In haar concept-maatschappelijk statuut maakt de Nederlandse Vereniging van Banken zich sterk voor transparantie, dienstbaarheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Platform DSE onderschrijft deze waarden met klem, maar vermoedt daar andere ideeën bij te hebben dan het bankwezen. Het Platform pleit in haar zienswijze voor fundamentele hervormingen die verder gaan dan integriteits-vraagstukken en de kapitaalbufferkwestie.

In meer algemene zin maakt het Platform zich zorgen over de afdwingbaarheid van de regelingen die getroffen worden, alsmede over de concrete maatstaven die gehanteerd zullen worden. Teveel worden in de nota formuleringen gebruikt die open einden suggereren. Dat maakt de nota ondanks alle goede bedoelingen boterzacht.

minder bubbels; geldschepping uit private handen

Inleiding

Het maatschappelijk statuut geeft, volgens de NVB, de gezamenlijke waarden van de Nederlandse bankensector weer en bevat uitgangspunten die iedere bank in de eigen bedrijfsvoering zal borgen. Deze vier punten luiden:

  1. De bankensector is pluriform en biedt klanten een divers keuzepalet
  2. Banken zijn betrouwbaar, dienstbaar en transparant
  3. Bankmedewerkers zijn integer, deskundig en professioneel en dragen zorg voor een zorgvuldige behandeling van klanten en andere stakeholders
  4. Vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen banken bij aan een duurzame economie

Het Platform Duurzame en Solidaire Economie (PDSE) juicht deze vier uitgangspunten sterk toe. Met deze uitgangspunten wordt erkend dat er binnen de bankwereld grote problemen op gebied van ethiek en maatschappelijke en ecologische verantwoordelijkheid zijn. Bezinning op deze punten is zeer gewenst.

Werkelijke realisatie van deze beleidsvoornemens krijgt pas reële en blijvende kansen indien zij gelijk opgaan met structurele hervormingen van het bankwezen. In deze nota wordt daar slechts zijdelings aandacht aan gegeven en is de realisatie daarvan niet geborgd. Wij reageren op het conceptstatuut aan de hand van de vier uitgangspunten.

  1. De bankensector is pluriform en biedt klanten een divers keuzepalet

Platform DSE gelooft in pluriformiteit en diversiteit. Dit zijn kwaliteiten die een samenleving veerkracht bieden en de risico’s van een rigide en monolithische economie verminderen. Met die risico’s zijn we de afgelopen jaren pijnlijk geconfronteerd. Europese burgers kennen inmiddels allemaal het fenomeen ‘too big to fail’. De sommen geld, goeddeels afkomstig van geïnde belastingen, die nodig waren om de wankelende financiële dienstverleners overeind te houden waren daarbij ‘too big to fathom’ – lees: astronomisch hoog. De voorstellen die in deze nota gedaan worden bieden nauwelijks tot geen garantie dat de burgers in de toekomst niet zullen opdraaien voor de gevolgen van te grote risico’s. Zo heeft Rens van Tilburg er onlangs (de Volkrant 3-5-2014) op gewezen dat zelfs met de totstandkoming van de Bankunie de burgers, bijvoorbeeld als belastingbetaler, als pensioengerechtigde of als werknemer, onvermijdelijk de gevolgen zullen ervaren van een mogelijke ineenstorting van één of meerdere systeembanken, linksom of rechtsom. Het verkleinen / opbreken van megabanken is volgens het Platform DSE een noodzakelijke stap om pluriformiteit en meer marktwerking in Nederland te realiseren, en ‘too big to fail’ te beëindigen. De scheiding tussen zakenbanken en nutsbanken is ons inziens daarbij een eerste, broodnodige stap. Wij zouden van de NVB graag concrete invulling willen zien.

  1. Banken zijn betrouwbaar, dienstbaar en transparant

Betrouwbaarheid, dienstbaarheid en transparantie zijn essentieel. Platform DSE vindt het opmerkelijk dat zes jaar na de kredietcrisis nog steeds niet duidelijk is wat banken precies doen. De NVB stelt: “De maatschappelijke kernfunctie van banken,het aantrekken van spaargelden en het uitzetten daarvan in de (reële) economie via beleggingen en leningen aan consumenten en bedrijven, is daarbij leidend”. Hoe kunt u met deze beschrijving verklaren dat de geldhoeveelheid de afgelopen jaren is geëxplodeerd? Wij constateren, net als de Bank of England, Lex Hoogduin en talrijke anderen, dat de rol van banken anders is. De Bank of England stelt (2014): “Rather than banks receiving deposits when households save and then lending them out, bank lending creates deposits. [1]” Lex Hoogduin (2014): “Presenting banks as intermediaries has led to the misconception that banks just pass on saving surpluses in some sectors to sectors that have shortages and would like to invest. This is confusing saving and finance. When banks grant credit, they create money. That money when spent creates income and savings.” [2]

Geldschepping door commerciële banken leidt in onze ogen tot bubbles, instabiliteit en hoge schulden. Bovendien zullen vooral commerciële overwegingen een rol spelen bij de leningen en bijvoorbeeld duurzaamheid en maatschappelijk welzijn niet of nauwelijks. Er is de afgelopen decennia teveel geld (en schuld) gecreëerd voor onproductieve activiteiten waardoor de groei van de geldhoeveelheid in Nederland niet gelijk op is gegaan met groei van de reële economie. Dat heeft geleid tot een dusdanige financialisering van de economie, dat tegenwoordig financiële winstverwachtingen domineren boven de behoeften en mogelijkheden van de reële economie.

