Nieuwe ramingen van het CPB: business as usual

Door Lou Keune

Op 28 februari zijn de nieuwe economische ramingen van het CPB verschenen, zie hieronder. Bij de presentatie daarvan ging het vooral om:

-het dalende (2013) respectievelijk licht stijgende (2014) Bruto Binnenlands Product – BBP, dus de economische groei of krimp;
-het begrotingstekort (valt mee);
-de werkgelegenheid (werkloosheid blijft oplopen);
-en de stagnerende binnenlandse bestedingen.
Wat dat laatste aangaat: de grootste “schuldige” in veel commentaren is de consument “die de knip op de beurs houdt”, daardoor het economisch herstel tegenhoudt; dit in tegenstelling tot de groeiende wereldmarkt, want de export blijft het goed doen.

Je kunt voorspellen in welke richting het beleid zal gaan:

-verdere bezuinigingen, ondanks dat daardoor de binnenlandse bestedingen verder krimpen;
-consumenten oproepen om hun plichten niet te verzaken dus meer te gaan uitgeven;
-verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt met tegelijkertijd nog straffer optreden tegen de werklozen (over blaming the victim gesproken);
-en verdere beperkingen van de sociale voorzieningen.

Aan de structuur van de financiële sector (toch de aanjager van de huidige financieel-economische crisis) zal niets worden gedaan behalve wat kleinere punten als verhoging van de door de banken aan te houden buffers, en beperking van de bonussen. Er wordt niets gedaan aan de creatie van de geldhoeveelheid. Niets meer wordt gehoord over de zo noodzakelijke splitsing banken in zakenbanken en consumentenbanken, en in kleinere banken. Kortom business as usual. Het neoliberale pad wordt verder gevolgd ondanks dat dat de huidige financieel-economische crisis heeft veroorzaakt.

En dat leidt tot rare consequenties. Neem bijvoorbeeld de stagnerende binnenlandse bestedingen en het afnemende consumentenvertrouwen. Natuurlijk heeft dat gevolgen voor bijvoorbeeld de werkgelegenheid. Maar ecologisch en sociaal gezien zitten er belangrijke voordelen aan: onze ecologische voetafdruk stijgt niet of minder, de CO2 uitstoot idem, wij leggen minder beslag op menskracht (is al dat werken nu echt nodig?) en zeker op onderbetaalde arbeidskrachten hier in en ontwikkelingslanden. Daar komt bij dat veel van de consumptie onderhevig is aan afnemend grensnut; het gaat steeds minder om bevrediging van reële behoeften. Wel worden mens en milieu door die consumptie zwaarder belast. En als het gaat om de werkloosheid: je kunt die ook zien als een vorm van bevrijding van de arbeid. Want er hoeft minder gewerkt worden. Natuurlijk, dat minder werken heeft voor de mensen die door werkloosheid worden getroffen ernstige consequenties. Maar daar kun je in structurele zin heel wat aan doen. Bijvoorbeeld herverdeling van de arbeid, en inrichting van een basisinkomen voor iedereen, beiden te financieren vanuit de fondsen voor werkloosheiduitkeringen en voor bijstandsuitkeringen. Kortom, je kunt daar ook op een andere manier tegen aan kijken. Maar daarover wordt niets gehoord.

Het Platform DSE heeft zich regelmatig bezorgd gemaakt over de manier waarop economisch wordt gemeten, zie de hieronder vermelde PDSE publicaties. Zo is er veel kritiek op de indicator Bruto Binnenlands Product – BBP die door o.a. het CPB tot centrale rekeneenheid is verheven. Die indicator geeft een onjuist beeld van bijvoorbeeld de in de samenleving voortgebrachte toegevoegde waarde. Een ander kritiekpunt is dat allerlei voor ook de economische analyse van belang zijnde ecologisch-economische en sociaaleconomische indicatoren niet worden meegeteld.  Zou dat wel gedaan zijn, dan zou er een heel ander beeld van de staat van de economie gegeven worden, zie bijvoorbeeld onze alternatieve Macro Economische Verkenning Plus. Nu beperkt het CPB zich hoofdzakelijk tot financieel-economische data.

In de hieronder genoemde Kerngegevens van het CPB staat een handige tabel van de gehanteerde indicatoren. Het wordt tijd om daar andere economische indicatoren aan toe te voegen en zo de economische beeldvorming adequater te maken. Daarbij zou dan aan de volgende indicatoren gedacht kunnen worden, zie ook onderstaande PDSE publicaties:

-de Human Development Indicator – HDI;

-de Multidimensional Poverty IndexMPI;

-de Leefsituatie Index – LSI;

-de Betaalde/Onbetaalde Arbeid coëfficient – BOA;

-de Gini coëfficiënt voor inkomensverdeling

-de omgekeerde ontwikkelingshulp, met name de illicit financial flows;

-de Index for Sustainable Economic Welfare – ISEW;

-de Sustainable Society Index – SSI;

-het Duurzaam Nationaal Inkomen – DNI;

-de Ecologische Voetafdruk – EV;

-de Living Planet Index – LPI;

-de CO2 uitstoot;

-de financieeleconomische schuld van Nederland, publiek en privaat;

-de ecologische schuld van Nederland, te berekenen op bijvoorbeeld de ecologische voetafdruk van de laatste twee decennia;

-de internationale sociale schuld van Nederland, te berekenen op bijvoorbeeld de illicit financial flows van de laatste twee decennia.

Natuurlijk, de uitbreiding van de lijst van indicatoren zal tot extra rekenwerk leiden. Maar dan heb je ook wat, een veel beter zicht op wat er economisch gezien gaande is en op de noodzaak van werkelijk nieuw beleid. Bovendien, de kerngegevens van het CPB betreffen al enkele tientallen indicatoren, daar kan best nog wat bij.

Bronnen:

Persbericht CPB

Kerngegevens CPB

Platform DSE: Beter Meten van Welvaart en Welzijn – Indicatoren voor een Duurzame en Solidaire Economie (2012)

Platform DSE: Macro Economische Verkenning 2013 + (2012)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.