• Tag Archives: Tilburg

Overzicht activiteiten Platform DSE in 2010

Met zijn werkprogramma 2010 heeft het Platform DSE zich gericht op de uitwerking en implementatie van een structurele heroriëntatie van de economie in de richting van een Fair & Green Deal. Daartoe werkte het Platform aan de verdere opbouw van een brede alliantie van maatschappelijke organisaties en bedrijven die zich hiervoor inzetten en druk uitoefenen op de overheid om deze omvorming te laten plaatsvinden. … Read More

Verslag 4e Conferentie van Tilburg geheel op website

De 4e Conferentie van Tilburg – Routeplan naar een Eerlijke Economie – werd op 3 februari aan de Universiteit van Tilburg gehouden. Nu is er een tekstverslag van de conferentie op de website van Platform DSE beschikbaar . Dat verslag beslaat zowel het plenaire gedeelte als – op twee na – de tien verschillende workshops. Hierbij een samenvatting … Read More

“Een Fair & Green Deal – Nu kan het nog”

Voorbereidingen vierde conferentie van Tilburg (3 febr. 2011) van start gegaan.

Vierde Conferentie van Tilburg  / “Een Fair & Green Deal – Nu kan het nog”

Januari 2008 vond in Tilburg de eerste grote conferentie plaats over duurzame en solidaire economie. Deze leidde tot de Verklaring van Tilburg waarin door velen wordt opgeroepen tot een beleid dat daadwerkelijk gericht is op wat in de economie moet prevaleren: menswaarden en natuurwaarden. December 2009 vormden enkele tientallen organisaties de Alliantie Fair&Green Deal met daarbij de oproep om dat beleid eindelijk te gaan maken. De urgentie van zo’n beleid heeft onder meer te maken met de steeds omvangrijker en diepgaander wordende problematieken van ecocide en van mondiale armoede en ongelijkheid. … Read More

Expert meeting Indicatoren

Expert meeting Indicatoren voor een Duurzame en Solidaire Economie

Datum: 15 april 2011

Tijd: 9.30 uur

Plaats: Utrecht

Achtergronden:

Er is een toenemende urgentie om beleid te ontwikkelen gericht op de snelle aanpak van de ecologische en sociale mondiale crises op gebieden als klimaat, overgebruik van de biologische capaciteiten, grootschalige armoede en toenemende inkomensongelijkheid. Daarvan afgeleid is er een toenemende urgentie om te beschikken over de noodzakelijke economische beleidsinstrumenten. Daartoe behoren ook de zo correct mogelijke beschrijving en analyse van deze crises, zowel in termen van doelvariabelen als van besturingsvariabelen. Er is gedurende de laatste decennia veel werk verricht om hiervoor de meest adequate indicatoren te ontwikkelen en toe te passen, deels vanuit de kritiek op de tekortkomingen van het BBP en het daarmee verbonden beleid van economische groei.

Binnen het Platform DSE en deels ook binnen de Alliantie FGD hebben discussies plaatsgevonden die laten zien dat er verschil van inzicht is over de gebruiksmogelijkheden en de daaruit te trekken consequenties van beleid. Daarbij ging het met name over twee onderwerpen:

  • De relatie tussen de Ecologische Voetafdruk – EV, het Duurzaam Nationaal Inkomen – DNI, en de bevolkingsomvang.1
  • De mogelijke beleidsconsequenties van de volstrekt te grote EV, en dan met name de eventuele noodzaak van beleid voor krimp van de bevolkingsomvang, naast de verkleining van de EV.2

Daarnaast is tijdens de Vierde conferentie van Tilburg in Workshop 5 gesproken over de noodzaak en mogelijkheden van een duurzame en solidaire Macro Economische verkenning (ook wel MEV+ genoemd) als alternatief voor de jaarlijkse MEV van het CPB.3 Ter illustratie van het mogelijke verschil in aanpak (en dus de relevantie) van de MEV en de MEV+ werden twee varianten van de eerste alinea;s van beide rapportages gepresenteerd:

MEV 2011: “De Nederlandse economie herstelt zich sinds de tweede helft van 2009 van een uitzonderlijk diepe recessie. Het herstel houdt nu al vier kwartalen aan (met positieve kwartaal-op-kwartaalgroei), maar is verre van uitbundig. . Na een krimp van het BBPmet 3,9% in 2009, wordt voor 2010 voor Nederland een economische groei geraamd van 1¾%. In 2011 vertraagt de groei tot 1½%. Deze vooruitzichten wijzen op een gematigd herstel.”

En MEV+ 2015: “De recessie in de wereldeconomie en in Nederland heeft zich sinds 2010 verdiept. De ISEW blijft een licht dalende tendens vertonen, de Gini-coëfficient laat een verdieping van de inkomensongelijkheid zien, en de vergroting van de EV wijst op verdere afname van bestaanszekerheid. Dat weerspiegelt zich in de daling van de leefsituatie index van de Nederlanders met lage en middeninkomens. En dat alles ondanks een lichte stijging van het BBP. Wel is de afstand tussen het DNI en het BBP verkleind, dat wijst op een vermindering van de kosten van verduurzaming van de Nederlandse economie.”

Als mogelijke karakteristieken van de MEV+ werden de volgende genoemd.

  • Begin beschrijving en analyse in termen van mens- en natuurwaarden.

  • Geef alternatieve indicatoren een centrale plek (bijvoorbeeld ISEW, HPI, Gini coëfficient, EV, LPI, DNI, SSI, BOA index).

  • Leg relaties met variabelen uit andere domeinen (bijvoorbeeld gezondheid, onderwijs, Leefsituatie Index).

  • Leg relaties met mondiale ontwikkelingen en repercussies.