Het Platform DSE stelt daarom voor de geldschepping onder publiek bestuur te plaatsen. Op deze manier zorgen we ervoor dat banken een puur intermediaire rol vervullen. Dit is volgens ons de juiste plek voor banken in de economie. Pas dan kunnen banken werkelijk betrouwbaar, dienstbaar en transparant zijn. Graag zouden wij van de NVB een heldere beschrijving van de werking van het bankwezen in Nederland ontvangen zodat dit samen met voorstellen voor monetaire hervorming kan worden besproken in de politiek. Het recht op geldcreatie dient in het politiek debat te komen zodat een democratisch besluit kan worden genomen.

  1. Bankmedewerkers zijn integer, deskundig en professioneel en dragen zorg voor een zorgvuldige behandeling van klanten en andere stakeholders

Wij achten de kernwoorden in dit uitgangspunt, integriteit, deskundigheid en professionaliteit, uiteraard belangrijk. Het Platform DSE benadrukt dat de belangen van alle stakeholders daarbij in ogenschouw dienen te worden genomen: andere financiële instellingen, overheden, spaarders, burgers, inwoners van de Aarde buiten het gebied dat door de bank wordt bediend, toekomstige generaties en niet-menselijke ‘bewoners’ van deze planeet. Daarom denken wij dat de focus op korte termijn-winstmaximalisatie en maximizing shareholder value niet bij banken passen. Wij horen graag van de NVB hoe zij denkt dat de grote Nederlandse internationale banken dit in praktijk gaan brengen.

Wij openden deze reactie met de stellingname dat het Platform DSE het centraal stellen van en bezinnen op deze vier uitgangspunten sterk toejuicht. Wij vermoeden echter dat de NVB de punten 1 tot en met 3 niet op dezelfde manier interpreteert als het Platform DSE dat doet. Zetten wij een meer realistische bril op, dan zijn wij een stuk minder enthousiast over het zelfkritisch en zelfreinigend vermogen van uw bankwezen. Het diverse keuzepalet uit het eerste uitgangspunt, bijvoorbeeld, kan ook worden gelezen als een bedrijfsstrategie om de omzet op peil te houden. En de punten 2 en 3, ‘betrouwbaar’, ‘integer’, ‘professioneel’: het zijn kwaliteiten die klanten en burgers altijd van dienstverleners zouden mogen verwachten. Daarom hopen wij dat u toch een extra dimensie aan deze anderszins vooral uit marketingoogpunt aangehaalde krachttermen kunt en zult toevoegen. Daarmee wenden wij ons nu tot het vierde uitgangspunt.

  1. Vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen banken bij aan een duurzame economie

Hoezeer het ook te prijzen is dat ook de banken het principe van duurzaamheid als leidend presenteren, hebben wij ook op dit punt grote twijfels bij de bedoelde intenties. Teveel zien wij op dit moment in ondernemersland een uitholling van het begrip duurzaamheid. Dit statuut is daar een schoolvoorbeeld van, want de tekst gaat hier niet verder dan te constateren dat ‘banken een belangrijke rol kunnen vervullen in het anticiperen op ontwikkelingen zoals de verduurzaming van de energievoorziening en de lange termijn houdbaarheid en kwaliteit van de gezondheidszorg’ (regels 140-142). Zonder nadere en concreet hanteerbare invulling zullen de banken met dit criterium alle kanten op kunnen. In de Code Banken wordt zelfs gerept van een ‘duurzaam beloningsbeleid’… (regels 185 en 328)! Wij stellen voor dat de banken hun definitie van duurzaamheid op orde brengen en een restrictief financieringsbeleid gaan voeren, in de zin dat steeds wordt nagegaan in hoeverre beoogde producten en transacties bijdragen aan een economisch systeem dat zich herschikt binnen de grenzen van ons overbelast leefmilieu (aan de hand van concrete criteria als de Ecologische Voetafdruk, de uitstoot van CO2, en de vervuiling van het leefklimaat, waaronder bodems, water en lucht). Hetzelfde geldt voor de hantering van concrete criteria op het gebied van mensenrechten. Transacties waarbij niet gegarandeerd wordt dat mensenrechten niet worden geschonden zouden moeten worden vermeden. Ethisch bankieren is nu nog een uitzondering, maar zou de regel moeten zijn.

Vanuit het oogpunt van een duurzame economie achten wij ook de private geldschepping problematisch. Zoals op de vorige pagina omschreven leidt de private schepping van geld als bankschuld tot een situatie waarin de geldhoeveelheid een veel hoger groeitempo heeft dan de reële economie. Als de inflatie gelijk op zou gaan, zou dit uit ecologisch perspectief nog hout snijden. Het geval wil echter dat de geldhoeveelheid een gevaarlijke ontkoppeling kent met de fysieke groei van de economie en de Aarde waarop zij berust (die niet groeit, maar hooguit uitputbare bodemschatten kent en een beperkte toestroom aan zonne-energie). Dat kan enige tijd goed gaan – maar uiteindelijk maakt dergelijke geldschepping de samenleving tot slaaf van het virtueel kapitaal, dwingt ze tot onvolhoudbare economische groei en doet de volgende crisis als zwaard boven onze hoofden bungelen.

[1] http://www.bankofengland.co.uk/publications/Documents/quarterlybulletin/2014/qb14q102.pdf

[2] http://www.suerf.org/download/studies/study20142.pdf