Deze woensdag heeft de Tweede Kamer-Commissie Breed Welvaartsbegrip haar rapport gepresenteerd. Het Platform Duurzame en Solidaire Economie is sinds jaar en dag nauw betrokken bij dit onderwerp. Het Platform is dan ook blij met dit rapport, maar vreest wel dat toch het Bruto Binnenlands Product (BBP) het beleid blijft bepalen.

Uit het rapport blijkt dat de Nederlandse politiek het vraagstuk van de meting van welvaart eindelijk serieus gaat nemen. Het rapport is van goede kwaliteit. Het vraagt om een jaarlijks te verschijnen Monitor Brede Welvaart, die op Verantwoordingsdag in de Kamer wordt besproken, nadat het kabinet op de Monitor heeft gereageerd. Van groot belang is dat het rapport benadrukt dat de indicator BBP een eenzijdig beeld geeft van de welvaart. Het bepleit om sociale en ecologische factoren een gelijkwaardige plek te geven in het politieke debat. Daarbij moet ook niet meer naar één indicator gekeken worden maar naar een (beperkte) hoeveelheid indicatoren, zoveel mogelijk op Europees niveau gecoördineerd. Over welke indicatoren in het dashboard moeten worden opgenomen doet de commissie geen uitspraken, jammer.

Volgens de commissie moet verder gekeken worden dan het hier en nu van Nederland, het gaat, volkomen terecht, ook om de gevolgen van ons handelen elders en in de toekomst. Positief is het Platform daarbij over de serieuze behandeling van de verschillende ecologische voetafdrukken. Dat is echt een winstpunt, in het recente verleden nog werd daar beleidsmatig nauwelijks naar gekeken. De commissie zoekt nog naar een soort ‘sociale voetafdruk’, die de sociale effecten van ons handelen in kaart brengt voor mensen elders. Het Platform heeft, in zijn advies aan de commissie, voorgesteld de ‘illicit financial flows’ op te nemen, geld dat uit landen in het Zuiden wordt weggesluisd, en dat ze hard nodig hebben voor bijvoorbeeld gezondheidszorg en onderwijs.

Het Platform is voorstander van het Kamerdebat over de Monitor, zoals dat wordt voorgesteld. Het gevaar bestaat echter dat het slechts een jaarlijks verplicht nummer wordt vergelijkbaar met het verantwoordingsdebat dat regering en Kamer nu al jaarlijks voeren. Hoe wordt voorkomen dat er in mei vrijblijvend over de Monitor wordt gepraat, en dat dan in september en oktober, los daarvan, het ‘echte’ beleid wordt vastgesteld? Niet voor niets heeft het Platform steeds gepleit voor het opnemen van sociale en ecologische aspecten in de Macro Economische Verkenning (MEV).

Het Platform vreest dat het BBP toch in praktijk het beleid blijft bepalen. Het rapport plaatst wel kritische kanttekeningen bij deze indicator, maar trekt die kritiek nauwelijks door naar haar conclusies. Dat betekent dat het BBP de centrale factor blijft in belangrijke beleidsdocumenten als de jaarlijkse MEV, in tegenstelling tot ecologische en sociale factoren als de voetafdruk, de ecologische schuld, de omgekeerde ontwikkelingshulp (zeer actueel gezien de Panama Papers) en de ongelijkheid. De commissie noemt het BBP een robuuste indicator. Welnu, als iets niet waar is, dan is het dit. Wereldwijd wordt al sinds jaar en dag in brede kring gewezen op de fundamentele gebreken van deze indicator. De afwijzing van het BBP als indicator heeft niet alleen te maken met haar statistische tekortkomingen. Het probleem is vooral dat veel beleid gericht is op de bevordering van economische groei als uitgedrukt in het BBP, en het rapport geeft niet aan hoe dat zal veranderen.

In het rapport wordt een breed beeld geschetst van de discussie betreffende dit onderwerp. Spijtig is dat daarbij geen enkele verwijzing is naar de vele inspanningen die sociale bewegingen en de civil society in het algemeen hebben verricht. Zonder al die inspanningen was deze commissie en dus ook dit rapport er nooit geweest. Zit hier een bepaalde politieke keuze achter?

Kortom, de Nederlandse politiek kan gefeliciteerd worden met dit rapport, zij het dat er nog belangrijke hobbels moeten worden genomen willen mensen en milieu er echt iets aan hebben.

Download hier het rapport van de commissie