  • Daarnaast ook vertaling in “monetaire” termen, inclusief gebruik BBP.

Het beraad over een MEV+ wordt binnenkort voortgezet. Het Platform DSE streeft naar de ontwikkeling, op korte termijn, van een MEV+. Ook hiervoor is meer duidelijkheid nodig omtrent de noodzaak en mogelijkheden van alternatieve indicatoren voor een ‘Fair & Green Dashboard’.

Deze discussie werd extra relevant vanwege de verschijning in 2009 van de Monitor Duurzaam Nederland, ontwikkeld door het CBS in samenwerking met het CPB, de PBL en het SCP. Deze Monitor is een stap vooruit in de ontwikkeling van beleidsinstrumenten, maar schiet nog steeds tekort. Zo kregen de binnen het Platform DSE hoog geachte indicatoren als de ISEW, het DNI, en de EV binnen de monitor geen duidelijke plek. Daarnaast is de beschrijving en analyse van de Monitor hoofdzakelijk op Nederland gericht, en dat terwijl het PDSE voorrang wil geven aan de mondiale beschrijving en analyse, vanwege de hoge graad van mondialisering van de economie…

In 2009 verscheen ten behoeve van het Innovatienetwerk de studie van Biba Schoenmakers: Alternatieve economische systemen – Een exploratieve studie naar bruikbare concepten voor het ontwerp van een geregionaliseerd landbouwsysteem, Daarin wordt ook ruime aandacht gegeven aan alternatieve indicatoren. Zij wordt o.a. gebruikt bij de ontwikkeling nvan een Groene Scan voor de provincie Zeeland. Dit illustreert eens te meer de relevantie van deze expert meeting.

Doel van de expert meeting:

Vanuit deze achtergronden geldt de volgende doelomschrijving: duidelijkheid verschaffen omtrent de juistheid, bruikbaarheid en beperkingen van alternatieve indicatoren als de ISEW, het DNI, de EV, de LPI, de SSI en de Waterfootprint, zowel in hun eigenstandigheid alsook in samenhang met andere indicatoren, inclusief die van de bevolkingsomvang.

Dagvoorzitter: Jan Pronk

Programma:

9.30 – 10.00 uur: Aankomst en koffie

10.00 -10.15 uur: Lou Keune: welkom; doel en programma van de EM

10.15 – 10.40 uur: Jan Juffermans en Quintijn Hoogenboom: de Ecologische en Water-voetafdruk en de relatie met bevolking

10.40 -11.05 uur: Brent Bleys: de Index of Sustainable Economic Welfare

11.05 – 11.30 uur: Roefie Hueting en Bart de Boer: het Duurzaam Nationaal Inkomen

11.30-11.35 Koffie / Thee

11.35 – 12.45 uur: Eerste discussieronde: welke overeenkomsten zien we, welke op-merkelijke verschillen, en welke relaties bestaan er?

12.45-13.45 uur: Pauze

13.45 – 15.00 uur: Tweede discussieronde: bruikbaarheid van de alternatieve indicatoren, gezien de urgentie van de ecologische en sociale problematieken, en de noodzaak van ingrijpende en structurele maatregelen.

15.00 – 15-05 uur: Pauze

15.05 – 16.20 uur: Derde discussieronde

– Hoe relaties te leggen met variabelen uit andere domeinen (bijvoorbeeld gezondheid, onderwijs, Leefsituatie Index)?

– Hoe relaties te leggen met, cq het primaat te geven aan, mondiale ontwikkelingen?

16.20 – 17.00 uur: Conclusies (voorzet: Roefie Hueting).

17.00: Sluiting en borrel

1 Zie: De relatie tussen de Ecologische Voetafdruk, het Duurzaam Nationaal Inkomen en de omvang van de bevolking.

2 Zie: Op weg naar mondiale duurzaamheid – Minder materiële consumptie en/of minder mensen (WVN).

Slotwoord Lou

Lou Keune heeft het allerlaatste plenaire woord en trekt wat conclusies. Allereerst staat hij stil bij het overlijden van onze trouwe medewerker Martijn Pruijser, die onder andere veel aan de internetafdeling van het project gewerkt heeft . Vervolgens wijst hij op wat er in Egypte en omstreken gebeurt, dat alles te maken heeft met voedselschaarste en ons beslag op de aarde. Het is daarom belangrijk om goed te volgen en solidariteit te betuigen.

Hij vat de ontwikkeling van het project samen, van conferentie en petitie rond ‘eerlijk rekenen’ tot de verklaring van Tilburg en meer. Toen zijn ze zich meer gaan toeleggen op concrete operationalisering.

We hebben geprobeerd te schetsen welke stappen er gezet moeten worden. De Fair & Green Deal is niet volmaakt maar een goeie tussenstap. Nu is de fase aangebroken van implementatie: het moet nu uitgevoerd worden. Vandaar de term ‘routeplan’. We moeten proberen tot iets te komen dat leidt tot een echte omvorming van de economie. Daarbij moeten we beseffen dat als we daar echt toe komen dat ‘geen kattepis’ is. Het zijn vraagstukken van overleving en van oorlog en vrede, dat vergt ingewikkelde samenwerkingsverbanden maar is ook een politiek en financieel probleem. We moeten oppassen voor de valkuil van de depolitisering. Alles dat met macht te maken heeft gaat over politiek. En we moeten realiseren dat we flinke tegenkrachten op ons af zullen krijgen. Dat is geen reden om het niet te doen, maar is belangrijk om te beseffen.

