Workshop 8

Workshop 8: Fair en Green economieonderwijs, van voortgezet onderwijs tot universiteit.

Conferentie Routeplan voor een Eerlijke Economie, 3 februari 2010

De wereld staat voor een gigantisch uitdaging. We worden niet alleen geconfronteerd met een financiële crisis, maar ook met een voedsel-, water-, energie- en klimaatcrisis. Er ontvouwen zich twee scenario’s. Of we gaan op dezelfde voet door richting de rand van de afrond, of het lukt ons om tijdig een andere weg in te slaan richting een duurzame samenleving. Onderwijs (op elk niveau) speelt bij het bereiken van een duurzame samenleving een cruciale rol. Het bereiken van een duurzame samenleving vereist immers een andere denkwijze dan de huidige. Of zoals Albert Einstein (1879 – 1955) ooit zei: “Je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.” En verandering begint met onderwijs en bewustwording.

Doel van deze workshop is het ontwikkelen van een routeplan (roadmap) voor eerlijk en groen economieonderwijs. Welke concrete stappen moeten gezet worden om het beoogde doel te bereiken? Welke kansen liggen er en welke belemmeringen? En welke organisaties willen meewerken om het routeplan voor duurzaam economieonderwijs verder uit te werken en uit te voeren?

De workshop vindt plaats binnen het kader van de conferentie ‘Routeplan voor een eerlijke economie’. De contouren van die gewenste economie werden eerder geschetst in  het voorstel voor ‘Een Fair & Green Deal’. Rond dat voorstel is een alliantie ontstaan van organisaties. (zie http://www.alliantiefairgreendeal.org)

De inleiding wordt verzorgd door em. prof. dr. Arnold Heertje. Volgens Heertje hebben economen de economische wetenschap verschraald en gedehumaniseerd door economische beschouwingen te herleiden tot financiële calculaties van baten en kosten. We moeten weg van dit eng, monetair geformuleerde welvaartsbegrip en de eenzijdige focus op geld en winstmaximalisatie, dat ons in de huidige kredietcrisis heeft gestort. Als we volgens Heertje iets kunnen leren van deze crisis is het dat de oplossing ligt in investeren in duurzaamheid en menselijkheid. Heertje ziet de crisis als kans voor een duurzame en menswaardige economie. Een economie waarin de mens weer centraal komt te staan en niet het korte termijn gewin of de monetaire winst. Economie draait niet (alleen) om geld, maar om de behoeftebevrediging van de mens nu, van de mens straks, waar ook ter wereld. Dat zijn ook behoeften die zich niet in geld laten uitdrukken, zoals de behoeften aan natuur, schone lucht, stilte, gezondheid, leefbaarheid etc. Een gezond leefklimaat voor U en uw kinderen maakt evenzeer deel uit van uw welvaart. Echte economie behelst daarom een breder, humaner welvaartsbegrip. Dit bredere welvaartbegrip laat ons beseffen dat duurzaamheid ook een eerste levensbehoeften is van de bevolking. Want duurzaamheid heeft uiteindelijk alles te maken met welvaart van mensen nu, en mensen strak, waar ook ter wereld.

De stelling van em. prof. Arnold Heertje luidt: ‘Op elke universiteit/economische faculteit moet welvaarttheorie gedoceerd worden’.

Iedereen die mee wil denken over duurzaam economieonderwijs is welkom!

(De workshop duurzaam economieonderwijs wordt georganiseerd in samenwerking met het Centrum voor Wetenschap en Levensbeschouwing van de Universiteit van Tilburg.)

(dezelfde tekst als pdf-file)

Workshop 7

Workshop 7: Internationale voedselzekerheid en landbouw

Conferentie Routeplan voor een Eerlijke Economie, 3 februari 2010

Met medewerking van Duncan Pruett (Oxfam Novib), Keimpe van der Heide (Nederlandse Akkerbouw Vakbond en Platform Aarde Boer Consument), Guus Geurts (XminY en Platform ABC), voorzitter: Klaas Breunissen (Milieudefensie)

‘Op weg naar een duurzame en solidaire voedselvoorziening’

In deze workshop wordt allereerst door verschillende sprekers de huidige situatie geanalyseerd binnen de Europese en mondiale voedselvoorziening. Dan wordt duidelijk dat het vrijhandelsbeleid van de afgelopen decennia is vastgelopen. Boeren in Noord en Zuid raken hun markten kwijt en krijgen geen eerlijke prijzen voor hun producten. Ook gaan de steeds schaarser wordende natuurlijke hulpbronnen naar de hoogste bieder, waardoor grootschalige exportproductie van veevoer en biobrandstoffen prioriteit krijgt boven landrechten en voedselzekerheid.

Ook worden er verbanden gelegd met de klimaat-, energie- en mineralencrises. Daarna worden alternatieven en strategieën gepresenteerd en besproken met het publiek. Leidende begrippen hierbij zijn voedselsoevereiniteit en regionalisering. Zo zijn er zowel drastische beleidswijzigingen nodig in het Europese landbouwbeleid

na 2013 als binnen de WTO en andere vrijhandelsverdragen. Ook wordt besproken hoe er bruggen geslagen kunnen worden tussen boerenorganisaties, maatschappelijke organisaties, bedrijven én een groeiende groep van burgers die actief zijn binnen de lokale voedselvoorziening (in de stad).

(Dezelfde tekst als pdf-file)

Bijlage: Beleidsvisie (pdf)

Workshop 6

Workshop 6: Vredeseconomie en conflictpreventie op de politieke agenda

Conferentie Routeplan voor een Eerlijke Economie, 3 februari 2010

Leiding Jan Schaake (Kerk & Vrede); notulist: Greetje Witte-Rang (Platform DSE); medewerkenden: Kees Nieuwerth (Quakers), Mark Akkerman (Stop de Wapenhandel), Peter Polder (PeakOil Nederland) e.a.)]

