Verslag workshop 10,

Burgers betrekken bij een F&GD.

Regionale voedselvoorziening: van globaal naar lokaal

1. Introductie en achtergrond

De workshop wordt voorgezeten door Hans Berkhuizen (Milieudefensie, Alliantie F&GD) en ingeleid door Sjef Staps (Louis Bolk Instituut, Alliantie en Platform DSE)

De workshop is voorbereid vanuit de werkgroep globaal – lokaal die onder de alliantie valt.

De inzet van deze werkgroep is om in het kader van het betrekken van burgers bij de omslag naar een groene en eerlijke economie, te werken aan het opzetten van regionale economieën met een focus op voedselvoorziening en daaraan gekoppelde energievoorziening (bijvoorbeeld biomassa-afvalstromen, zon en wind op boerenbedrijf e.d.).

Het voorlopig geformuleerd doel is:

  • in 2020 loopt

  • in 20 regio’s in Nederland

  • 20% van de voedsel- en energievoorziening via lokale kanalen

    • in de vorm van coöperaties waarin burgers als financier (al of niet risicodragend) meedoen

    • zonder tussenkomst van multinationale banken of dito detailhandel

    • tegen een faire prijs.

2. Korte impressies van reeds lopende initiatieven

Voor deze workshop heeft een voorbespreking plaatsgevonden met de volgende partijen:

  • Stichting Oikos

  • Vereniging Milieudefensie

  • Louis Bolk Instituut

  • Transition Towns, ‘Goei ete’ (Tilburg)

  • Platform Aarde, Boer, Consument (ABC)

  • Willem & Drees

  • De Nieuwe Ronde, Wageningen (Community Supported Agriculture / Pergola)

  • ZLTO

Tijdens de workshop worden korte presentaties gegeven over reeds lopende regionale initiatieven.

Willem & Drees (verhinderd, kort samengevat door Sjef Staps)

Opgericht door twee ex-Unilever-medewerkers. Gericht op korte en transparante ketens van producent naar consument. Maximale afstand ca. 40 km; ‘fietsafstand’. Gestart in regio Amersfoort, nu ook actief in onder meer regio Utrecht en Arnhem-Nijmegen. Grotendeels biologisch, niet helemaal.

Klaas Nijhof, De Nieuwe Ronde, Wageningen

CSA: Community Supported Agriculture (ook wel Pergola genoemd).

Kleinschalige bio-landbouw

  • CSA-aspect: alle abonnees hebben een vinger in de pap. Betrokkenheid is geformaliseerd. Lief zijn voor elkaar.

  • Zelfoogst-abonnementen.

Door zelfoogst komen de deelnemers op het bedrijf en zien hoe het gaat. Ook wat er niet goed gaat. De consument heeft een direct belang bij het welzijn van de boer.

De consument is meer deelnemer dan abonnementhouder. Prijzen worden in gezamenlijkheid vastgesteld. Maximaal 150 huishoudens. Sociaal is het zo ook prima. Klaas vindt dat het bij opschaling teveel een supermarktsfeer wordt.

Stabiel qua opbrengsten.

Irma Lamers, Transition Town Tilburg en initiatief ’Goei Eete’

Goei Eete’: opgeschaald van 80 naar 120 deelnemers. Niet per se biologisch. Afhaalpunten. Verschillende activiteiten om de betrokkenheid van consumenten te vergroten, zoals fietstocht, appels uitdelen, maandelijkse vegetarische maaltijd. Ook deelgenomen aan de week van de biodiversiteit. Er is een jaar voor geworven.

Producenten en producten zijn geselecteerd. Er is aangehaakt bij reeds lopende initiatieven.

Belangrijk: vraag van consument duidelijk krijgen. Is in Nederland nieuw concept.

Greet Goverde, Platform Aarde Boer Consument (ABC) en boerencoöperatie Nijmegen

1. Platform ABC streeft naar een andere landbouw en naar een beter EU-landbouwbeleid. Ook concrete speerpunten. Regionalisering, gezonde bodem, marktregulering. Andere waardes voorop stellen.

Ook praktisch: Rubriek ‘koop van buurman boer’.

Producten worden aangeboden door onder meer Willem & Drees, ook door voedselcoöperaties. Bio of gangbaar, grote diversiteit. Grote uitdaging.

2. Nijmegen, Oregional, boerencoöperatie. Groep van 20 boeren, willen gezamenlijk landbouw in stand houden in de omgeving Nijmegen. Veel boeren zitten op het minimum inkomen door kleine marges van de supermarkten. De supermarkten stunten met landbouwartikelen; daarvoor komen de klanten vaak naar de winkel. De coöperatie wil druk zetten op intensivering en grootschaligheid. Streven naar korte ketens.

Greet is aandeelhouder binnen een boerencoöperatie. Er is gekozen voor rechtstreekse levering aan instellingen, zoals de St Maartenskliniek. Daardoor is men verzekerd van zekere afzet.

Gemeld wordt een bijeenkomst van het platform ABC op 18 februari a.s. Zie www.aardeboerconsument.nl.