Belangrijk punt is dat we ook een zeker elan presenteren. Flink, gezellig, en optimistisch, uitstralen dat het kan. Zonder Obama te willen herhalen. Op dat gebied hebben we een probleem. Vergelijk onderzoek van van Zutem over de vakbeweging in de jaren ’70: ‘Vakbeweging, geen beweging’. We zijn teveel goed geworden in het stilstaan en dagelijkse beslommeringen. We moeten ons daaruit losweken en naar buiten treden. Denk aan het Plan van de Arbeid van de jaren ’30, dat werd gestart door allerlei sociale bewegingen als zoektocht naar een antwoord op de crisis van de jaren ’30, oa. Tinbergen zat daar achter. Maar het was geen kwestie van alleen intellectuelen, je ziet aan de affiches uit die tijd dat het ook om gewone mensen ging. Het was overal middelpunt van discussie en dat moeten we weer zien los te krijgen. Het was tegelijkertijd een groot plan en erkenning van de concrete leefsituaties van hele gewone mensen. Dank aan Nivon dat ze besloten hebben om een eenvoudige versie van de FGD te maken en in lokale afdelingen tot onderwerp te maken, dat zouden ook andere instellingen moeten doen.

Deze dag heeft niet echt een routeplan opgeleverd, maar wel veel zaken opgeleverd: duidelijke ondersteuning, in verschillende workshops veel concrete suggesties en bijdragen. Als platform moeten we al die zaken bij elkaar vegen, verder handen en voeten geven. Over vier jaar moet er immers een plan van transitie ontwikkeld en gestart zijn.

verder zijn er verschillende expertmeetings in voorbereiding, er wordt een tweede cursus gehouden over de achtergronden van de FGD in Amersfoort. Er wordt gedacht aan cursussen over vervolgthemas zoals de strategie. En we moeten hard werken aan de financiële basis, die is zeer wankel, we zouden het liever niet over hebben maar stellen alle ideeën op dat gebied op prijs.

Ten slotte wordt iedereen bedankt, van de dames van de catering, techniek, subsidiegevers, sprekers, etc.

Inleiding Christiaan

Tilburg, 3 februari 2011

Welkom namens Platform DSE en Alliantie Fair & Green Deal

Wel een hele mooie opkomst, zoals we die dit jaar ook ongeveer hadden verwacht en gehoopt. Een aantal waarmee heel goed gewerkt kan worden, zeker ook in de workshops. En dat is wat we vandaag willen. Een werkconferentie. Aan het werk dus. Geen tijd om afwachtend achterover te leunen en al of niet welwillend te luisteren.

Allereerst dank aan de UvT voor haar gastvrijheid. En aan OxfamNovib, Kerk & Wereld en Pequeno voor financiële bijdragen.

We waren al begonnen:

  • met een film over hoe burgers in actie komen als overheden het publieke belang niet goed genoeg behartigen
  • in zo’n situatie zitten we nu ook: het kabinet spreekt van een Green Deal en innovatie, maar kiest feitelijk vooral voor restauratie naar BaU, of zelfs een verscherping van een neoliberaal beleid dat de problemen juist veroorzaakte
  • hoog tijd dat we een andere koers uitzetten, daadwerkelijk inslaan en afdwingen
  • maatschappelijke organisaties zullen daarin – is onze inschatting; zie Aanzet tot een routeplan – het voortouw moeten nemen: natuur- en milieu-, ontwikkelings-, vredesorganisaties; ook vakbonden. Zoals vorige maand de cultuursector van zich deed spreken en deze maand de onderwijssector, zo zal ook de beweging voor een duurzame en rechtvaardige economie zich moeten manifesteren

We waren al begonnen inderdaad:

  • 2006: conferentie over eerlijk meten van de toenmalige Derde Kamer.
  • 2007: Platform DSE: eerste verkenning onder leiding van Bob Goudzwaard en Lou Keune
  • 2008: 1ste conferentie van Tilburg: Verklaring van Tilburg: daarin obsessie met economische groei onder kritiek gesteld; een probleemstellende fase
  • 2009: 2e conferentie, in Antwerpen, met VODO: Appèl van Antwerpen met een oproep aan de politiek het moment van de crisis goed te benutten en het antwoord te zoeken in een radicale verandering van de economie; positieve respons, maar helaas weinig zichtbare actie
  • 2010: 3e conferentie, weer in Tilburg: een operationaliseringsfase: uitwerking van de Verklaring van Tilburg in een groot aantal meer en minder concrete maatregelen die genomen zouden moeten worden; in de loop van 2009 door een brede groep betrokkenen en op basis van voorbereidende expert meetings neergelegd in de Fair & Green Deal
  • op basis daarvan begin met opbouw van de Alliantie Fair & Green Deal; een nog los verband van maatschappelijke organisaties en enkele bedrijven met een overlappende consensus over de transitie die nodig is en een tiental werkgroepen die zich op deelterreinen hebben georganiseerd: duurzame investering, FTT, voetafdruk en bevolkingsbeleid, regionale economie, het betrekken van burgers e.d.

