verslag Thijs Struijk
Deelnemers
Paul Metz (Integer Consult) Geert Janssens (Verbond van Kristelijke Werkgevers), Eddy Haket (bestuurder vakcentrale MHP), Paul de Beer (bijzonder hoogleraar Arbeidsverhoudingen, UvA), Daan Dijk (Rabobank, Nederland), Bram Rutgers van de Loeff (secretaris Global Compact Nederland; lid adviespanel Triodosbank), Jeroen Visser (beleidsmedewerker FNV), Kajetan Hetzer (SNS Asset Management/SNS REAAL Waterfonds)
Hiernaast zijn nog ruim 20 geinteresseerden aanwezig.
Inleidend
Dhr Paul Metz is voorzitter/gespreksleider van de workshop. Metz is als onafhankelijk adviseur bekend met bedrijfsleven en overheden. In het bedrijfsleven zijn er volgens hem grote verschillen in perceptie van de problemen.
Metz zelf geeft aan dat hij in het kader van de ecologisch toestand enerzijds een pessimist is, vanwege bestuurders, maar een optimist is vanwege de voortschrijdende technologische inzichten en ontwikkelingen. Hij is benieuwd wat Sociale Partners zichzelf voor rol toebedelen in wat ze kunnen betekenen voor/tegen het ecologische verval.
Het is de bedoeling dat hoofdsprekers in 10 minuten de stellingen doornemen en daarop volgend de verschillende discussianten 4 minuten. Metz geeft aan dat hij de stellingen nogal normatief van aard vindt.
Hoofdspreker 1. Janssens Download
Volgens Janssens is het huidige economische model vrij goed in staat om met de ecologische problematiek om te gaan. Het zal op punten slechts bijsturing nodig hebben. Het BNP/BBP is volgens Janssens een goede maatstaf. Daarnaast zijn er geen kwantitatieve methoden voor handen om geluk te meten.
Als ik hem goed heb begrepen ligt de kracht verscholen in 1. democratie 2. vrije markt 3. de technologische factor.
Janssens vervolgt in een rap tempo zijn betoog en gaat verder in op stelling 2. Wat is immateriële welvaart? De monetaire economie is in staat om zaken een prijskaartje te geven, rendabel te maken en zo kan iedereen zich ontplooien. Het kapitalisme brengt ongelijkheid, maar deze wordt tegelijkertijd ook weer afgevlakt. Te veel gelijkheid is ook niet goed. “Het primaat van herverdeling is valser dan verrijking.”
In stelling 3 beaamt Janssens dat de urgentie hoog is. Echter Sociale Partners gaan de kar niet trekken omdat zij de gevechten in hun eigen loopgraven moeten voeren.
Tot slot zegt Janssens dat globalisering een uitdaging is en dat er geen beter alternatief is dan die van de vrije markt. Opmerkelijk is zijn standpunt dat een goede prijs voor een vat olie rond de 100$ of zelfs hoger zou moeten liggen om een goed milieubeleid op innovatie te kunnen voeren.
Hoofdspreker 2. Haket Download
Als tweede komt Eddy Haket van de vakbond MHP aan het woord.
Haket start met de opmerking dat het eco-component relatief nieuw is voor de Sociale Partners. Hij voegt eraan toe dat er via internationale wegen voor het MHP wat mogelijk moet zijn. Volgens Haket zou een stimulering van telewerken een bijdrage kunnen leveren aan de milieuproblematiek. Hierin kan Sociale Partners een belangrijke rol spelen vanuit het oogpunt van de CAO.
In reactie op stelling 1, geeft Haket aan dat er veel meer moet worden ingezet op ketenaansprakelijkheid om bijv. kinderarbeid te voorkomen. Laat wat de welvaartsindicatoren betreft het CPB en het CBS onderzoek doen naar andere criteria, aldus Haket. Het huidige BNP kan blijven, maar moet vooral in haar context worden bekeken.
Volgens Haket is herverdeling niet van belang, echter een onderbouwing hiervan heb ik niet kunnen optekenen. Welzijn is uiteraard wel belangrijker dan welvaart.