“Wereldwijd zijn in de 21ste eeuw vier keer zoveel oorlogen door onderhandelingen beëindigd dan door een militaire overwinning. Toch stegen de militaire uitgaven met 45% over de afgelopen 10 jaar, terwijl slechts kleine bedragen werden besteed aan het voorkomen van oorlog.

Experts verwachten een toename van gewelddadige conflicten vanwege snel groeiende ongelijkheid, klimaatverandering en de toenemende uitputting van bestaansmiddelen en grondstoffen zoals landbouwgronden, water en olie. Maar als het conflict escaleert en gewelddadig wordt raken deze oorzaken uit het zicht en worden ook niet opgelost. De grondoorzaken zullen aan de orde gesteld moeten worden binnen duurzame structuren die het conflict transformeren. Anders steekt het conflict domweg de kop weer op bij verkiezingen of andere gelegenheden.” (Introductie van de Global Peace Building Strategy - From violent conflict to systematic peace, October 2010)

Korte algemene situatieschets

Het bovenstaande citaat beschrijft de hedendaagse ontwikkelingen op het gebied van vrede en veiligheid kort en bondig. Waar het westen steeds meer de ongelijkheid tussen noord en zuid laat groeien, ontstaan zowel ressentiment tegen als verlangen naar het rijke westen, zich vertalend in aanslagen op westerse doelen respectievelijk een groeiende migratiestroom naar het westen hetgeen op zijn beurt weer leidt tot extreme veiligheidsmaatregelen en een toenemende militarisering van de grensbewaking.

Er wordt gewaarschuwd voor klimaatoorlogen ten gevolge van een sterk veranderende geografie. Woestijnvorming en zeespiegelstijging maken landbouwgronden onbruikbaar, wat zal leiden tot lokale en regionale conflicten om water en land; toch al instabiele landen kunnen erdoor im- of exploderen. Een binnenkort goed bevaarbare Noordelijke IJszee zal leiden tot mondiale spanningen over vaarroutes en bereikbaar geworden grondstoffen- en energievoorraden. Extreme brandstoffenprijzen zullen tot steeds meer sociale onrust leiden.We zien nu al toenemende spanningen om grondstoffen- en energievoorraden en om de transportroutes, lokaal, regionaal en mondiaal. Oplopende spanningen binnen en tussen tal van Afrikaanse landen waar grondstoffen gewonnen en getransporteerd worden; naast de reeds bestaande soms gespannen verhoudingen tussen leveranciers en afnemers (Midden-Oosten versus het Westen; Rusland versus Oost- en Midden-Europese landen) nieuwe spannende verhoudingen tussen reeds bestaande afnemers en nieuwe spelers op die markt, met name China dat voet aan de grond wil krijgen in Afrika en Centraal-Azië.

Al deze conflicten gaan inmiddels gepaard met militaire machtsvertoon in de meest strategische regio’s. De Indische Oceaan, als verbinding tussen het grondstoffenrijke Afrika, de Arabische wereld, India en China, zou wel eens het strijdtoneel van de 21ste eeuw kunnen worden. Nu al vormt de anti-piraterijvloot rond Somalië de één na belangrijkste NAVO-operatie (na Afghanistan) en behelst ze de grootste Nederlandse legerinzet op dit moment. De afgelopen vijf jaar is de term “energievoorzieningszekerheid” vanuit de louter economische beleidsnota’s terechtgekomen in nationale, Europese en NAVO-veiligheidsdoctrines en wordt openlijk gerept van militaire beveiliging van transportroutes over zee (zoals die rond Somalië) en over land (rond de lange continentale olie- en gaspijpleidingen).

Deze oplopende spanningen en de keuze voor een militaire aanpak leiden wereldwijd tot een intensivering van de miljardenverslindende wapenproductie en wapenhandel.

Armoede wordt steeds meer van de Westerse politieke agenda geschoven, terwijl dat toch dé plaats is waar de structurele oplossingen voor economische onrechtvaardigheid vorm zullen moeten krijgen. De Nederlandse regering krimpt het budget voor ontwikkelingssamenwerking met tenminste 12,5% in, maar geeft het thema “fragiele staten en veiligheid” er alvast structureel 9 miljoen bij: het symptoom (met militaire middelen) en niet de onderliggende oorzaak (met ontwikkelingseconomische middelen) wordt aangepakt.

De werkgroep Vredeseconomie en conflictpreventie van de Alliantie Fair & Green Deal beoogt met de workshop een bijdrage te leveren aan het wegnemen van conflictpotentieel met als einddoel:

van competitie naar coöperatie rond brand- en grondstoffen. De geschetste vredesbedreigende ontwikkelingen kunnen we een halt toeroepen als we een strategie ontwikkelen die niet zozeer gericht is op onderlinge concurrentie maar op het stimuleren van wederzijdse afhankelijkheid en samenwerking. Tijdens deze workshop zullen we deze aanpak nader toepassen op één type conflict, namelijk de olie- en gasconflicten tussen verschillende EU-lidstaten, Rusland en andere voormalige Sovjetrepublieken.

Veiligheid en energievoorziening in Europa

We leven nog steeds in een verdeeld Europa, en daarbij speelt de energiepolitiek een centrale rol. Al verschillende keren speelde Rusland de ‘energie-kaart’ uit om het beleid van buurlanden te beïnvloeden. Ruim 80% van het door de lidstaten van de EU geïmporteerde gas komt nu uit met name drie landen: Noorwegen, Algerije en Rusland. Daarvan neemt alleen Rusland thans meer dan 40% voor zijn rekening.