Daarnaast:

  • Urgenda: werken aan vooral technische transitiepaden (Rotmans)
  • de Groene Zaak: een verband van op duurzame economie gerichte bedrijven
  • Economy Transformers: vergelijkbaar met ons, maar misschien meer een bezinningsprogramma gericht op de filosofisch-psychologische wortels van ons economisch systeem (Wijfels)
  • burgerinitiatief ‘Nederland krijgt nieuwe energie (Klaas van Egmond)
  • nieuw denken over OS waarin meer aandacht komt voor de fundamentele veranderingen die in onze eigen economie moet plaatsvinden om ruimte voor ontwikkeling in het Zuiden te maken (WRR, Grotenhuis) en waar het kabinet wat selectief mee omgaat
  • en natuurlijk het werk van mensen als Roefie Hueting, Bob Goudzwaard en Arnold Heertje
  • niet toevallig allemaal namen van mensen die vandaag aan het woord komen (al was Wijffels helaas verhinderd)

Hoog tijd nu om dat losse verband aaneen te smeden tot een stevige samenwerking

  • met een duidelijk, actief commitment van een groot aantal organisaties die ertoe doen
  • waarin iedereen zijn rol speelt op eigen terrein en deskundigheid
  • maar met een gedeelde ambitie waarop men zich naar buiten toe én naar de eigen achterban ook profileert
  • en op basis van een duidelijke, gedeelde strategie

Dat is het doel voor vandaag

  • de globale ambitie was er al met de Verklaring van Tilburg en de Fair & Green Deal; nu opnieuw geformuleerd in een visiedocument voor deze conferentie dat na de conferentie aangescherpt kan worden
  • voor de strategie hebben we een handvat voor discussie gegeven met het discussiedocument ‘Aanzet tot een routeplan’ waar het gaat om de overkoepelende strategie; in de workshops komt dat op deelterreinen aan de orde
  • taakverdeling en afspraken kunnen in de workshops en in de loop van de dag gemaakt worden
  • en hopelijk kunnen we aan het eind een duidelijk gevoel van commitment vaststellen en na de conferentie concretiseren

Die aanzet tot een strategie staat in het teken van twee motto’s

  • De tijd dringt, zei Carl Friedrich von Weizsäcker al in 1986. Daarom hebben we als einddoel een radicale transitie, die in 10 jaar tot een substantiële verkleining van de voetafdruk en de ongelijkheid moet leiden
  • Haast u langzaam, zei Erasmus in de 16eeeuw:
    • deel de transitie op in overzichtelijke stappen
    • plaats die in een slimme volgorde
    • doe niet alles tegelijk: kies je doelgroep, actoren en boodschappers bewust
    • houdt rekening met hun begrijpelijke aarzelingen en onzekerheden
    • maar zet ook waar nodig druk op de ketel met gericht activisme (waarvan bijv. Shelle de effectiviteit maar al te goed kent)

Hoog tijd, zoals gezegd: niet alleen vanwege de economische crisis, maar vooral vanwege de klimaatcrisis, peak oil, stijgende voedselprijzen, blijvende armoede, dalende biodiversiteit en alle conflicten en migratie die daarmee samenhangen

Van overheid en politiek moeten we het op dit moment even niet verwachten (in Nederland in ieder geval)

Het is aan ons, maatschappelijke organisaties en een voorhoede van bedrijven, om de transitie in gang te zetten. Aan het werk dus.

Dat doen we onder de dynamische leiding van Evelijne Bruning: voorheen hoofdredacteur van Vice Versa, nu directeur van The Hunger Project Nederland.

 

Verslag workshop 4

14 deelnemers, inclusief inleiders, daarmee zat het zaaltje vol.

(powerpoint Koos de Bruin)

Introducties waren er van Koos de Bruin (Jubilee NL en Tax Justice Nederland) en Ted van Hees (Novib) beide ook actief in Platform DSE. De gespreksleiding was in handen van Burghard Ilge (Both Ends). Het verslag is van Kees Hudig (globalinfo.nl en Platform DSE).

het grootste deel van de tijd ging op aan het uiteenzetten van de twee campagnes, en discussies en vragen daarover. Het leverde een verhelderende bijeenkomst op. Aan het einde spraken de aanwezigen zich in het algemeen uit voor de door de twee inleiders voorgestelde campagnedoelen. Maar er was niet meer echt tijd om een ‘roadmap’ daarvoor uit te werken.

Burgard Ilge schetste als inleiding hoe met de financiele crisis de aandacht is gekomen voor regulering van de internationale financiele structuur. Ook mogelijkheden voor internationale financiele belastingheffing zijn nu duidelijker op de agenda, gecombineerd met een besef van een gebrek aan ‘global governance’. De focus komt nu te liggen op de kapitaalstromen die van Zuid naar Noord plaatsvinden. Er zijn twee ‘stromingen’ te onderscheiden: Ten eerste die van tax avoidance of evasion en het klassieke schuldenwerk. En daarnaast de Financial Transaction Tax en internationale schuldenvraag. Beide komen hier aan bod.

FTT

Ted van Hees stak van wal over de Financial Transaction Tax (FTT, ofwel Robin Hood Tax, vroeger ook wel Tobin Tax genoemd). Hij legde uit wat het verschil is met de ‘smalle’ bankenbelasting waar de Nederlandse regering, bij monde van minister de Jager, wel eens positief over praat. Het verschil is voornamelijk dat de bankentaks niets tegen speculatie uitricht en ook veel minder opbrengt; het belast alleen stilzittend kapitaal, eens per jaar, en dus niet het ‘flitsende’ kapitaal, permanent. ook voor de FTT zijn verschillende modellen. Sarkozy lijkt voorstander, en Merkel gaat ook in die richting, van het invoeren van een heffing van 0,05 %, maar het kan ook per product variëren.

het voordeel is tweeledig: het genereert veel geld en het gaat speculatie tegen (de verwachting is dat met de minimale heffing 2/3e van de speculatie ‘gedempt’ wordt. Het zou per jaar tussen de 400 en 700 miljard dollar op kunnen brengen.

Over de besteding van de gegenereerde gelden verschillen ook de posities. Over het algemeen is er wel consensus over een verdeling van dat de helft terugvloeit naar de schatkist van het land waar de heffing gedaan is, en de andere helft besteed kan worden aan ontwikkeling en klimaat.

