Groene groei geeft een legitimatie aan voortgezette onduurzaamheid. We moeten juist ontgroeien. We gebruiken al anderhalve aardbol. Om stabiliteit te bereiken is een achteruitgang met een factor 4 nodig.

  1. Groene groei is noodzakelijk om te komen tot een verantwoorde en duurzame milieugebruiksruimte.

Toelichting: Landen in ontwikkeling en de ontwikkeling en verspreiding van duurzame technologieën maken het noodzakelijk dat er nog selectief verder kan worden gegroeid. Een ‘reboundeffect’ moet vermeden worden via een rigoureus groen belastingsysteem. Compensatieruimte voor 3-de wereldlanden bevordert snelle bevolkingsstabiliteit.

  1. Het bereiken van een duurzame economie lukt alleen met autoritaire maatregelen.

Toelichting: zonder een zeer stringent prijs- en distributiesysteem zullen consumenten altijd onduurzaam gedrag blijven vertonen. Ondernemers zullen verder gaan met hun vaak aan ecocide grenzende vernieuwingsdrang. Alleen met planmatige verdeling van de schaarse voorraden is een duurzame economie bereikbaar.

  1. Marktwerking via prijsprikkels en belastingmaatregelen is uiteindelijk de beste manier om tot een duurzame economie te komen.

Toelichting: Nu al is zichtbaar dat de markt veel sneller gaat dan de overheid als het gaat om verduurzaming. Door hieraan de juiste regie van de overheid toe te voegen via subsidies, duurzaam inkopen, innovatiebeleid, belasting op grondstoffen en belastingvoordelen voor groene producten wordt een enorme creatieve kracht ontsloten.

  1. NGO’s moeten zich als maatschappelijke kracht aaneensluiten om met hun leden en organisatiekracht een grote groene beweging te vormen.

Toelichting: Natuurorganisaties, kerken & humanisten, vredesbeweging, 3-de wereldbeweging, vakbeweging, milieorganisaties en alles en iedereen die duurzaamheid belangrijk vindt kunnen alleen in een gezamenlijke strategie overheden en bedrijven dwingen tot de noodzakelijke duurzaamheidstransitie. De urgentie is te groot om kleine verschillen nu te laten prevaleren.

  1. NGO’s in Nederland zijn juist door hun diversiteit in doelstelling, ledenbinding en lobbycontacten een belangrijke partner in de verschillende transitietrajecten.

Toelichting: NGO’s moeten hun verscheidenheid inzetten om in alle mogelijke maatschappelijke gebieden duurzaamheid te bevorderen. Vele NGO’s zijn sterker dan een grote massaorganisatie. Zoiets werkt alleen bij een relatief korte mobilisatieperiode zoals bij de grote antikernwapen demonstraties.

Bij deze stellingen werd de volgende vraag gesteld: Formuleer een ‘pitch’ om een ‘first follower’ te overtuigen (Waar / bij wie ligt het voor de hand om deze visie aan te kaarten; wie is de meest kansrijke actor?).

Rapportage groepen en vervolg:

Ad 1 Groene groei bestaat niet: In theorie is absolute ontkoppeling mogelijk. Rebound is daarbij een belangrijke valkuil. Om die absolute ontkoppeling te realiseren is het noodzakelijk om de verslaving en de daaronder liggende angstgedreven (verlies zekerheden) motieven van zeer reële alternatieven te voorzien. Sociale cohesie is daarbij een voorwaarde, evenals een goed ‘verhaal’ (storytelling). Een aanpak via betrokkenheid in de buurt zoals bij Transition Towns kan een goede invalshoek vormen.

Ad 2 Groene groei is noodzakelijk om te komen tot een verantwoorde en duurzame milieugebruiksruimte: Groei – en met name immateriële groei – is ook ontplooiing. Groei geeft ook maatschappelijke dynamiek. Om op juiste wijze over groei te kunnen spreken is een ander BBP – een andere manier om toegevoegde waarde te duiden – een absolute voorwaarde. Groei moet ook bezien worden in een continentale (Noord-Zuid) verdeling waarin voor delen ook (materiële) groei mogelijk is.