De lidstaten van de Europese Unie in hun honger naar energie proberen de afhankelijkheid van Russisch aardgas te verminderen door onder meer een gigantische pijpleiding te plannen die gas uit Turkmenistan via Turkije naar Europa kan laten stromen,de zogenoemde Nabucco pijplijn, parallel aan bestaande Russische leidingen, dus louter om de afhankelijkheid van Rusland te verminderen. Voorts zijn er zelfs plannen om een pijplijn dwars door de Sahara aan te leggen waardoor gas uit Nigeria naar Europa kan stromen! De aanleg en het beheer (beveiliging!) van die pijpleidingen vergt miljarden investeringen!

De vraag bij dit alles is natuurlijk: is dit werkelijk nodig? Kunnen we dat geld niet betere besteden, bijvoorbeeld aan het ontwikkelen van een ander energie- en veiligheidsbeleid?

De NAVO heeft een breed opgevat begrip ‘veiligheid’ steeds verder gemilitariseerd.

De Verenigde Naties, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en – in beginsel ook de Europese Unie – benaderden veiligheid vanuit een veel breder perspectief, zodat vredesopbouw, het respecteren en ontwikkelen van mensenrechten, het stimuleren van democratische processen en het rechtvaardig delen van natuurlijke hulpbronnen daarvan integraal deel uitmaakten. Een mogelijk alternatief voor deze ontwikkeling is daarom nog steeds het oorspronkelijke model van de VN, EU en de OVSE: samenwerking om gedeelde veiligheid, gedeelde verantwoordelijkheid en gedeelde hulpbronnen te ontwikkelen. De Europese Gemeenschap zou zichzelf opnieuw moeten uitvinden. We kunnen daarbij teruggrijpen op het oorspronkelijke concept van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal die destijds hielp om te voorkomen dat grondstoffen werden gemonopoliseerd en (opnieuw) ingezet als instrument bij een gewapend conflict.

Recent dringt Rusland aan op meer samenwerking bij het oppakken van de grote uitdagingen van deze tijd: energieschaarste, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Rusland is daarbij wellicht ook bereid tot nieuwe vormen van samenwerking gebaseerd op de OVSE en het verdrag van Helsinki uit 1975. Het oude Europa wordt hierbij uitgedaagd minder aan de leiband van de Verenigde Staten te lopen.

In plaats van allerlei bilaterale samenwerkingsvormen op energiegebied zouden we gezamenlijk de EEG een nieuwe inhoud kunnen geven door – als Europese Unie- met het door Rusland en haar nabuurlanden geïnitieerde Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) en zelfs alle Centraal-Aziatische staten (Turkmenistan, Oezbekistan, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan en Azerbeidzjan) een nieuw multilateraal samenwerkingsverband te beginnen: een Euraziatische Energie Gemeenschap (EEG!). Doel van deze pan-Europese energiegemeenschap zou tweeledig zijn. Enerzijds het delen en beheren van de schaarser wordende fossiele energiebronnen, anderzijds het gezamenlijk ontwikkelen van de voor een duurzame toekomst benodigde alternatieve energiedragers.

Als we in dat verband dan de geroemde ‘soft power’ van de EU inzetten om de vrijheid, democratische- en mensenrechten tot hoeksteen van het beleid in een steeds grote wordende politiek unie te maken, kan het proces dat zich in het Oude Europa voltrok zich op grotere schaal herhalen en de weg kunnen banen voor Rusland en sommige van haar bondgenoten om vervolgens lid te worden van een inmiddels gemoderniseerde EU. Dan kunnen we eindelijk ook de EU en de Raad van Europa integreren. Eindelijk het ‘Gemeenschappelijk Europees Huis’ zoals Gorbatsjov het eind jaren tachtig, begin negentiger noemde.

Wat de vredesbeweging te doen staat is om samen met de ontwikkelings- en milieubeweging:

  1. De dominante militaire aanpak van toenemende spanningen te bekritiseren;

  2. Met ontwikkelings- en duurzaamheidorganisaties te kijken naar de werkelijke oorzaken;

  3. Strategieën en modellen voor te stellen om deze werkelijke oorzaken gezamenlijk aan te pakken, rekening houdend met ieders deelbelangen. Vrede als de politiek van het samenwerken.

Stappen op weg naar dat einddoel

  • Een samenwerkingsovereenkomst rond beheer en ontwikkeling van fossiele en duurzame energie tussen de EU, Rusland en de voormalige Sovjet-republieken.

  • Het in leveringscontracten opnemen van de verplichting zich aan te sluiten bij de Extractive Industries Transparency Initiative (EITI) en het in acht nemen van gedragscodes voor multinationals.

  • Het vervolgens integreren alle betrokken staten in de uiteindelijk gezamenlijk te vormen Euraziatische Energie Gemeenschap.

Tijdens de workshop zal een concept-routeplan voor dit onderwerp besproken en uitgewerkt worden, en gepoogd worden voor de uitwerking van dat plan medestanders te vinden.

Onderdeel van het routeplan is in ieder geval:

* in 2011 informatievergaring en –verspreiding, door het opstellen van drie papers en het bespreken daarvan op drie conferenties; het opzetten van een webbased campagne (hiervoor is reeds een projectvoorstel in ontwikkeling, als samenwerkingsverband van de organisatoren van de workshop).

(dezelfde tekst als pdf-file)

————–

Bijlages (klik op de titels):

concept roadmap voor workshop 6

Energie en Conflict in Europa

Putting the Bundeswehr Report in Context

Energie- en grondstoffenconflicten

Grond- en brandstof of conflictstof: van conflict naar coöperatie.