Frankrijk, dat dit jaar voorzitter van G8 en G20 is, lijkt dus voorstander en Duitsland heeft zelfs gezegd dat ze het eventueel eenzijdig invoeren. Er zijn ook tegenstanders (VK, VS, en Nederland, onder andere). Strategie van de campagne voor een FTT is het ‘namen en shamen’. Op de internationale actiedag op 17e februari worden landen die tegenstander zijn onder druk gezet. In juni zijn er belangrijke vergaderingen van de Europese Raad en Ecofin, en in november is de G20-top in Zuid-Frankrijk.

Voor de Nederlandse campagne is het belangrijk om De Jager onder druk te zetten om zich in ieder geval ‘neutraal’ op te stellen (en niet expliciet tegen zoals nu) ten aanzien van invoering in G20-verband of in EU-verband.

Op een vraag uit ‘de zaal’ wordt uitgelegd dat de FTT in principe zou gelden voor alle financiële transacties, dus ook bij bijvoorbeeld de binnenlandse pinautomaat.

Er is ook een soort lobby richting grote banken om ze ontvankelijker te maken voor dit idee. Een van de instrumenten die verder ontwikkeld is, is de ‘eerlijke bankwijzer’.

————-

Schuldenrechtbank

Koos de Bruin gaat verder met een inleiding over het schuldenvraagstuk, en geeft een korte uiteenzetting van de ontwikkelingen van de schulden na de Tweede Wereldoorlog en de twee voornaamste antwoorden die bedacht werden: Het instellen van een groep ‘zwaar verschuldigde landen’ (HIPC) en het MDRI (Multilateral Debt Relief Initiative).

Deze beide antwoorden hadden weinig oog voor de rol van de kredietverschaffers, terwijl onverantwoord leengedrag toch een van de hoofdoorzaken is. Veel landen zijn na de schuldenverlichting ook opnieuw in de problemen gekomen.

Op verschillende niveaus wordt ook gewerkt aan structurele oplossingen. Bijvoorbeeld in de Stiglitz Commissie, waar het idee ontwikkeld is van een International Debt Restructuring Court, een rechtbank dus waar een herschikking van de schulden besloten kan worden.

In de Financial Times is ook de idee geopperd dat landen failliet moeten kunnen gaan, waarna hun schulden komen te vervallen.

Ook in Brussel en Nederland gaan stemmen op voor een Permanent Schuldentribunaal, weliswaar voor toekomstige schulden en zonder verantwoordelijkheid voor de crediteuren.

De oplossing zou een eerlijk en transparant schuldenverlichtingsprogramma zijn, dat neutraal en alomvattend is. Komend jaar zou daarover, gelijkvallend met de G20-campagne, campagne gevoerd kunnen worden. Koos geeft een overzicht van criteria die gehanteerd kunnen worden en benadrukt dat er nu ‘momentum voor is’ met de schuldencrises waardoor zelfs hele staten op instorten staan. Ook verschuiven de mondiale economische machtsverhoudingen nu en is de steun vanuit de maatschappij groter dan ooit.

Ingezet zou daarom kunnen worden op het instellen van een onafhankelijke rechtbank in 2015.

Afgesproken wordt aan het einde in te zetten op twee doelen: het neutraliseren van de Nederlandse blokkade van een FTT en:

De instelling van een effectieve schuldenrechtbank

Voor bijdragen aan deze campagnes kan contact opgenomen worden met de inleiders of meer informatie gevonden worden op:

http://www.jubileenederland.nl/

http://www.defusethedebtcrisis.org/

en voor FTT: ted.van.hees@oxfamnovib.nl

Verslag workshop 7

Powerpoint Guus Geurts

Powerpoint Keimpe van der Heide

Verslag werkgroep Internationale Voedselzekerheid en Landbouw
(Rob Bleijerveld)

Voorzitter Klaas Breunissen (Milieudefensie) opent de workshop: ” Het gaat hier over de vraag hoe we tot een ‘Fair en Green Deal’ komen met betrekking tot de internationale voedselvoorziening en landbouw. Voedselzekerheid – kortweg “Iedereen moet toegang hebben tot gezond eten” – staat centraal.”

Deel 1

Na een kennismakingsrondje van de deelnemers, is er een korte film over boerenstrijd in Guatemala, waarna hij het woord geeft aan twee sprekers die een korte toelichting geven op de problematiek (zie audio- en presentatiebestanden). De derde spreker – Duncan Pruett (Oxfam Novib) – is ziek. Beide sprekers dragen oplossingen aan voor het veiligstellen van voedselzekerheid. Breunissen: “In het tweede deel van de workshop bespreken we hoe we die oplossingen tot stand kunnen brengen.”

Film:

De film is gemaakt door Guus Geurts ( de 2e spreker) en heet “Grito para madre Tierra” (“Schreeuw om moeder Aarde”). Het is een interview met een boerenleider van het CUC in Guatemala. Het CUC strijdt tegen het private grootgrondbezit en tegen het neoliberale exportmodel dat zorgt voor armoede, honger, werkeloosheid onder de indiaanse bevolking en de vernietiging van de leefomgeving. Het CUC ijvert voor landhervorming. (Zie: link).

Reacties op en toelichting bij de film:

* “Een extreem voorbeeld van roofbouw-economie die de voedselvoorziening en de ontwikkeling van die mensen in de weg staat.” Toelichting Guus: “De vruchtbare grond wordt voor productie van exportbananen gebruikt en ander voedsel moet worden ingevoerd. Het CAFTA-verdrag verbiedt bescherming van de maisproductie in Guatemala, terwijl goedkope, gesubsidieerde mais uit de VS hun markt overspoelt. Guatemala heeft lange tijd kolonialisme gekend en – na een korte democratische periode – 36 jaar dictatuur door de bananen-elites waarbij zeer veel mensenrechtenactivisten zijn vermoord.”