Ad 3 Het bereiken van een duurzame economie lukt alleen met autoritaire maatregelen: Het beste is een verandering die bottom up plaatsvindt. De echte verandering vindt plaats als ook de morele autoriteit verandert. Groei moet ontmaskerd worden als geluksbrenger. Alle democratisch gekozen lichamen (het primaat van de politiek blijft geldig!) moeten fungeren als democratische verleiders. Het actuele vertrouwen hierin is overigens niet groot.

Ad 4 Marktwerking via prijsprikkels en belastingmaatregelen is uiteindelijk de beste manier om tot een duurzame economie te komen: De overheid dient kaders te stellen voor de markt. Prijsprikkels blijken daarbij niet te werken. Quotering is echter een goed en aanvaard middel (denk aan melk- en visquota en aan emissierechten). Zoiets moet uiteindelijk voor Nederland, EU en mondiaal vastgesteld worden. Grote vraag is kunnen we een creatief systeem bedenken om niet op de overheid (en St Juttemus) te hoeven wachten.

Ad 5 en 6 (5) NGO’s moeten zich als maatschappelijke kracht aaneensluiten om met hun leden en organisatiekracht een grote groene beweging te vormen. (6) NGO’s in Nederland zijn juist door hun diversiteit in doelstelling, ledenbinding en lobbycontacten een belangrijke partner in de verschillende transitietrajecten: Vraag is aaneensluiten of een federatief verband met een eigen identiteit? NGO’s kunnen belangrijke partners in duurzaamheid zijn. Storytelling als verbeelding van een duurzame levensstijl met zo concreet mogelijke voorbeelden voor een periode over 5 – 10 jaar is belangrijk.

Niet ingegaan is op de vraag naar 1-st follower / meest kansrijke actor.

Zo’n 22 mensen reageerden positief op de vraag of ze met het onderwerp van de werkgroep verder zouden willen gaan. Moeten dan inzoomen op de kern van de thematiek in de zin van een routeplan en bijbehorende strategie. Eerste opgave is hiervoor een agenda te maken en na te gaan hoe eerste stappen gezet kunnen worden.

Dennis Mike van den Berg

John Huige



Fair & Green Deal: geen groei maar bloei

Fair & Green Deal: geen groei maar bloei

Concept Basisdocument voor de vierde Conferentie van Tilburg
3 februari 2010, Alliantie Fair & Green Deal

“Like all revolutionary new ideas, the subject has had to pass through three stages, which may be summed up by these reactions:
(1) ‘It’s crazy – don’t waste my time.’
(2) ‘It’s possible, but it’s not worth doing.’
(3) ‘I always said it was a good idea.'”

Arthur C. Clarke
sciencefictionschrijver (1917 – 2008)

Een economie die harmonie voorop stelt in plaats van groei. Die álle mensen op de wereld in hun behoeften voorziet; die teruggeeft wat zij neemt en volledig op duurzame energiebronnen draait. Een economie die problemen niet afwentelt op volgende generaties of mensen in arme landen maar leidt tot een rechtvaardiger wereld, met respect voor alles wat leeft…

Dat klinkt als een utopie, mijlen ver verwijderd van de dagelijkse praktijk. Toch is het mogelijk, juist nu. Want ons huidige economische systeem, dat marktwerking en winstmaximalisatie tot dogma heeft verheven, stevent regelrecht af op een wereldwijde energie-, voedsel-, en milieucrisis. Met nog scherpere tegenstellingen tussen arm en rijk. Met toenemende maatschappelijke spanningen. En met een dramatisch verlies aan ecosystemen.

De tijd is er rijp voor. Sinds de financiële crisis zien steeds meer mensen in dat we met onze ‘groeiverslaving’ op een doodlopend spoor zitten. Ook de zichtbare gevolgen van een veranderend klimaat en de olieramp in de Golf hebben daartoe bijgedragen. Alleen is de vraag: ‘hoe moet het dan wel?’