Inleidend op stelling 3 zegt Haket dat 60% van de leden tevens lid is van een milieuorganisatie als Greenpeace, WNF etc… Echter de leden willen niet dat de Sociale Partner zich gaat bemoeien met milieu, want daar zijn de milieu-organisaties voor. Wellicht kunnen de Sociale Partners wel meer de handen in een slaan met de milieu-organisaties. Op de vraag of de milieu-organisaties dan in de SER vertegenwoordigd zouden moeten zijn, antwoord Haket ontkennend omdat daar niet over ecologisch beleid wordt gesproken.
Volgens Haket zouden Sociale Partners in de kantlijn wel hun leden kunnen informeren en zo kunnen bijdragen aan het consumentenbewustzijn met betrekking tot milieuzaken.
Discussianten
Paul de Beer: De economie moet wel bijgestuurd worden, maar niet radicaal hervormd worden zoals Susan George betoogde. Er zal meer aandacht moeten komen voor andere indicatoren. Dit om meer evenwichtigheid te brengen in de richting van duurzaamheid.
Op de vraag of er een sociaal contract moet komen voor de Sociale Partners, antwoordt Beer dat dit zeker niet een primaire taak is voor de Sociale Partners. Wel kunnen de partners ervoor zorgen dat het eigen beleid niet strijdig is met milieuwaarden. Zo zou men de leden kunnen overtuigen van kwalitatieve voorwaarden in de CAO.
Werkgevers moeten niet meer koste wat het kost omzet/winst maximaliseren.
Daan Dijk: Dijk begint dat niet alles tegelijk mogelijk is. Volgens hem is de economie onderdeel van de natuur, meten in de economie is dan ook alleen om te meten in dat kleine deel van natuur.
Volgens Dijk zal er een mandaat vanuit de politiek moeten komen om beleid voor bijvoorbeeld Sociale Partners op hoofdlijnen te sturen.
2. Het huidige begrip op basis van het BNP moet op de helling en er moet ruimte gecreëerd worden voor nieuwe indicatoren.
3. Er is geen duidelijke consensus, dit betekent dat er meer besef nodig is.
Bram Rutgers van de Loeff: Duurzaam plastic = afbreekbaar plastic. Dit om de betekenis van de term duurzaamheid te benadrukken.
Innovatie is mogelijk binnen grenzen, maar geen blauwdruk.
Jeroen Visser: Allereerst is er een breder welvaartsbegrip nodig.
Visser wil zoeken naar mogelijkheden om het belastingstelsel te vergroenen.
Daarnaast is het BNP een prima indicator voor haar context. Daarnaast zouden nieuwe indicatoren nodig kunnen zijn om andere zaken te meten.
Kajetan Hetzer: Hetzer houdt zich bezig met het testen op duurzaamheid van beleggingsdoeleinden. Het bevorderen van duurzaamheid ziet hij ook als een belangrijk punt.
Hetzer vindt dat de zaken holistisch moeten worden bekeken. We leven in het “systeem aarde” en daar moeten we het mee doen. Het systeem aarde kent zijn grenzen.
Wat betreft het BNP vindt hij dat er aanvullingen moeten komen in de zin van andere instrumenten, indicatoren.
“Het waterverbruik neemt meer toe door consumptiegedrag dan door bevolkingstoename”. Hiermee wil Hetzer aangeven dat je het realistisch en praktisch moet benaderen.
Opmerkingen van overige aanwezigen
Kapitalisme dwingt => investeringen in slechte systemen, dit geldt ook voor Sociale Partners, zie landmijnen en klusterbommendiscussie van afgelopen jaar.
De Ecofootprint als indicator of gemonetariseerd.
Gelijke ecologische gebruiksrechten voor iedereen!
We leven in het zgn. democratische Westen, echter een van de machtigste factoren, de multi/transnationals worden niet democratisch bestuurd. Tijd voor bedrijfsdemocratie! Inspraak in wat er geproduceerd wordt en inspraak in waar men zich vestigt.