* “Als uitgeputte grond waar ook gif is gebruikt – zoals voormalige bananenplantages – een tijdje braak ligt, zou het weer bebouwd kunnen worden door de boeren.” Guus: “Maar de natuurvernietiging en het grootgrondbezit nemen nu zelfs weer toe: er worden veel palmolieplantages aangelegd voor agrobrandstoffen, en er wordt veel bos gekapt voor veehouderij; er is nog geen zicht op een andere landverdeling.”

* “Voorbeelden van land dat is teruggegeven aan boeren zijn er wel, maar dan kan gebrek aan bankleningen en voldoende landbouwkennis vervolgens een probleem zijn en leiden tot doorverkoop aan grootgrondbezitters.” “In Paraguay – waar ook een sterke beweging is om land terug te krijgen – is armoede een groot probleem. Het is dus van belang dat de vicieuze cirkel van de armoede wordt doorbroken.” “De vraag is ook: hoeveel voedsel levert de grond eigenlijk op? Is dat voldoende voor de bevolking? Een vraag die niet zozeer afhangt van wie het in eigendom heeft.” “De stelling dat voedsel regionaal verbouwd moet worden, is nuttig om hier te bespreken.”

* Er volgt een discussie: “Film laat juist zien dat eigendom wel bepaalt wat er geteeld wordt.” “Land is ook nodig om op te wonen, anders zijn de stedelijke slumps het enige alternatief. Daarbij kunnen wisselteelt, agrobiodiversiteit en coöperatieve landbewerking relatief meer productie en voedingswaarde opleveren dan grootschalige gangbare teelt.” “Sicco Mansholt bepleitte juist de groter bedrijfseenheden in plaats van de keuterboertjes.” “Kleinschaligheid, rotatie- en gemengd verbouwen werken productieverhogend per hectare, maar ook minder grond onbenut laten, meer zorg voor de grond, dichter bij het gewas staan spelen een positieve rol. Dit levert meer voedselzekerheid dan grootschalig extensieve teelt. Je hebt alleen te maken met machtsverhoudingen en met waar het geld naar toe gaat.” “In deze workshop moet het niet gaan om wat technisch het beste systeem is, maar de film laat ook zien dat het gaat om zeggenschap, en dat mensen wereldwijd toegang tot voldoende voedsel hebben. Wij in Nederland zijn (in overdrachtelijke zin) erg ver verwijderd van ons voedsel. We weten niet waar het vandaan komt en zien het niet meer als belangrijkste bron van (ons) leven. Dat iedereen op deze aarde op een duurzame manier aan eten kan komen, moet het uitgangspunt zijn. Wat kunnen wij daaraan doen?”

* De voorzitter vat afsluitend samen: “Teruggeven van grond aan boeren is belangrijk, maar ook dat boeren zeggenschap moeten hebben over een eigen stuk grond en hoe ze daarop voedsel produceren. En ‘die landen’ moeten zelf bepalen met welk systeem en op welke schaal de voedselproductie plaatsvindt.” Bezwaar van deelneemster: “Ik denk dat het juist veel kan uitmaken of in bepaald situaties de voedselproductie klein- of grootschalig is, maar zeker ook van belang is of je weet waar je voedsel vandaan komt.” Een ander: “Hoewel we hier wel voldoende voedsel hebben, hebben we in Nederland te maken met een soortgelijk systeem als in Guatemala, uitgaande van 30% van de varkensboeren die beneden het welvaartsniveau leven (grote bankschulden). Het gaat over monoculturen en eigendom.”

Spreker 1: Keimpe van der Heide (Nederlandse Akkerbouw Vakbond, Platform Aarde-Boer-Consument) over de noodzaak van eerlijke prijzen voor boeren en hier en elders in de wereld. Alleen voor een goede prijs kunnen boeren duurzame producten leveren. Voor zijn bijdrage en de reacties en vragen van de deelnemers, zie de audio- en PPT-bestanden.

Spreker 2: Guus Geurts (XminY en Platform ABC) over de gevolgen van het neo-liberale beleid voor de landbouw en over alternatieven. Hij geeft aan dat de ‘vrije markt niet werkt en dat de landbouw uit de WTO moet. Voor de reacties en vragen van de deelnemers, zie audio- en PPT-bestanden.

Deel 2

De voorzitter: “Er zijn in de workshop drie soorten oplossingen genoemd: faire prijzen voor boeren, voedselsouvereiniteit, en zeggenschap over land in het zuiden. De vraag is nu: hoe kunnen we vanuit Nederland en vanuit ons eigen werk of activiteit hieraan bijdragen, met in het achterhoofd de voorgestelde ‘roadmap’?

De eerste bijdrages:

– “Informatie verschaffen via artikelen en websites over hoe het Europese economische beleid (EU2020) en handelsbeleid dat volledig inzet op vergroting van de concurrentiekracht van grote Europese bedrijven en op het overdragen van de regie over de economie aan die bedrijven. Het is belangrijk na te gaan hoe dat beleid wordt gevormd (bijv. via bedrijfslobby; in vrijhandelsakkoorden) en hoe we dat vanuit Nederland kunnen veranderen.”

– “De natuur zou een waarde, prijs moeten krijgen en onderdeel moeten worden van het economische systeem, van het handelssysteem (terwijl je wel blijft zorgen voor een balans). Agrobiodiversiteit levert bijvoorbeeld productiestijging op, zowel in Europa/Nederland als in ontwikkelingslanden. En iedereen wil wel wonen temidden van de natuur, het groen, maar wil daarvoor niet betalen.”