De Alliantie Fair & Green Deal neemt bij het beantwoorden van deze vraag het voortouw. Voor de Vierde Conferentie van Tilburg ontwikkelen we een visie en programma’s, op basis waarvan we binnen korte tijd (maximaal vijf jaar) een economische omwenteling in gang zouden kunnen zetten. Tot voorbeeld strekken ons de New Deal waarmee Roosevelt de VS er in de jaren dertig weer bovenop hielp, de oorlogseconomie van Churchill en de wederopbouw van Nederland na de Tweede Wereldoorlog.

De weg ernaartoe zal niet gemakkelijk zijn, maar wel buitengewoon uitdagend. Want van veel zaken ligt nog open hoe ze aangepakt moeten worden. Het vraagt om bezinning op tal van bestaande denkbeelden; om vernuft en doorzettingsvermogen; om bevlogen leidinggevers, die buiten gebaande kaders durven denken. En het vraagt om burgers die open staan voor vernieuwing en af en toe bereid zijn een stapje terug te doen.

We geloven in de kans van slagen. Want het aantal individuen, bedrijven en organisaties dat werkt aan duurzame en solidaire oplossingen groeit wereldwijd tegen de klippen op. De verandering is dus al gaande maar moet veel beter gefaciliteerd worden en niet langer tegengewerkt. Dat vraagt om krachtig overheidsbeleid, duidelijke nationale en internationale wetgeving en een boost in duurzame investeringen.

We staan in die opvatting niet alleen. Steeds meer economen en politici pleiten voor andere maatstaven van welvaartsgroei, en komen met intelligente analyses en oplossingen. Vrijwel allemaal komen zij erop uit dat we toe moeten naar een economie die wel bloeit maar niet groeit. Er zijn hier meerdere ‘modellen’ voor– met telkens andere accenten – zoals de Steady State Economy, solidaire economie, ecologische economie, zorgeconomie, participatieve economie, post growth economy en postkapitalistische economie. In het document ‘Werken aan een eerlijke economie’ lees je daar meer over (zie www.PlatformDSE.org).

Helaas hebben de Nederlandse regering en een belangrijk deel van het Nederlandse bedrijfsleven geen oog voor de nieuwe ontwikkelingen. Integendeel, groei en ongereguleerde marktwerking is meer dan ooit het devies. De leidende politieke partijen bagatelliseren de grote mondiale sociale en ecologische problemen en zaaien zelfs twijfel over de omvang, aard en urgentie. Nu gebeurt dat weliswaar in meer landen, maar de enorme stap terug die Nederland daarbij heeft gedaan – van gidsland tot struisvogelland – is ongekend.

We hebben de indruk dat dit mede komt door een aantal misverstanden over de positie van Nederland in de wereld. “We moeten als klein land niet altijd voor de troepen uit willen lopen”, is het vaak gehoorde devies. Daarnaast wordt hier, sterker dan in veel andere landen, een duurzame en sociale samenleving vereenzelvigd met een links, ‘socialistisch’ gedachtegoed – waardoor veel mensen ter rechterzijde, of uit het politieke midden zich er van afkeren.

Om te beginnen is Nederland niet zo klein als we vaak denken. In de woorden van premier Rutte: “Nederland heeft alles in huis om toonaangevend te zijn in Europa en de wereld. Nederland is de zestiende economie ter wereld, de vijfde investeerder, de tweede landbouwexporteur en de zevende handelsnatie.” Daar kunnen we nog aan toevoegen dat Nederland volgens het IMF het op zeven na rijkste land ter wereld is, en na Luxemburg het rijkste land van Europa (toegegeven, gemeten naar BBP, dat weliswaar in alle standaard economische analyses centraal staat, maar eigenlijk geen goed beel). Onze ecologische voetafdruk is bijna drieëneenhalf maal te hoog en drukt zwaar op de Zuidelijke landen. Zouden we deze voetstap als maatstaf nemen, dan heeft Nederland dus geen 16 miljoen maar circa 56 miljoen inwoners.

Toch gedraagt Nederland zich als Calimero zodra het gaat om zaken als het milieu, het klimaat of steun aan minderbedeelde landen. In de jaren negentig liepen we nog voorop met ons groene beleid, inmiddels komen we in de wereldwijde Environmental Performance Index niet verder dan de 47ste plaats. Met het aandeel duurzame energie in de energiemix behoort ons land tot de hekkensluiters van Europa. En ook de dagen dat Nederland maatgevend was op het gebied van ontwikkelingshulp zijn voorbij.