Workshop 4

Internationale (belasting op) kapitaalstromen t.b.v. mondiale bestaanszekerheid (leiding Koos de Bruijn (Jubilee/TaxJustice) en Burghard Ilge (BothENDS), met Ted van Hees (Oxfam Novib) (Alliantiewerkgroep 3 en 4; journalist van Onze Wereld)

Introductie:

Ondanks de beeldvorming dat het in de ontwikkelingsdiscussie over een geldstroom van het globale Noorden naar Zuiden gaat is de realiteit dat jaarlijks per saldo miljarden dollars meer van ontwikkelingslanden naar rijke landen dan omgekeerd. Deze geldstroom bestaat grofweg uit twee delen. Enerzijds wordt kapitaal onttrokken door private personen en bedrijven. Bijvoorbeeld door het wegvloeien van winsten, mede door belastingontduiking en -ontwijking door internationale bedrijven (TNCs) en via belastingparadijzen, maar ook door kapitaalvlucht. Anderzijds vloeit kapitaal weg door aflossing van schulden uit het verleden aan commerciële en publieke (nationale en multinationale) crediteuren.
Volgens cijfers van Eurodad stond in 2008 tegenover deze uitstroom van totaat 1205 miljard dollar, slechts 857 miljard euro aan instroom (investeringen, ontwikkelingssamenwerking, overboekingen door migranten, nieuwe leningen, etc)

Daarnaast heeft de grilligheid van mondiale kapitaalmarkten grote gevolgen in ontwikkelingslanden.  Dat geldt zowel voor speculatie met grondstoffen en voedsel als met allerlei financiële producten. Tegelijkertijd zou een passende heffing van internationale belastingen enerzijds een dempende werking kunnen hebben op de meest negatieve van deze producten, zoals derivaten (afgeleide financiële producten) en anderzijds honderden miljarden kunnen opleveren voor binnenlandse financiering (alternatief voor bezuinigingen) en die van mondiale publieke goederen (klimaat, MDGs)
In het kort kan worden gesteld dat deze kapitaalstroom duurzame ontwikkeling in het Zuiden in de weg staat. Daarnaast staat de status quo een eerlijke kans voor het Zuiden in de weg.

Als onderdeel van een Fair Green Deal is aanpak van deze mondiale kapitaalstroom daarom onontbeerlijk. In deze workshop werken we twee concrete voorstellen tot hervormingen van het internationale financiële systeem verder uit. Een is gericht op het oplossen van internationale schuldproblemen de ander op de inzet van belastingmaatregelen om onduurzame gedrag van financiële markten te ontmoedigen en nieuwe financiële middelen te genereren.

Probleemstelling schulden

Ondanks de schuldverlichtingsinitiatieven van de afgelopen twintig jaren blijft de schuldenproblematiek zich manifesteren. In het verleden voornamelijk in ontwikkelingslanden, heden ten dage manifesteren schuldproblemen zich echter ook in ontwikkelde landen. Zie bijvoorbeeld Griekenland en Ierland. Dat maakt het ontbreken van een structurele en vooral eerlijke oplossing voor de schuldproblemen extra zichtbaar.

Zoals nu ook in Europa duidelijk wordt met de verstrekking van nieuwe leningen, worden problemen niet opgelost, maar vooral vooruitgeschoven. Er is een structurele en eerlijke oplossing van schuldproblemen nodig die onafhankelijk is van de betrokken partijen en die rekening houdt met de verantwoordelijkheden van zowel de leners als de geldverstrekkers. Dit kan door middel van de instelling van een zogenaamd Debt Court, of schuldenrechtbank.

Probleemstelling belastingen

Na de Mexicaanse peso crisis in 1994, de Asian Financial Crisis in 1997 en minder dan 10 jaar na de dot-com bubble van 2000 heeft de huidige financiële crises ook de landen bereikt die in het verleden het meest van de deregulering en integratie van de internationale financiële markten hebben profiteerd. Naast de vraag hoe een financiële crisis in de toekomst het best voorkomen kan worden is het zaak te zorgen dat de financiële sector een eerlijke bijdrage levert aan economisch herstel en ontwikkeling, daar de aanzienlijke kosten en gevolgen van de financiële crisis tot dusverre gedragen worden door de werkelijke economie, belastingbetalers, consumenten, overheidsdiensten en de samenleving in het algemeen.
De door de crisis veroorzaakten financiële tekorten dreigen nu met name ten koste te gaan van investeringen die nodig zijn voor een transitie naar een duurzame economie. Zij het de middelen die nodig zullen zijn om adequate te regeren op de dreigingen van klimaat verandering of het halen van de millenniumdoelen

Het voorstel

In 2015 is een onafhankelijke rechtbank voor het oplossen van internationale schuldproblemen realiteit. Landen zijn niet meer overgeleverd aan de grillen van de financiële markten en aan de wil van crediteuren op het moment dat zij – om welke reden dan ook – in betalingsproblemen komen. Nu wordt door een onafhankelijke partij bepaald welke schuldenlast draaglijk is, welke schulden terecht zijn en of op een deel van de schulden afgeschreven moet worden.

Daarnaast is 2012 sprake van een belasting op financiële transacties. Door gericht te zijn op bepaalde soorten „ongewenste” transacties woorden deze onaantrekkelijk en zullen dus minder plaatsvinden. Daarmee zorgt deze belasting voor een stabieler financieel systeem.
Tegelijkertijd brengt de belasting geld op dat kan worden aangewend voor ontwikkelings- en klimaataanpassingsdoeleinden.

In de workshop zal uitgewerkt worden hoe beide maatregelen stap voor stap ingevoerd kunnen en moeten worden.

(dezelfde tekst als pdf-file)

———————-

Bijlages (klik op de titels):

ETUI paper (pdf)

Eurodad Debt Workout Principles (pdf)

Starre schuldeisers verdiepen crisis (pdf)

Debt crisis studie 2010 (pdf)

Getting into Debt (pdf)


Workshop 2: Nederland met nieuwe energie


(Tekst komt nog)

Werkgroep 5

Werkgroep 5: Een Fair&Green Macro Economische Verkenning (MEV+)

Conferentie Routeplan voor een Eerlijke Economie, 3 februari 2011

Met medewerking van Bart de Boer (PDSE), Jan Juffermans (PDSE), Lou Keune (PDSE), Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink (CU Tweede Kamer), een vertegenwoordiger van het Wereldnatuurfonds (gevraagd), en diverse anderen.