Opmerking Willem Hoogendijk bij workshop Sociale Partners,
conferentie Comfortabele Waarheid, Tilburg 10-1-08
NB. Tijd voor opmerkingen van de aanwezigen-zonder-spreekbeurt: één minuut. (voor zes mensen die hun vinger hadden opgestoken. Dus 6 minuten voor ‘het volk’. Kon Paul ook niet helpen. Teveel discussianten. Meer hoorcollege dan workshop. Punt voor de evaluatie.)
Er hebben hier drie bankiers als discussianten gesproken. Er zijn hier geen of weinig andere ondernemers. En dan bedoel ik echte ondernemers, niet gesalarieerde bobo’s van grote ondernemingen die zelf geen risico dragen maar wel vaak de woordvoerders zijn voor alle ondernemers. Bankiers gaan over kapitaal, de dominante productiefactor in de economie die, door zijn aandrijvende werking, voor groeidwang zorgt. Voor het kapitaal is de gewone ondernemer eigenlijk een arbeider in buitendienst. Hier is een bondgenootschap te sluiten met werknemers. Ik wil de bedrijvigheid bevrijden van die groeidwang en dus van het overheersende geldsysteem. Money from master to servant. Van nabij maakte mijn familie mee hoe een goed sociaal bedrijf als Stork in de jaren dertig door kapitaal van buiten werd overgenomen (meest waarschijnlijk wel) en zich hard ging opstellen.
De huidige, slechts 200 jaar oude, geldgedreven aanbod-economie dient weer vervangen te worden door een normale, gekalmeerde economie, afgesteld op de vraag – een vraag, weten we nu, die binnen milieugrenzen blijft. Met een flexibele bedrijvigheid, zowel qua organisatie van de arbeid als qua kapitaalbeloning. Ik kom uit bij een sociale markteconomie, zoals de Duitse bondspresident Erhardt die destijds voorstond, en dan nu donkergroen-bijgekleurd. Een sociaal-ecologische markteconomie ontdaan van dit verdwaasde kapitalisme. Ondernemers en werknemers aller landen, bevrijdt u van de geldgesel. Wij hebben een wereld te behouden!
Conclusie
Het was kort tijd om de rol van Sociale Partners goed uit te kunnen diepen. Echter vooralsnog kunnen we redelijkerwijs concluderen dat Sociale Partners hooguit in de kantlijn iets kunnen betekenen. Zij hebben andere belangen die zij moeten behartigen, zij kunnen hooguit zorgdragen dat de belangen die zij behartigen zo min mogelijk strijdig zijn met een duurzaamheidsdoelstelling.
Wel lijken alle partijen het er over eens te zijn dat het huidige model gebaseerd op het BNP op z’n minst aangevuld dient te worden met alternatieve indicatoren.
Woord achteraf van de verslaggever
In een tijd dat bij iedereen is doorgedrongen dat de urgentie om iets te doen aan de ecologische toestand hoog is, lijken we niet verder te komen dan problemen benoemen en zoeken naar enige consensus om de probleemstelling enigszins op gelijke manier op waarde te schatten. Daardoor lijkt de discussie te blijven hangen bij het goed of slecht bevinden van de huidige indicator en of deze vervangen of aangevuld moet worden of in de huidige vorm in stand kan worden gehouden.
Om een sterke beweging te maken om ook de samenleving als geheel mee te nemen in de nieuwe gewenste ontwikkeling zijn het de belangen van krachtdragende organisaties, zoals Sociale Partners, die deze beweging niet in een vloeiend kunnen laten verlopen.
Het zal de overtuiging en passie van een individu zijn binnen een dergelijke organisatie, die urgentie en prioriteit weet te bundelen in een overtuigend woordvoerderschap/leiderschap. De belangen van de leden van een vakbond zijn uiteraard in een CAO te vatten, echter deze zijn verder strekkend. Goede arbeidsvoorwaarden zijn helaas niet te garanderen als de ecologische toestand van het werkgebied deze arbeidsvoorwaarden onmogelijk maken. Hierin lijkt mij dus in de basis een fundamentele discussie nodig, hoe de goede arbeidsvoorwaarden ook milieutechnisch/ ecologisch gegarandeerd kunnen worden.

