Dit jaar verscheen voor het eerst de Monitor Brede Welvaart (MBW). Daarin wordt beschreven wat de kwaliteit van leven in Nederland is (‘hier en nu’), of die kwaliteit houdbaar is (‘later’), en of die niet ten koste gaat van mensen in andere landen, met name ontwikkelingslanden (‘elders’). Platform DSE was blij met de Monitor, maar miste de verbinding met Prinsjesdag. Als in mei de stand van zaken via de MBW in kaart wordt gebracht, ligt het voor de hand daarop ook het beleid te baseren zoals dat op Prinsjesdag wordt voorgesteld. Die verbinding ontbrak echter. Gelukkig pleit nu ook de Raad van State in zijn advies over de Miljoenennota ervoor om die verbinding tot stand te brengen. Enkele fragmenten:


Kern van dit advies van de Afdeling [=Afdeling advisering van de Raad van State] is om bij het verwezenlijken van de ambities voor ons land het begrip “brede welvaart” meer centraal te stellen. De invalshoek van brede welvaart bevordert denken over lange termijn en over de toekomstgerichtheid van onze voorzieningen. Brede welvaart daagt uit om bij bestaande stelsels, regelingen en instrumenten na te gaan of deze de bedoelde (bevolkings-) groepen nog steeds bereiken, of ze voldoende onderlinge samenhang hebben en ook nog voldoende toegesneden zijn op het op te lossen probleem. Deze invalshoek kan behulpzaam zijn om scheidslijnen in de samenleving te overwinnen, en politieke antwoorden op de door burgers ervaren problemen te formuleren.

En:

De Afdeling adviseert de MJN (Miljoenennota) te benutten om jaarlijks toekomstgericht een beschouwing te geven over de vraag hoe de regering de doelstelling van brede welvaart, lees: “ervoor zorgen dat Nederland ook voor toekomstige generaties een prima plek blijft om te wonen, te werken en te ondernemen”, steeds een stap naderbij denkt te brengen. Een dergelijke beschouwing moet samenhang, consistentie en voorspelbaarheid van het overheidsbeleid, en het consequent uitvoeren daarvan, bevorderen.

Dit wordt verderop uitdrukkelijk gekoppeld aan de Monitor Brede Welvaart:

De eerder genoemde Verkenning en Monitor spelen een nuttige rol bij het terugkijken en bij de verantwoording achteraf van overheidsbeleid. Deze benadering kan echter ook bijdragen aan het ontwikkelen van (nieuw) overheidsbeleid dat op meer gericht is dan op groei en inkomen. Gelet op de zich verscherpende scheidslijnen in de samenleving, is dergelijk overheidsbeleid onmisbaar. Volgens de Afdeling is het dan ook nuttig om het begrip brede welvaart eveneens vooruitkijkend te gebruiken en het voorgenomen (lange termijn) beleid te beschouwen vanuit de vraag in welke mate het bijdraagt aan brede welvaart. Daartoe zou de MJN telkens een aanzet kunnen geven door op hoofdlijnen in te gaan op de vraag wat de impact is van overheidsbeleid op de brede welvaart en hoe verschillende maatregelen in dit verband op elkaar inwerken. Zo’n beschouwing kan regering en parlement behulpzaam zijn bij het komen tot politieke afwegingen en het tonen van die afwegingen aan burgers. Een toekomstgerichte beschouwing over brede welvaart kan aldus bijdragen aan vertrouwen in overheidsbeleid en de voorspelbaarheid daarvan vergroten. Een periodieke beschouwing geeft daarnaast ook mogelijkheden om telkens enkele thema’s nader te verdiepen.

Het kabinet reageert als volgt op het voorstel van de Raad van State:

Het kabinet onderschrijft het belang van brede welvaart, en is van mening dat de Monitor een nuttige bijdrage kan leveren aan het politieke debat, door een beeld te geven op welke terreinen Nederland goed scoort en waar er maatschappelijke uitdagingen zijn. Daarnaast helpt de Monitor om de langetermijntrends te zien, los van conjuncturele schommelingen.
Daarbij geeft de Afdeling aan dat er geen definitieve set van gedetailleerde indicatoren voor brede welvaart bestaat. Het kabinet wijst er tevens op dat de Monitor op dit moment nog in ontwikkeling is. Waar de reikwijdte van de Monitor helpt om op een groot aantal terreinen een beeld te geven hoe Nederland er voor staat, leidt deze breedte er tevens toe dat het complex is om het volledige voorgenomen kabinetsbeleid te beschouwen in het licht van alle dimensies van brede welvaart. Ook is het complex om de effecten van voorgenomen beleid op verschillende indicatoren van brede welvaart goed in kaart te brengen. Waar bijvoorbeeld het CPB veel ervaring heeft met het in kaart brengen van de budgettaire en macro-economische effecten van overheidsbeleid, is er vaak minder ervaring met het vooraf schatten van de effecten van beleid op andere terreinen. Een dergelijke beschouwing vooraf van de effecten van overheidsbeleid zou dus met substantiële onzekerheid omgeven zijn.
Het kabinet informeert de Tweede Kamer rond Prinsjesdag nader over de mogelijkheden om de Monitor te integreren in de algehele besluitvorming, zoals verzocht door de motie-Van Raan en Beckerman.

Het kabinet is er dus niet tegen, maar vindt het nog een beetje ingewikkeld om de Monitor zo te gebruiken, en rapporteert binnenkort over de mogelijkheden n.a.v. de motie van Van Raan en Beckerman. Al in 2012 publiceerde Platform DSE een MEV+ 2013, om te laten zien hoe de Macro Economische Verkenning die met Prinsjesdag verschijnt ook ecologische en sociale factoren mee zou kunnen nemen. Het is goed te zien dat we langzamerhand die kant op gaan.