Doelomschrijving

De omslag van de economie naar een duurzaam en eerlijk alternatief komt neer op een ingrijpende gedaante­verandering van de wereldeconomie, en daarmee op een fundamentele verandering van het gedrag van overheden, consumenten en producenten, wereldwijd.

Daarvoor is het van cruciaal belang dat voor al deze groeperingen duidelijke en eerlijke informatie beschikbaar komt over de gevolgen van de economische ontwikkeling voor mens en milieu (ook internationaal) én over de mogelijkheden om de economie duurzaam en solidair te maken. In Nederland wordt jaarlijks door het Centraal Planbureau (CPB) de Macro Economische Verkenning (MEV) gepubliceerd, als onderbouwing van de jaarlijkse begroting van de regering. Het Deelrapport geeft een beschrijving en analyse van de Nederlandse economie, het probeert helder te maken hoe “wij” er economisch voorstaan. Centraal in het rapport staat de ontwikkeling van de productiegroei, doorgaans economische groei genoemd. Deze wordt gemeten aan de hand van de indicator Bruto Binnenlands Product – BBP. Op de dominantie van deze indicator en van het daaraan gekoppelde groeidenken in de politiek is al sinds decennia veel kritiek, ook vanuit het Platform DSE, bijvoorbeeld in onze petitie van 2006 gericht aan de Tweede Kamer en de regering. Want in diverse opzichten geeft het BBP een verkeerd beeld van de economie en van de groei daarvan, waardoor de noodzaak en de urgentie van de overgang naar een duurzame en solidaire economie onderbelicht blijft.

Ons voorstel is om aan alternatieve economische indicatoren in de MEV een plek te geven die minstens gelijkwaardig is aan het BBP. Dat wil dan zeggen dat bij de beschrijving en analyse van de verschillende economische activiteiten niet alleen gekeken wordt naar het BBP maar ook naar andere economische indicatoren. En daarbij denken wij met name aan de Index of Sustainable Economic Welfare – ISEW, de Ecologische Voetafdruk – EV, en het Duurzaam Nationaal Inkomen – DNI. Daarnaast dat in de MEV relaties gelegd worden met de ontwikkeling van variabelen uit andere maatschappelijke domeinen die strategische betekenis hebben voor het zicht op de gevolgen en perspectieven van de economie. Wij denken hierbij aan, bijvoorbeeld, de (Nederlandse) Leefsituatie Index, de (mondiale) Living Planet Index en de indicatoren ontwikkeld door het UNDP op gebieden van mondiale inkomensarmoede en –ongelijkheid en het welzijn.

We stellen voor bovenstaande in Nederland te gaan doen, dus daar willen we een routeplan voor maken. Wij zien dit als een begin. Want ook op Europees en VN-niveau zou op vergelijkbare manier over de economische ontwikkeling verslag moeten worden gedaan, zodat een goede vergelijking tussen landen mogelijk wordt en er van zowel goede als slechte voorbeelden geleerd kan worden. De wijze van economische verslaglegging zou bij uitstek ook een onderwerp moeten zijn op de mondiale conferentie ‘RIO + 20’, die in 2012 in Rio de Janeiro wordt gehouden, 20 jaar na de eerste VN-Conferentie over Milieu en Ontwikkeling. Nederland zou dat op de internationale fora moeten bepleiten.

Mogelijk routeplan

1e en 2e jaar: op de agenda zetten

Dit lukt alleen als we met een (bijgesteld) voorstel voor de MEV+ komen, met name wat betreft

  • de op te nemen indicatoren voor (on)duurzaamheid en (in)solidariteit

  • hun samenhang

  • de opzet van de jaarlijkse rapportage over genomen technische, bestuurlijke en economische maatregelen

  • de mogelijke jaarlijkse aanbevelingen.

Een strategie voor de benadering van externe partijen is ook nodig.

Met dit gereedschap de MEV+ vervolgens op de agenda zetten van:

  • alle Alliantiepartners: 1e jaar

  • I&M, ELI, SZW, SCP, PBL, CBS, CPB, MVO-praktiserende en -voornemende bedrijven: 1e en voor de overheidsinstellingen wellicht ook het 2e jaar.

Daarna (of bijna tegelijk) subsidies voor de pilots en vervolgprojecten (zie onder) loskrijgen bij

  • I&M, ELI, SZW, MVO-praktiserende en -voornemende bedrijven en medewerking krijgen van de genoemde beoogde partijen.

2e jaar: ontwikkeling van pilots van toepassingen van alternatieve indicatoren in relatie tot de klassieke MEV-rapportage

  • Uitgevoerd door enkele groepen van daaraan gecommitteerde Alliantiepartners

  • Met raadpleging van – en eventueel inbreng door – milieueconomische en ontwikkelingseconomische vakgroepen van universiteiten en ministeries

  • Lobbyen bij politici voor een proeftoepassing van de pilots en het concrete vervolgproject, samen met betrokken ministeries

3e jaar: concreet project: ontwikkeling van een Fair&Green MEV+

  • Uitgevoerd door een consortium van Alliantiepartners, universiteiten, MVO bedrijven en adviesbureaus

  • Begeleid door I&M, ELI, SZW, planbureaus en (andere) universitaire vakgroepen

  • Voorbereiden van het opnemen van de resultaten in een jaarlijkse publicatie met betrokken ministeries en planbureaus

  • Opnieuw lobbyen voor toepassing

  • Politieke druk organiseren om MEV+ op de jaarlijkse politieke agenda te plaatsen

  • Resultaten inclusief toepassing publiceren door wetenschappelijke (?) en publieke pers.