Maarten Leseman, ZLTO (Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie)

Maarten Leseman is van de afdeling Public Affairs bij ZLTO. De organisatie heeft 18.000 leden.

De houding van ZLTO was vroeger: ‘wij kunnen het hier wel regelen’. Vroeger werd de boer geknecht, later werd dat beter. De laatste 40 jaar is het fout gegaan (onder meer intensieve veehouderij en meer). ZLTO realiseert zich dat er een eind komt aan het alsmaar uitputten van de aarde e.d.

De laatste 40 jaar is doorgebracht in contactloosheid met de burger, met de buurman, etc. Schuren werden groter en gingen dicht. Er kwam schaamgroen. Alsmaar vergroting, verzwaring van machines, etc. ZLTO zoekt nu het debat over ‘contact hebben met afnemers’. Over hoe de buurman en de consument over de boeren denkt. De verwachte transitie van verduurzaming kost naar verwachting tien jaar of meer. ‘Verduurzamen’ is een werkwoord, er moet wat gebeuren. Ook marktconcepten, antibioticagebruik etc. horen daarbij.

Het is soms heel lastig om integraal te denken. ZLTO wil contact maken en nieuwe verbindingen leggen. De eerder in de workshop genoemde initiatieven zijn goede voorbeelden voor ZLTO.

Wellicht gaat een samenwerking met Milieudefensie eerder met energie dan met voedsel?

Uit de ZLTO-kring komen de ‘Gijs’-producten. Niet duurzaam, maar wel met een verhaal van de boer. Streekeigen. ZLTO noemt dit eerlijke producten, niet biologisch.

Bij regionalisering kan aan verschillende schaalgroottes worden gedacht: mondiaal – regionaal – lokaal. Voor ZLTO is de markt de driehoek Parijs-Berlijn-Londen, vooral Duitsland. Men verwacht dat de rol op de wereldmarkt eindig zal worden, uitgezonderd sommige specialismen zoals uitgangsmateriaal (pootgoed etc.) en bloembollen.

Dannie Brus, Nivon

Het Nivon omvat 60 afdelingen en is eigenaar van kampeerterreinen en vakantiehuizen. Het manifest F&GD is nogal een wetenschappelijk verhaal. Het Nivon heeft een eigen versie opgesteld, als volksuitgave. Deze uitgave is op de workshop verspreid. Nivon wil streven naar verbinding met eerdergenoemde initiatieven.

Er zijn nog veel meer initiatieven, waaronder: Marqt (regiomarkt), Gemeente Almere, Unilever, Eneco, Platform Duurzame Gebiedsontwikkeling (initiatief van Urgenda), voorbeelden van alternatieve geldsystemen, de (RABO) streekrekening, lokale groepen van Milieudefensie, lokale afdelingen van NIVON en lokale kerken.

Vanuit de zaal wordt gevraagd wat ZLTO hier doet. Hun activiteiten passen niet bij een F&GD. Hans Berkhuizen geeft aan dat het gaat om het leggen van nieuwe verbindingen, weg van de structuren van nu en van het verleden.

ZLTO geeft zelf ook aan deze nieuwe verbindingen te zoeken.

3. Actorenanalyse

Milieudefensie heeft een actorenanalyse opgesteld (zie figuur). Hierin is in beeld gebracht welke partijen een rol kunnen spelen bij het routeplan naar een meer regionale economie en in welke mate zij mee- of tegen zullen werken. Het betreft een eerste ruwe verkenning.

Figuur: Actoren-analyse regionale voedselvoorziening



In de discussie die ontstaat vormt een belangrijke component de rol van de burger en de verbindingen met de regionale en lokale politiek. Ziet de politiek de burger ook buiten de verkiezingstijd staan?

Er zijn zowel positieve als negatieve ervaringen.

Transition Towns Haarlem: gemeenten willen graag met burgers in contact komen. Echter, interessanter is wat burgers met elkáár kunnen. Zie bijvoorbeeld Greenwheels. Alles wat gemeenschappelijk kan, ook zo doen en buiten de gemeente om. Grijp kansen om aandeelhouder te zijn en startende initiatieven te steunen. Samen aan de slag. Samen tot stand brengen.

Dannie Brus: het bewerken van de politiek blijft nodig. Maar dan ook samen weer wat nieuws gaan doen. Er is gedacht aan een onderling ziekenfonds. Het moet wel van ‘ons’ blijven.

Er is een sociaal makelaar in de workshop aanwezig. Deze werkt al aan verbindingen met twee werkgroepen, voedsel en solidaire economie. Er worden complementaire projecten ontwikkeld. Want er wordt nog zoveel op eilandjes gewerkt.

Willem Hoogendijk meldt de ervaringen van een buurtstreekwinkel, met moestuinen en een deel vanuit de stad/regio. Arbeidsplaatsen creëren en de burger erbij betrekken. Maar wel vanuit een andere weg: eerst kijken wat er al is en dan daarbij aansluiten, ook met de gemeente.