Op deze manier laden we de verdenking op ons wel de lusten maar niet de lasten te willen dragen. Dat is slecht voor ons imago en het zal niet lang duren voordat andere landen ons hierom links laten liggen. De afstraffing zou ook nog uit andere hoek kunnen komen: onze laaggelegen delta krijgt als een van de eerste problemen wanneer niet snel wereldwijd werk wordt gemaakt van klimaatmaatregelen. Dat het (kennis)rijke Nederland daarin het voortouw neemt, is niet alleen wenselijk maar ligt zelfs volstrekt voor de hand.

Het is een misverstand dat een economie die niet groeit, zou stagneren. Het tegendeel is waar: juist een economie die alsmaar hoge groeicijfers nastreeft, loopt tegen zijn grenzen aan. De bankencrisis is wat dat aangaat een niet mis te verstane waarschuwing. Deze heeft geleid tot daling van nationale inkomens, stijging van overheidstekorten, faillissementen van gevestigde financiële instellingen, overheidsingrijpen om banken te redden, stijgende werkloosheid en het dreigende bankroet van hele landen.

Ook in ons land leven mensen daardoor in onzekerheid over hun baan, is er zware druk om lonen te verlagen, arbeidstijden te verlengen, pensioenleeftijden te verhogen, lasten te verzwaren en slechtere werkomstandigheden te accepteren. Dit wordt gepresenteerd als noodzakelijk kwaad om de hoog opgelopen staatsschulden terug te brengen. Maar zonder de intentie om herhaling van een crisis te voorkomen en zonder een plan voor een duurzame, non-speculatieve economie, werken deze maatregelen het graaisysteem dat voor alle ellende heeft gezorgd slechts verder in de hand.

En het kan zoveel beter! We hoeven maar over de grens te kijken naar Duitsland. Daar begon men ruim tien jaar geleden met een wettelijk geregeld feed-in systeem dat een grote stijging van decentrale opwekking van duurzame energie tot gevolg had. Het aandeel duurzame energie ligt er inmiddels boven de 10 procent en er zijn driehonderdduizend mensen werkzaam in deze industrietak (in Nederland ongeveer vijfduizend).

In Nederland is men huiverig voor een dergelijke overheidsbemoeienis met de markt. Maar als dit voorbeeld iets duidelijk maakt, is het wel dat een krachtige regelgeving de vrijheid van het ondernemerschap helemaal niet in de weg hoeft te staan. Ondernemers hebben er met het oog op hun langetermijninvesteringen juist belang bij. Niet voor niets hebben in Groot-Brittannië ook the Conservatives onder Cameron enthousiast ingestemd met een Klimaatwet waarin relatief stevige klimaatdoelen voor langere termijn zijn vastgelegd. Het belasten van energieverbruik in plaats van arbeid is een andere ingreep die niet op gespannen voet staat met ‘liberale’ verworvenheden. En zo zijn er tal van maatregelen denkbaar die de noemer ‘links’ of ‘rechts’ ontstijgen en het algemeen belang van de gehele mensheid dienen.

Toch zien veel mensen hierbij een sombere Orwelliaanse wereld voor zich, waarin de welvaart tot een dieptepunt is gedaald, goederen op de bon moeten en veel mensen werkloos zijn. Dat beeld is volkomen onterecht. Waarom zouden we dat laten gebeuren? Zo kunnen banen en basisinkomen door de gemeenschap worden gegarandeerd, net zoals dat nu het geval is met onderwijs en verpleging. De werkloosheid kunnen we terugdringen door gemiddeld minder te gaan werken. Dat geeft meer tijd voor ontspanning, sociale contacten, scholing, enzovoort.