4e jaar: structureel onderdeel van beleid

  • Organisatorische inbedding

  • Jaarlijkse en aanvankelijk meer frequente bespreking in de Kamer bewaken via politieke partijen

  • Voorstellen van de Nederlandse regering voor het internationaal toepassen van een alternatieve economische verslaglegging gericht op de ontwikkeling van een duurzame en solidaire economie.

5e jaar: verwezenlijking

Eerste structurele stappen naar een solidaire en duurzame economie worden genomen.

(dezelfde tekst als pdf-file)

———-

Bijlages:

Brochure MEV+ (pdf)

Artikel voetafdruk in BN

Dashboard voor duurzaamheid (powerpoint)

Alternatieve welvaartsindicatoren (powerpoint)

ISEW en DNI (powerpoint)

Naar een andere kijk op de economie (pdf)

Report on the World Bank Seminar on Economic Growth (pdf)

Broad sustainability contra sustainability (pdf)

Inkomenseffecten (pdf)




Workshop 1

Workshop 1: Duurzaam Investeren

Doel workshop

  • Roadmap onderdeel ‘Duurzaam investeren’

  • Versterken achterban (Platform Duurzame en Sollidaire economie) in mediamix (VBDO).

  • Mensen toevoegen aan de werkgroep ‘Duurzaam investeren’

Voorbereiding

  • Gespreksleider: Giuseppe van der Helm, directeur VBDO

  • Journalist: Harry te Riele
  • Basisdocument:

    • Probleem: Duurzaam investeren (beleggen) door particulieren is nog niet mainstream. De inzet is dat de werkgroep een beweging op gang zet waarbij particulieren een duurzame keuze maken wat betreft het inzetten van hun geld, op wat voor niveau dan ook. Een steeds uitgebreidere groep van individuen zorgt op die manier voor het omzetten van geldstromen naar duurzame initiatieven, projecten en beleggingen. Dat zorgt uiteindelijk voor een grote impact.

    • Einddoel: Binnen 5 jaar is percentage particulieren dat duurzaam belegd van 4.5% naar 10%

    • Routeplan: hoe te implementeren? Hoe gaan we van early adaptor naar early majority?

      • Cijfers onderzoek VBDO “Duurzaam sparen en beleggen in Nederland” zijn basis

      • Binnen 1 jaar: week van het duurzaam beleggen met belangrijkste Nederlandse sprekers

      • Binnen 1 jaar: Website met overzichtelijke informatie over duurzaam beleggen voor particulieren

      • Binnen 1 jaar: Infrastructuur social media running (discussies)

      • Europese lobby (Eurosif/VBDO), wie doet mee?VBDO neemt conferentie op in mediamix, vraag anderen dit ook te doen

Verslaglegging

  • Samenvatting: Piet Sprengers

  • Notulen: Elisabeth / Sigi

  • Actie Sigi : Notulen en routeplan inleveren bij Martijn van der Linden (PDSE)

Algemeen

Doel: eindig met concrete stappen

Wie vanuit welke organisatie gaat wat doen (1 v/d 1ste stappen routeplan)

(dezelfde tekst als pdf-file)

————-

Bijlages: powerpoint presentatie

Duurzaam Sparen en Beleggen 2010

Verslag Expertmeeting Ontwikkelingsbeleid en Mondiaal Bestuur

Over de achtergrond van de expertmeeting vindt u uitgebreide informatie elders op deze website (link naar achtergrond).

Ook was er een grote reeks ondersteunenende documenten, die hier terug te vinden zijn.

Van de sprekers waren aparte voorbereidende teksten beschikbaar.

Volgt een overzicht van de inleidingen en de vragen en discussies. Daaronder is een uitvoeriger verslag te vinden.

En hier is de lijst van deelnemers.

… Lees verder

inleiding Lou Keune

Steeds weer worden wij overvallen met berichten over de ernst van verschillende mondiale problematieken. Zoals nu weer de berichten van de FAO over de voortdurende voedselcrisis; dagelijkse berichten over de financieel-economische crisis; het nieuwste UNDP rapport over de gevolgen van de verschillende milieucrises in vooral de ontwikkelingslanden, èn over de grote inkomensongelijkheden in de wereld; een WHO rapportage dat jaarlijks 3 miljoen kinderen jonger dan 5 jaar sterven als gevolg van milieugerelateerde oorzaken; afgelopen week de World Energy Outlook volgens welke wij gaan in de richting van een verdere opwarming met 6 graden, terwijl Kyoto dit wilde beperken tot 2 graden; en ook berichten over de verdere stijging van de ecologische overshoot, dus het overgebruik van de biocapaciteiten uitgedrukt in de ecologische voetafdruk; en de voortgaande daling van de biodiversiteit.

 

Wij hoppen financieel-economisch van crisis naar crisis, proberen die op allerlei manieren de baas te worden (wat maar zeer gedeeltelijk lukt). Maar wij dreigen die andere crises, die ook ònze crises zijn, als maar weer weg te drukken. Er is veel bekend over wat aan al die vraagstukken in structurele zin gedaan zou moeten worden, zie bijvoorbeeld de mede door ons ontwikkelde FGD. Maar in die dagelijkse druk om iets te doen aan de financieel-economische crises wordt gemakkelijk het verband tussen al die problematieken uit het oog verloren. En dat verband is dat wij te maken hebben met een diepgaande structurele crisis van ons economisch bestel.