Lekker Utregs is vanuit Stichting Aarde opgericht. Het is een supermarkt met lokaal voedsel. Een diner met notabelen is georganiseerd voor committment: manifest laten ondertekenen. Hiervoor is ook financiering van Brussel ontvangen (Leader).

Nieuw project is ‘Eetbaar Utrecht’, in de stad zelf, door de mensen zelf. Productieve activiteiten. Meer zeggenschap voor buurten.

Pequeno is geïnteresseerd in nieuwe financieringsvormen. In de oude vorm was de route eerst een plan maken, dan financieren. Een nieuwe vorm zou kunnen zijn om al vanaf het begin te financieren. Geld in het plan opnemen. Lokaal verbinden vanaf het begin af aan. Eigen regionale fondsvorming.

Transition Town Diemen meldt goede samenwerking met de gemeente: buurtmoestuin-initiatieven. Er is veel ondersteuning met burgerparticipatie. Buurtgevoel versterken. Het IVN heeft het initiatief opgepakt en ondersteunt het als rechtspersoon. Zie www.buurtmoestuin.nl.

Als belemmeringen naar regionalisering worden genoemd aanbestedingsregelingen en bestaande machten.

Ministerie van Landbouw heeft een map uitgegeven: ‘Smakelijk duurzaam’. Hierin staan vele initiatieven rond voedsel, duurzaamheid en regionalisering. Zie ook www.smakelijkduurzaam.nl voor de pdf-versie.

Verder nog: landelijke genoegdag, 20 maart in Tilburg.

4. Routeplan

De voorzet voor het routeplan beschrijft de diverse stappen vanaf nu naar 2020. Bij voorkeur werkt een groep van organisaties daarin samen om de benoemde doelstelling te bereiken.

Deze voorzet is als volgt.

Routeplan, 1e halfjaar:

  1. Bijeenbrengen partijen, evt. ook consumentenorganisaties

  2. Opstellen ruw projectplan

  3. In kaart brengen aanknopingspunten en benodigde ondersteuning

  4. Uitwerken projectplan

  5. Benaderen potentiële financiers

  6. Contact houden om EU Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) te beïnvloeden

Routeplan, 2e halfjaar:

  1. Projectplan geaccepteerd en financiering rond

  2. Aantal lokale voedselprojecten starten

  3. Werving van lokale VMD-groepen, NIVON-huizen, lokale kerkelijke groepen, TT-groepen die zich met deze projecten willen verbinden

  4. Werven ambassadeurs

  5. Opzetten mediacampagne ter ondersteuning? I.s.m. grote bedrijven, koepels als ZLTO, platforms als Platform Duurzame Gebiedsontwikkeling, banken, restaurants?

Routeplan, jaar 2-5:

  1. Uitbreiden aantal lokale/regionale voedselprojecten in het plan

  2. Opzetten van een feed-back-systeem vanuit de consumenten
    (tips en klachten)

  3. Mediacampagne loopt

  4. Opzetten monitoring van effecten
    (bijhouden omzetcijfers e.d.; enquetes)

  5. Uitbreiden naar energieproductie

Routeplan, jaar 3-5:

  1. Evt. uitbreiden naar andere sectoren

  2. Op basis van voorlopige resultaten lobby naar overheid op bijvoorbeeld transport-/ mobiliteitsprijzen en heffingen op ‘externe kosten’

(pas op: weerstand van transportsector, ANWB, consumentenorganisaties)

Routeplan, jaar 5-10:

  1. Verdere uitbreiding en versterking van de lokale projecten

  2. Resultaten gebruiken in lobby naar landelijke politiek en overheid
    (doel: regionalisering voor zover mogelijk; landelijke overheid zet dit ook in EU en WTO op de agenda)

  3. Doelstellingen gehaald

Opmerking tijdens de workshop: misschien is het routeplan te technocratisch? Genoemd wordt het initiatief in Winterswijk waarin de mogelijkheid wordt geboden om mee te werken en te ervaren hoe voedsel groeit. Met als mooiste moment: de wortel die uit de grond komt, schoonvegen, ruiken en opeten.

Ook het Franciscaans Milieuproject in Stoutenburg biedt dergelijke ervaringsweken aan.

5. Vervolgafspraken

Het is de bedoeling van de workshop om te eindigen met een vervolgafspraak.

We hebben de crises onder ogen gezien. We hebben een doelstelling geformuleerd voor 2020 en een ruw plan met stappen vanaf nu naar 2020.

Tijdens de workshop ontstaat er al veel bereidheid voor samenwerking en verbinding met de werkgroep globaal – lokaal van F&GD met Nivon, Transition Towns en IVN.

De ruwe opzet van het routeplan wordt onderschreven. Onduidelijk is nog wat verbinding in de toekomst precies gaan inhouden. Dat zal een zoektocht zijn die gaandeweg duidelijker wordt.

Het workshopverslag komt op de website te staan. Vanuit de werkgroep globaal – lokaal zal er naar belangstellenden een uitnodiging verstuurd worden voor het vervolg van het routeplan.