Wel neemt in een dergelijke samenleving de algehele consumptie en behoefte aan luxe af. Elk jaar op vliegvakantie hoort dus niet in het plaatje thuis. Zo kunnen we onze ecologische voetafdruk sterk verminderen. Dat geeft mensen die het nu heel slecht hebben de kans om eindelijk ook mee te doen; om niet hun land te hoeven ontvluchten in de hoop op een beter bestaan. Ook geeft het de aarde de kans zich te herstellen van onze ingrepen op milieu en klimaat. En tot slot: door ons nu te bezinnen op ons economische systeem, bewaren we een mooie, gezonde wereld voor onze kinderen en kleinkinderen.

Een eerlijke groene deal toch?

workshop 9

Concept versie

Workshop 9: Hoe ontgroeien we de groeiverslaving? Een communicatiestrategie voor de F&GD

Conferentie Routeplan voor een Eerlijke Economie, 3 februari 2010

Leiding: John Huige en Dennis van den Berg

Achtergrond

De overgang van de huidige naar een echt duurzame economie in de rijke consumptielanden zal gepaard gaan met een grote achteruitgang van de materiële consumptie ten faveure van een grotere immateriële consumptie en een gemengde groei in ontwikkelingslanden. De systematische negatie van deze boodschap (door mensen die het wel weten) is reden voor openlijke verwondering en soms ook boosheid. We willen in deze workshop nagaan hoe we ‘degrowth’ op de politieke / maatschappelijke agenda kunnen krijgen zonder de gebruikelijke schrikreacties die hierbij horen.

  1. Op grond van alle bekende ‘aanwijzingen’ – voetafdruk, klimaatwijziging, vermindering biodiversiteit, opraken grondstoffen, groeiende mondiale ongelijkheid, degradatie landbouwgrond, vervuiling, groei- en consumptieverslaving, en nog veel meer – is het noodzakelijk om met enige urgentie strategieën te ontwikkelen die reëel perspectief bieden op een sociaal houdbare en ecologisch duurzame wereld. In onze ogen zijn er een aantal groeipaden te formuleren die in deze situatie mogelijk zijn:

    1. We gaan door in een ‘race to the bottom’ en zien wel waar het schip strandt –inclusief het gevaar van majeure internationale conflicten.

    2. We ontwerpen een strategie waarin de armsten der aarde op een sociaal aanvaardbaar niveau komen, waarin de groei in de rijke landen niet verder mogelijk is en zelfs iets achteruit gaat.

    3. We formuleren een strategie waarin sprake is van een gemiddeld aanvaardbare milieugebruiksruimte van elke wereldburger. Deze ruimte is maatgevend voor te nemen maatregelen per land / regio.

  2. De keuze voor strategie b en veel meer nog voor strategie c vergt een forse teruggang van het traditionele BBP. In termen van een nieuwe duurzame en sociale economie hoeft het breed geformuleerde welvaartsniveau zelf niet minder te worden. Maar zo een economie is solidair (ook internationaal) en gedematerialiseerd. Voor de te nemen maatregelen in deze richting is een hele serie maatregelen nu al uitgedacht en onmiddellijk toe te passen. Als deze alternatieven worden toegepast is het maatschappelijk kader wel van belang, want het gaat om een aantal maatregelen die bij elkaar voldoende zijn in de richting van een ‘degrowth’ samenleving. Dat vergt niet minder dan een echte mobilisatie. Wij denken dat het geven van een opsomming van ‘laaghangend fruit’ in een hoopgevende lijst gezet een politiserende werking kan hebben. We denken voorts dat er al veel studie gedaan is om de economie in een ander –‘degrowth’- paradigma te plaatsen en dat hiervan ook een lijst gemaakt kan worden die het nieuwe debat kan inspireren.

  3. De ‘roadmap’ die we op grond van bovenstaande uitgangspunten / beschouwing kunnen uitwerken kent een aantal kenmerken:

    1. Het is belangrijk om ‘degrowth’ als thema te agenderen, want: “De strategie van zelfmisleiding heeft zijn grenzen bereikt”: Tim Jackson

    2. Wat is er nodig voor de noodzakelijke mobilisatie? Hoe krijgen we draagvlak voor de ‘noodzaak’ van deze richting.

    3. Dus onze alternatieven moeten beter, goed onderbouwd en aantrekkelijk zijn Tony Judt: …“it must be sufficiently better to make up for the evils of the transition”.