 

Neem bijvoorbeeld de manier waarop prijzen tot stand komen. Het is al sinds decennia, mede dankzij mensen als Tinbergen en Daly, bekend dat de prijzen die op de markten gehanteerd worden niet echt vertegenwoordigend zijn voor het totaal van kosten van voortbrenging en distributie van goederen en diensten. Want veel milieuschades maar ook sociale kosten zijn daar niet in verrekend. Dat is ook de reden dat wij te weinig betalen voor wat wij verbruiken, en dus een hoge “welvaart” vertonen. Maar dat gaat wel ten koste van het milieu, van veel mensen, zeker in ontwikkelingslanden, en ook van de jongere en de toekomstige generaties. En toch blijven wij daarmee doorgaan, mede dankzij de misplaatste theorie dat vrije markten tot correcte prijzen leiden.

 

Of, een ander voorbeeld, neem onze drive om steeds meer te consumeren. Het is ook al heel lang bekend dat meer consumptie vanaf een zeker niveau ons echt niet gelukkiger maakt, en nauwelijks tot niets meer toevoegt aan ons welzijn. Maar toch is meer consumptie een heilige plicht geworden, wij worden haast dagelijks door politici en economen opgeroepen om onze verantwoordelijkheid te nemen. Want hoe kunnen wij anders uit de crisis komen?, is de leidende gedachte.

 

In het Plan dat wij vandaag presenteren hebben wij de brutaliteit om bij ontstentenis van anderen, zeker de verschillende beleidsinstanties, althans in Nederland, om zelf de koe bij de hoorns te vatten. Wij presenteren dit Plan dat wel uitgaat van het grote verband tussen de verschillende crises. Wij hebben daarbij een aantal uitgangspunten en principes van economisch beleid ontwikkeld die nogal verschillen van wat nu in beleidskringen de dominante opvattingen zijn. In ons Plan vormen mens en milieu en hun mogelijkheden en belangen, dè leidraad, dus niet geldswaarden als het BBP. Het is ook een Plan van transitie (of als u wilt: transformatie) van onze economie. Mijn collega John Huige zal dat nader toelichten. En dat allemaal in de hoop dat ook u, net als vele duizenden individuele burgers en sociale verbanden, de handschoen oprapen en plannen en programma’s gaan ontwerpen zoals mensen als Tinbergen en Voskuil deden in de jaren dertig van de vorige eeuw.

Inleiding John Huige

Het ANP meldde vanmorgen een daling van de groei van het Bruto Binnenlands Product (BBP) met 0,3 %. Hier op het binnenhof leidt dat onmiddellijk tot veel roering.

In ons boek besteden we ruim aandacht aan het feit dat economische groei een oplossing lijkt te zijn voor alle maatschappelijke kwalen (fin. crisis, werkgelegenheid, pensioenvraagstuk, en noem maar op). In elk artikel en elke uitzending over oplossingen voor de economische crisis wordt groei meerdere malen genoemd. Alle actoren in het maatschappelijke veld hebben belang bij groei: politiek (groei = verkiezingswinst = leuke maatregelen voor de mensen) vakbeweging (groei = ruimte voor loonsverhoging = meer leden) bedrijven (groei = beter presteren dan de concurrentie = meer winst = meer bonus).

 

Groei is geen oplossing. Groei is van een win – win situatie (meer welvaart concurrerende economie) gekomen in een lose lose situatie (snelle uitputting van vitale wereldsystemen en steeds meer ongelijkheid). Groei kan in het licht van duurzaamheid niet meer!

Waarom organiseren de (linkse en sociaal geïnspireerde) politieke partijen niet een hoorzitting over het einde van de groei en hoe we dat beheerst maar weloverwogen in gang kunnen zetten? Waarom maken zij niet samen een PLAN?

Onderdeel van zo een plan moet een maatschappelijke transitie zijn. Een begin van een systeemverandering naar een duurzame en solidaire economie. U bent allen overtuigd van de noodzaak van systeemverandering. De urgentie is er. De gelegenheid is er.

Transities zijn door vorige kabinetten gestimuleerd; deels met succes; deels niet. Nu lijkt dit hele idee losgelaten. Toch wordt er maatschappelijk en op regionaal vlak verder geëxperimenteerd. Maar het zou ook op landelijk vlak weer opgepakt moeten worden.

Wie van u heeft in de fractie een portefeuille transitiebeleid?

Waarom ook hier niet een initiatief genomen door eerder genoemde partijen die hun visie op een duurzame en solidaire samenleving samen invullen en hiervoor samen met NGO’s en maatschappelijke organisaties (van occupy tot vakbeweging en van Plattelandsvrouwen tot Natuurmonumenten) het debat hierover aangaan? Onderdeel van die visie moet in elk geval gaan over de scheve inkomensverdeling. Want een maatschappelijk draagvlak is alleen mogelijk als de inkomensverdeling redelijker wordt. Dan kunnen ook inkomenszekerheden gegeven worden (ook voor pensioenen)en wordt uiteindelijk ook het einde aan de groei bespreekbaar.

Daarover gaat ons boek dus. De aanleiding en de ingrediënten om verder te komen zijn aanwezig. Ik hoop dat de politiek opnieuw een bondgenoot wordt in het streven naar een echte duurzame & solidaire maatschappij.

John

Internationaal Ontwikkelingsbeleid en Mondiaal Bestuur: naar een nieuw perspectief

Internationaal Ontwikkelingsbeleid en Mondiaal Bestuur: naar een nieuw perspectief

Korte bespreking van enkele onderliggende en structurele onderwerpen

Myriam Vander Stichele

SOMO

 

 

  1. Enkel van de structurele problemen:

 