– “Vanuit de IVN/NME’s (Centra voor Natuur- en MilieuEducatie) werken we met vele vrijwilligers aan milieu- en natuureducatie. We zijn bezig om samen met lokale boeren (georganiseerd via Biologica of de agrarische natuurvereniging) een project op te zetten om kinderen mee te nemen naar boerderijen om ze te laten zien waar het voedsel vandaan komt. Dilemma in ons werk: Hoe betrek je mensen die niet of nauwelijks geïnformeerd en geïnteresseerd zijn in discussies over bijvoorbeeld de problematiek van de boeren, het gewenste niveau van keurmerken, of de uitgangspunten van Via Campesina? Hoe krijgen leggen verbindingen tussen groepen en hoe krijgen we voor elkaar dat er werkelijk wat gaat veranderen?”

De voorzitter: “Maar ik wil toch een stap verder en weer terug naar de kernvraag: hoe komen we vanuit ons werk – in dit geval boerderij-educatie – tot de eerder genoemde cruciale oplossingen? En wat kan de rol van onze organisaties zijn – de IVN, of de NAV, de milieuhoek, et cetera – om samen te opereren in bijvoorbeeld een lobby rondom de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid?”

– “Ik stel voor dat NGO’s via kennisoverdracht de lokale boeren in het zuiden bewustmaken over de nadelen van het produceren van koffie in tegenstelling tot bijvoorbeeld bananen omdat je je met bananen kunt voeden als ze je ze niet kunt verkopen, maar koffiebonen niet. Het gaat in feite om voedselsoevereiniteit en de boeren hebben in feite een keuzemogelijkheid.

Voorzitter: “Maar toch weer: hoe ga je vanuit het belangrijke werk van educatie en bewustwording de macht veranderen, waar het bijvoorbeeld gaat om WTO of GLB?”

– De markt bepaalt, de bedrijven bepalen. Als soja zo goedkoop te importeren is, zullen wij nooit hier nooit bonen gaan verbouwen. En dat gaat over zo’n grote schaal dat de bijdrage van een NGO altijd klein zal zijn. Bedrijven hebben veel meer budget om veranderingen te realiseren en daar moet je je op richten.”

– Educatie is goed, maar je moet de politiek niet vergeten. Alle besluiten waar we het over hebben gehad, zijn op politiek niveau genomen, en die moet je dus beïnvloeden. Een voorbeeld: bij de presentatie afgelopen week van het Manifest van Roermond over de intensieve veehouderij, werd het woord duurzaamheid wel honderd keer genoemd. Maar de duurzaamheid van de ondernemers en de provinciale bestuurders is heel anders dan de onze. De politiek is erg belangrijk.”

Voorzitter: “Maar hoe verander je die politiek?”

– “Door je mening te geven als “Leef op Safe’, en het zoeken van medestanders en door uit te gaan van kleine stapjes.”

– “Door direkte aktie bijvoorbeeld!”

Voorzitter: “Waar moet de verandering vandaan komen? Van de (“vooruitlopende”) ondernemers, de (“hopeloze”) politiek, de (“ingekapselde”) NGO’s, of van kleine losse groepjes uit de bevolking?

– “Alle mensen, organisaties en bedrijven die met vernieuwing en omdenken naar een heel ander systeem bezig zijn, moeten samen met de politiek bezig gaan. (Een voorbeeld: “Nederland wil nieuwe energie.nl” van bijna alle politiek partijen samen).”

– Guus: “Wij moeten zelf criteria opstellen over duurzaamheid. Daar hoort bij: geen grotere economische voetafdruk, kringlopen sluiten en verminderen fossiele brandstofgebruik. Deze drie doen nergens mee in politieke onderhandelingen! Een potentiële bondgenoot om dat te bereiken is bijvoorbeeld de Z-LTO. Die is aan het draaien door de toenemende burgersteun tegen de varkens-megastallen. In feite moet de Z-LTO haar steun aan de agrobusiness die achter die megastallen zit, opgeven en kiezen voor haar boerenleden. Die boeren moeten de Z-LTO van binnenuit onder druk zetten, want elke megastal betekent het faillisement van 3 boeren en een akkoord dat binnenkort wordt afgesloten met Brazilië zal de hele varkenssector kapot maken. Ook de verwerkende industrie kan een bondgenoot zijn als je je op Europa richt, ook qua werkgelegenheid. De populisten bedrijven vreemdelingenhaat hier, terwijl wij de landbouw in Oost-Europa kapot maken met de strenge Europese hygiëne-regels die de bestaande lokalen voedselvoorziening kapot maakt. Onze retailindustrie neemt daar de markt over en zíj komen hier om te werken. Dat is vergelijkbaar wat er met Guatemala gebeurt. Ook een deel van het Midden- en Kleinbedrijf kan bondgenoot zijn zoals bedrijven die lokaal hennep en vlas produceren voor de textielmarkt.

Het gaat er om de oorzaken van milieuproblematiek, migratie en opraken van grondstoffen naar boven te brengen. De vakbonden moeten het thema van voedselzekerheid opnemen. Uit een onderzoek uit 2006 van het Natuur en Milieu Planburo bleek dat slechts 6% van de bevolking de concurrentie op wereldmarkt wil, en 45% wil een solidaire regio, en 22% wil een mondiale solidariteit (bijvoorbeeld via strengere milieuverdragen). Dus maak je boodschap politiek, stop met die flauwekul dat het allemaal positief moet zijn. Zeg waar het op staat, bijvoorbeeld dat Solidaridad het Wereldnatuurfonds fout bezig zijn met hun steun voor de zogenaamde ‘duurzame soja”

– “Ik twijfel eraan of het konfrontatief aanspreken van Solidaridad en WNF wel de juiste manier is om verandering tot stand te brengen. Het gaat teveel om interne discussie die slechts wordt begrepen door een kleine groep. Uiteindelijk moet je veel mensen en organisaties mee krijgen om de politiek te kunnen veranderen. Je moet ze dus meer als bondgenoot benaderen, de gemeenschappelijke grond zoeken en dan daarop de politiek gaan bespelen.”