  4. Vragen bij de roadmap voor ‘degrowth’:

    1. Hoe ontwerpen we een aantal stappen om dit op de agenda te zetten?

    2. Hoe ontwerpen we een effectieve communicatie over ‘degrowth’?

    3. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat deze boodschap positief is in de vooruitzichten voor: Duurzaamheid, Grotere inkomenszekerheid en minder ongelijkheid. Positief is in de toename van de immateriële welvaart.

  5. De doelgroep voor deze boodschap bestaat in eerste instantie uit kaderleden politieke partijen, vakbeweging, leden NGO’s en media.

De inrichting van de workshop:

  • Een korte inleiding in de thematiek. Bedoeld om de aanwezigen in de workshop een gelijk referentiekader aan te bieden aan de aanwezigen. Inzet is niet de bespreking van de noodzaak voor degrowth maar veel meer de vraag hoe we degrowth kunnen organiseren / agenderen. Daarvoor presenteren we 10 talking points. 10 korte goed communiceerbare zinnen waarin de hoofdargumenten en noodzakelijke stappen voor degrowth worden gegeven. Te vergelijken met oneliners van politici, maar wel op inhoud gebaseerd.

  • In meerdere kleine subgroepen – ingedeeld naar doelgroepen – worden een of twee van de talking points opgepakt met de opgave hier een korte krachtige overtuigende pitch van te maken. Doelgroepen zie boven. Nadruk bij de pitch op agenderen, hoe kun je organisaties / personen leren een elegante draai te maken (van onduurzaam > duurzaam)

  • Plenair brengen van de pitches, bespreken van hun effectiviteit en kansen van de agendering en de stappen met de termijnen die genoemd worden.

  • We willen proberen tijdens de workshop al een bijeenkomst te melden voor een vervolg van de discussie.

Tien ‘talking points’; ongemakkelijke feitjes en blijde vooruitzichten:

  1. In 2030 hebben bij het huidige groeitempo twee werelden nodig om onze consumptieve behoeftes te dekken. Living Planet Report 2010. Als we er niet in slagen om binnen 10 jaar een serieuze transitie op gang te hebben naar een sociaal-ecologische economie (SEE) wordt het oorlog.

  2. Onze vrijheid van materiële bestedingen moet sterk achteruit. Een teruggang met een factor 4 zou weer meer evenwicht kunnen brengen in de belastbaarheid van de aarde. Voor ontwikkelingslanden is nog wel materiële groei nodig en mogelijk.

  3. Cognitieve dissonantie is een psychologisch begrip dat aangeeft dat mensen kennis kunnen hebben van situaties of feiten, maar die niet leiden tot een aanpassing van hun gedrag. Hoe kunnen we de spanning daarover verhogen en positief aanwenden voor gedragsverandering richting SEE.

  4. De huidige neoliberale markteconomieën zijn ingericht op basis van winstmaximalisatie en externalisering van zoveel mogelijk (milieu)kosten (opraken grondstoffen, CO2-belasting, vervuiling, ongelijkheid inkomen en vermogen). Willen we een marktsysteem behouden?

  5. Prijsbeleid, financieringsbeleid en inkomensbeleid zullen aan strenge regels onderworpen moeten worden. Willen we daarvoor onze ‘vrijheid’ opofferen?

  6. In SEE kan er sprake zijn van werkelijke internationale solidariteit. Geen uitbuiting meer via goedkope arbeid of grondstoffen, maar reële prijzen en ruimte voor eigen ontwikkeling.

  7. In SEE is het octrooirecht afgeschaft, waardoor de nodeloze en milieuonvriendelijke vernieuwingsdrang kan verdwijnen.

  8. In SEE is er de zekerheid van een basisinkomen en het werkbegrip is verruimd naar alle soorten arbeid.

  9. In SEE is er meer betrokkenheid van mensen bij lokale problemen.

  10. In SEE is internationale ruil niet meer dominant, maar is de regionale economie de leidende economische kracht.

(dezelfde tekst als pdf-file)

Factsheet

Powerpoint