  • VN Mensenrechtenverdrag, sociale en milieuverdragen hebben geen prioriteit over de economische verdragen maar eerder vice versa.
  • Werken binnen het VN framework is niet afdwingbaar, en de VN heeft geen inkomsten behalve bijdrage van de landen zelf die het soms misbruiken om hun belang of ideologie af te dwingen.
  • Er bestaat geen internationaal gerechtshof of tribunalen met sancties die klachten tegen schending van VN Mensenrechtenverdrag, sociale, culturele en milieuverdragen kunnen behandelen, en die verdragen afdwingbaar maken. In tegenstelling tot economische verdragen (WTO, FTAs, Bilateral investeringsverdragen, double tax treaties, etc.) die internationaal afdwingbaar recht zijn. Bovendien, hebben de “economische internationale organisaties” zoals WTO, G20, IMF en Wereldbank zich direct (WTO, G20) en indirect (IMF, Wereldbank) onafhankelijk gemaakt van de VN. Erger er onstaan belangrijke internationale fora die alleen de rijken en staten met bedrijven verbinden (bv. Davos Forum). Resultaat: imbalance in global governance.
  • VN veiligheidsraad heeft geen equivalent voor globale sociale, ecologische en economische onderwerpen (maar die onderwerpen worden wel door alle VN lidstaten mee beslist in verschillende VN organen)
  • Geen scheiding van de rechten op internationaal niveau tussen wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht: geen onafhankelijke internationale rechtbank voor economische delicten; de Ministers (= uitvoerende macht) onderhandelen en besluiten over verdragen en internationale regels (= wettelijke macht) waar de nationale parlementen weinig zeg over hebben = gebrek aan democratie in internationale politiek, VN en verdragen.
  • Internationale verdragen, hoe oneerlijk of schadelijk ook, hebben prioriteit over nationale regels.
  • Over het financiële systeem en belastingen bestaan geen verdragen of afdwingbare afspraken, enkel richtlijnen (Basel Committee) en aanbevelingen (Financial Stabililty Board).
  • Internationale opererende bedrijven en personen kunnen vaak ongestraft te werk gaan en belasting ontwijken door gebrek aan samenwerking en internationale instellingen waar burgers toegang toe hebben.

 

Enkele alternatieven:

  • Internationale overeenkomst die vast stelt dat VN mensenrechten, sociale, culturele en ecologische verdragen prioriteit hebben over economische verdragen. Die laatsten worden door een internationaal constitutioneel hof/ internationaal openbaar ministerie daarop getest. Dat internationaal constitutioneel hof/ internationaal openbaar ministerie kan klachten van burgers behandelen. Een openbaar internationaal ministerie kan ook bedrijven en burgers veroordelen die bij internationale handelingen die VN mensenrechtenverdragen etc. hebben overtreden = niemand ontsnapt aan het respecteren van alle VN mensenrechtenverdragen en sociale, culturele en ecologische verdragen.
  • Internationale parlementen worden opgericht bij alle internationale instellingen. Niet alleen om de besluitvorming te monitoren en mee te besluiten, ook met de bedoeling om nationale parlementsleden te confronteren met de vragen/noden van andere landen.
  • Mechanismen waarbij non profit civil society organisaties die vanuit mondiale solidariteit werken, een stem krijgen. Waarborgen dat bedrijvenlobby de standpunten van de landen en internationale onderhandelingen niet domineren in internationale fora + andere manieren om burger dichter bij internationale besluitvorming te brengen met respect van principe van subsidiariteit.

 

  1. Enkele inhoudelijke problemen voor global governance for all:

 

  • Internationale relaties zijn uiteindelijk nog altijd gebaseerd op het recht van de sterkste (wet van Machiavelli), wat meer en meer neerkomt op het recht van de ‘grootste’. En wie macht heeft op het internationaal niveau, gebruikt het voor eigenbelang, niet voor gemeenschappelijk en internationaal common good belang.
  • Er is een gevaarlijke verschuiving plaats gevonden van het samenwerkingsmodel (post WO II) in VN, naar concurrentiemodel (neo-liberaal) via economische verdragen die streven naar een ‘level playing field’ idee. Maar gelijk behandelen van ongelijke landen leidt tot onrecht. Prioriteit aan marktwerking, ook in sectoren die te maken hebben met mensenrechten (recht op voedsel, water, gezondheid, scholing) faalt: “de markt faalt voor de armen” (Kofi Anan) want richt zich op de rijken.
  • Principes van solidariteit, herverdeling, ecologische en sociale duurzaamheid niet ingebed in internationale relaties door overheden en andere actors (bv. bedrijven, behalve voor civil society groups!?). Ontwikkelingssamenwerking is volledig vrijwillig door wie er voor wil betalen. Volledige werkgelegenheid wordt door velen bepleit maar niet uitgevoerd. Uiteindelijk staat vaak het belang van grote bedrijven (die zogezegd voor werkgelegenheid en groei zorgen) van een land voorop in het internationaal standpunt van een land = dominantie van pure economische standpunten.

 

 

Enkele voorstellen voor alternatieven:

 

  • Opnieuw principe van samenwerking vooropstellen, inclusief principe van herverdeling o.w.v. ongelijke landen in de wereld, en precautionary principe. Er moet internationale erkenning komen dat concurrentie & marktwerking niet werkt voor sectoren die met mensenrechten te maken hebben, zoals als voedsel, water, gezondheid, scholing, financiën (financiële basis diensten zijn een recht; financiële stabiliteit is a common good for all) = beter functionerende VN organen kunnen hierbij een belangrijke rol met subsidiariteitsprincipe.
  • Voor sectoren waar marktwerking toch nog heerst: een internationale mededingingsauthoriteit, een VN Body on Multinational Enterprises (nu weggesaneerd door Reagan: monitoring ook van de misbruiken), verdragen voor goede prijsafspraken voor grondstoffen en verbod op lage prijzen die geen sociale en milieuaspecten inbegrijpen, duurzame productie & consumptie, ketenverantwoordelijkheid en eerlijke verdeling van inkomsten binnen de keten, …
  • Vaststellen en internationaal beheer van common goods, met participatieve mechanismen van grass roots tot internationaal. Een principe daarbij is om conflicten te vermijden en de meest behoevenden die er gebruik van maken te beschermen.

 

 

close