– Guus: “Nee, het gaat bij de RTRS om essentiële dingen. Zij geloven erin dat de soja-productie duurzaam is te krijgen, maar als je de problemen van landverdrijving en fosfaatschaarste serieus neemt dan blijkt dat niet te kunnen. Ondertussen gebruikt de politiek de steun van enkele maatschappelijke organisaties om de RTRS te ondersteunen. En zo komt een fundamentele oplossing nooit dichterbij.”

– “Het gaat niet om het zoeken naar bondgenoten, maar om het aanpassen van de marktverhoudingen door hoge heffingen te leggen op bijvoorbeeld de import van goedkope gentech katoen uit India. Dat doe je door de Europese politiek te belobbyen. Er moet bijvoorbeeld een eco-tax op vliegen komen, maar dan wel Europees (tegen ‘free-riding’).”

– “Zie jij bondgenoten onder jongeren- of studentengroepen die mee willen met dit verhaal?” (“Ja, die zijn er”. “Dan moet je daar iets mee doen.”).

– “Volgens mij moeten we ook aansprekende personen, iconen mee zien te krijgen. Het gaat om bewustwording.” (“Ja, voorbeeld is Wijffels is ooit ook van mening veranderd. En ik gooi CDA-ers altijd voor de voeten: Waarom luisteren jullie niet méér naar hem?).

Voorzitter: “Ik ga afronden en samenvatten. Daarna is er nog een snel rondje mogelijk. Er kwamen een aantal punten naar voren. Zo is er veel gezegd over bewustmaking en bewustwording, hier en in het zuiden. De politiek wordt een belangrijke rol toebedeeld. Bondgenoten zitten in boerenorganisaties en het MKB. Bondgenoten zijn ook aansprekende personen. De meningen verschilden over de vraag of en hoe je stelling moet nemen tegen organisaties als het WNF en Solidaridad (foute soja). Nu de laatste ronde.”

– “Ik heb niets gehoord over directe actie en de invloed op de politiek door actiegroepen. Verder een aankondiging van een workshop-dag op 18 februari van het Platform Ander Landbouw. Dat gaat over de hervorming van het Europees Landbouwbeleid, over korte ketens tussen boeren en consumenten, en over duurzame ketens. Informatie via de site van Aarde-Boer-Consument. Allemaal welkom.”

– “Het is een moeilijk onderwerp. Kunnen we ons niet gewoon beperken tot de stelling dat Europese landbouw grondgebonden (dus regionaal) moet zijn? Dat betekent het drastisch indammen van handelsstromen over de wereld (zoals de soja-handel) en het past ook in het voetafdruk-qouteringsverhaal.”

– “Verandering moet toch komen van de markt. De markt doet wat winstgevend is. De markt reguleert zichzelf voor het grootste deel, en je kunt bijsturen met beleid, bijvoorbeeld via de WTO en niet via de VN.”

– “Wij (VersVOKO’s) richten ons op het koopgedrag van mensen. Daarmee kun je niet direct grote politiek veranderingen mee teweegbrengen in landbouwbeleid. Wij spreken de consument aan en lichten hen in over de grote macht die supermarkten hebben om de producentenprijs te bepalen. We verenigen consumenten in coöperatieven die lokaal inkopen bij boeren voor een eerlijke prijs. We moeten zeker ook het beleid aanpassen, maar we kunnen ondertussen ook concreet wat doen aan de inkomens van boeren. Op deze wijze stimuleer je op een directe manier duurzame landbouw, een betere lokale economie door kortere kringen (ketens). Uitbouw kan, maar zal langzaam gaan en hiermee kun je uiteindelijk ook grote veranderingen bereiken.”

– Keimpe: “Ja, dat is iets wat mensen zelf kunnen doen. Een goede manier om verandering in te zetten. De vraag naar duurzame, lokale producten voor een eerlijke prijs, geeft boeren een kans om passend aanbod te leveren. Veranderingen komen over het algemeen niet van de grote grijze meerderheid maar eerder van kleine fanatieke groepjes die heel goed weten waarmee ze bezig zijn. Als het gaat om het veranderen van het huidige politieke beleid: daar is niet veel tijd meer voor. Want over een paar maanden gaan de Europese ambtenaren met het schrijven van een nieuw Landbouwbeleid. En als niet duidelijk is dat de burgers in de EU het anders willen, dan blijft het uitgangspunt concurrentiekracht op de wereldmarkt. Behalve een aantal boerenorganisaties zullen ook maatschappelijke organisaties die iets willen met dat beleid, aan de bel moeten gaan trekken in Den Haag en in Brussel.

– Guus: “Laten we niet het belang van de milieu- en de ontwikkelingsorganisaties vergeten. Het is belangrijk hun steun te krijgen voor voedselsoevereiniteit (wat ze nu zien als een soort scheldwoord). Dan zou een samenwerking met boerenorganisaties echt krachtig zijn in Europa.

Verder is er van 11 maart tot en met 20 mei een lezingencyclus over dit soort onderwerpen. En op 19 maart komt er een boek van mij uit over voedsel en landbouw. O ja, en het XminY Solidariteitsfonds zoekt altijd donateurs. We zijn onafhankelijk en kunnen daarom onbelemmerd spreken.

De voorzitter bedankt en sluit af.

close