Verslag Workshop 6 Vredeseconomie en conflictpreventie op de politieke agenda

Voorzitter: Wendela de Vries (Campagne tegen de Wapenhandel)

Inleider: Kees Nieuwerth (Quaker)

Notulist: Greetje Witte-Rang (Platform DSE / Kerk en Vrede)

15 deelnemers

In de workshop stond ter discussie de Concept Roadmap t.b.v. de thematiek Gewapende Conflicten en Energiezekerheid, met als verdere inhoudelijke input de basistekst voor de workshop en enkele achtergronddocumenten (op de site van de conferentie).

Kees Nieuwerth gaf als inleiding tot het gesprek over de Roadmap een korte samenvatting van de tekst Grond- en brandstof of conflictstof: van conflict naar coöperatie.

Nederland is geen kleintje in de internationale handel en wapenhandel, dus onze plannen kunnen wat betekenen. Een gelekt EU-stuk over het grondstoffenbeleid spreekt over 40 zeldzame delfstoffen, waarvan er 14 kritiek en schaars zijn. De EU streeft naar een opheffing van de exportbelasting, terwijl de leveranciers van veel van deze delfstoffen arme landen zijn, zoals Kongo. Het is belangrijk om een internationaal perspectief te ontwikkelen, met de EEG als vredesproject als voorbeeld. De nadruk moet liggen op mensenrechten, zoals in de OVSE: geen concurrentie meer als het gaat om grondstoffen maar samenwerking. De EU zou zich opnieuw moeten uitvinden, nu in een Euraziatische Energie Gemeenschap, EEG en samenwerken in de voorziening in en transitie naar duurzame energie. Dat zou een eerste stap kunnen zijn, en daarna zou er verdergegaan moeten worden in VN-verband. Het idee van de Roadmap is: dit is het perspectief waar we aan willen gaan werken.

Met welke landen ga je het eerst in zee?

Er vindt discussie plaats over de vraag met welke landen je begint samen te werken. Daarbij spelen allerlei strategische overwegingen. Rusland zou zich op de EU of op China kunnen gaan richten. Hoe zou China reageren als het de EU werd? Dat zou gezien worden als een kartel. Daarom moeten Rusland en China er vanaf het begin bij betrokken zijn. Maar ook dan blijft het probleem: landen die er niet bij zitten, zullen deze samenwerking als kartel gaan zien. Uiteraard zou het beter zijn om direct wereldwijd te werken, maar dat is niet haalbaar, is de inschatting. De Roadmap kent drie niveaus: 1. Nederland (hoe krijgen we het op de agenda 2. Europa (waar nu al veel beslissingen worden genomen) 3. VN (een grondstoffentop). En in het verhaal moet Afrika ook snel aandacht krijgen.

Moet het wel internationaal?

De vraag wordt gesteld of er niet veel beter ingezet kan worden op energie-onafhankelijkheid van landen; nieuwe technologieën en alternatieve energie maken dat toch mogelijk. Ontwikkelingslanden zouden zo ‘bottom-up’ moeten werken en hebben dan veel mogelijkheden. Een probleem is evenwel, dat veel van die nieuwe technologieën afhankelijk zijn van die zeldzame aardmetalen die uit landen als China en Kongo komen. Het is dus juist de moderne technologie die maakt dat die conflictstof zich opstapelt. Daarom zijn we wel gedwongen om de zaken internationaal aan te pakken. Op dit moment hebben leveranciers de mogelijkheid om chantage te plegen, ‘de energiekaart te trekken’. Dat legitimeert op dit moment het bestaan van de NAVO die zou moeten zorgdragen voor energiezekerheid van het Westen. Als we niet komen tot echte afspraken en samenwerking zal dat zo blijven.

Samenwerking bij de uitvoering van de Roadmap

Het is belangrijk dat milieuorganisaties hieraan meewerken; zij moeten oog hebben voor de conflictstof die hier ligt opgeslagen. De vredesorganisaties hebben hier kennis te bieden.

De ervaring in de VS is dat militairen ook bereid zijn na te denken over de risico’s van grondstoffenschaarste en –concurrentie. Daar helpt dat om de ogen te openen voor de thematiek, al zullen hun oplossingen niet altijd de onze zijn.

Weerstanden

* Probleem is dat het een ingewikkelde materie is. Er is ook een gebrek aan informatie. Goede onderzoeksjournalisten zijn nodig.

* De thematieken van Milieu en Vrede worden nog tezeer los van elkaar behandeld.

Wat ons kan helpen

* De bevolking wil iets terug zien van de grondstoffen. Dat speelt bijvoorbeeld in Nigeria, maar ook in een stad als Arnhem wordt gezegd: wij willen iets terugzien van de verdiensten van de energiebedrijven. Transparantie van inkomsten van overheden en van betalingen en winsten van bedrijven is hierbij essentieel: de overheid zou dat verplicht moeten stellen bij het afsluiten van contracten.

* Er wordt ongelooflijk veel geld verspild in bijvoorbeeld de handel in wapens: 300 miljard dollar per jaar wordt daaraan besteed, en dan is de illegale wapenhandel nog niet eens meegeteld. Dat cijfer kan ogen openen. Ook moet het mogelijk zijn om de ecologische voetafdruk van de bewapening te berekenen.

* Waar vrouwen macht krijgen, gaat het beter: dat zien we bijvoorbeeld in Rwanda.

* Behalve de grote wapenindustrie ook bedrijven aanspreken die kleine onderdelen van wapens maken.

* Dat we momenteel inzetten op fossiele energie in Nederland, maakt ons achterlijk: dat is oude politiek.

* ‘Nederland krijgt nieuwe energie’ is in dit kader een belangrijk initiatief dat navolging verdient.

Vervolg

De groep die de workshop voorbereidde, bestaande uit Jan Schaake (Kerk & Vrede), Greetje Witte-Rang (Platform DSE en Kerk & Vrede), Kees Nieuwerth (Quakers), Mark Akkerman (Campagne tegen de Wapenhandel), Peter Polder (PeakOil Nederland) en Kees Kalkman (AMOK) gaat hiermee verder en zoekt, onder meer door het voeren van gesprekken naar medewerkers uit de milieubeweging. Eerste vergadering 16 februari 2011 in Amersfoort.

Aan de deelnemers aan de Conferentie van Tilburg en aan het Platform en de Alliantie DSE doet de Workshop de volgende oproep:

Er gaat nu een groep aan de slag om eraan te werken dat er een overgang plaatsvindt van conflicten naar coöperatie rond de winning van en handel in brand- en grondstoffen.

Daarom dringen we er bij het Platform, de Alliantie en de Tilburg-bezoekers, en in het bijzonder bij de milieu- en ontwikkelingsorganisaties in hun midden, op aan om inhoudelijk te reageren op het achtergrondpaper over de thematiek en de werkgroep te komen versterken.