Er woedt een heftig debat rond de stevige instroom van vluchtelingen. Wat in dit debat ontbreekt is een analyse van de onderliggende oorzaken van een algemeen gevoel van onvrede en woede, van angst en onzekerheid. Die dieperliggende oorzaken hebben alles te maken met het doorgeslagen marktdenken, waarbij de overheid zich meer ziet als facilitator van de markt en economische groei dan als beschermer van de sterk groeiende groep zwakkeren in de samenleving. Juist dit gebrek aan zorgplicht en daardoor aan veiligheid en bescherming is de voedingsbodem van het verzet tegen de opvang van vluchtelingen.

Je zal maar Syriër zijn met vijf jaar geleden nog een prima leven en nu alles in puin door een uitzichtloze oorlog. Een leven met de voortdurende angst voor wat nog komen gaat. Of je zal moeten leven onder een van die corrupte regimes in Afrika, waar de vrouw gemiddeld vijf kinderen krijgt, met elke dag zorgen om morgen al die magen te kunnen vullen. Dat kan ook komen door jarenlange droogte die de bestaansgrond onder je voeten wegslaat zoals nu gebeurt in Iran, Kenia en nog zo wat landen. Dan hebben we het nog niet gehad over landen als Bangladesh, Pakistan, Afghanistan en wie weet in de toekomst een sterk verarmd Rusland. Geen wonder dat talloze vluchtelingen voor oorlog, geweld, klimaat en wanbestuur de oversteek wagen naar het Europa van Vrede, Veiligheid en Welvaart. Zelfs al zouden Turkije en Griekenland dat willen, zij kunnen simpelweg hun poreuze duizenden kilometers lange grenzen niet afdoende bewaken. Bovendien zijn zij al die vluchtelingen liever kwijt dan rijk. En veruit de meeste regimes van de herkomstlanden zijn niet bereid om afgewezen vluchtelingen, die vaak geen papieren (meer) hebben, weer op te nemen. Neem het die landen maar eens kwalijk.

Welke maatregelen om die vluchtelingenstroom in te dammen ook genomen worden, voorlopig zullen stevige aantallen blijven komen. Tegelijkertijd neemt het draagvlak onder de bevolking om al deze ‘gelukzoekers’ op te nemen steeds verder af. Dat is niet verwonderlijk. Er is angst voor ‘de islam’ want het gaat om mensen met hetzelfde geloof als de terroristen van IS die hun oorlog ook naar Europa geëxporteerd hebben. Of om angst voor de botsing met een andere cultuur met andere opvattingen over bijvoorbeeld de positie van de joodse medemens en over de rechten van vrouwen en homo’s. Dat zijn reële angsten.

Bliksemafleider
Toch is deze angst vaak een bliksemafleider voor een diepere vrees. Die betreft hun eigen toekomst en bestaanszekerheid, want ook in nu nog welvarende Europese landen waart het spook van angst en onzekerheid op vrijwel alle terreinen van het leven. De belangrijkste daarvan is het verlies van werk. Of het niet kunnen krijgen van een baan waarin iemand zijn ambities kwijt kan en die voldoende geld opbrengt om alleen al een goed dak boven zijn hoofd te kunnen betalen. De werkloosheid is vrijwel overal in Europa schrikbarend hoog. Hoger nog dan de officiële cijfers want iemand die slechts één uur werkt, het zoeken op heeft gegeven of zonder uitkering een minimaal zzp-bestaan leidt, wordt niet als werkloos meegeteld.

Dat het er zo beroerd voorstaat met werkgelegenheid heeft alles te maken met de eenzijdige keuzes van een overheid die het als zijn primaire taak lijkt te zien om de markt te faciliteren. Dat de werkloosheid amper daalt terwijl de economie iets aantrekt, komt door de fixatie op economische groei die in het financieel en economisch beleid zit ingebakken. De drijvende kracht achter die groei is het op korte termijn verhogen van de winst door het verhogen van de arbeidsproductiviteit en zo de kostprijs te verlagen. Dit wordt gedaan door automatisering, digitalisering, robotisering, flexibilisering, outsourcing en reorganisaties. Dat kost heel veel banen. Daar komt langer door moeten werken nog bij. Om dit banenverlies te compenseren moet de economie stevig groeien en aan die groei zitten nu eenmaal grenzen. Elk jaar weer economisch stevig groeien, dat tijdperk is voorbij. Een werkgelegenheidsbeleid dat krampachtig blijft vasthouden aan substantiële groei, dat de koek dus alsmaar groter wil maken in plaats van deze beter te verdelen, berust dan ook op drijfzand. Politiek en bestuur zijn, ondanks voortdurende beloftes van het tegendeel, onmachtig gebleken om voor ‘het eigen volk’ voor voldoende werk te zorgen. En die vluchtelingen moeten allemaal aan werk geholpen worden; werk dat er niet is. Zij worden concurrenten op de arbeidsmarkt waardoor ook lonen weer verder onder druk komen.

Iets vergelijkbaars geldt ook voor het huisvestingsbeleid. Woningcorporaties zijn door de privatisering aangemoedigd om hun huizenbezit te verkopen en zich in allerlei avonturen te storten, ver weg van hun oorspronkelijke doelstelling om huizen te bouwen voor mensen met een kleine beurs. En nu dreigen al die vluchtelingen, vaak met voorrang, de huizen te krijgen waar al zo’n schrijnend tekort aan is. Dan wordt solidariteit ‘lastig’, zelfs met de afschuwelijke beelden van de ontberingen van vluchtelingen op het netvlies.

Eigen schuld
Maar die angst en onzekerheid gaan nog dieper. De overheid biedt namelijk nog amper bescherming. Als je het in de huidige harde samenleving niet redt, dan is dat voornamelijk je eigen schuld. Al zijn er niet of nauwelijks mogelijkheden om uit de penarie te komen, je moet het grotendeels zelf maar uitzoeken. Niet alleen de zekerheid van een baan of een goed dak boven je hoofd, maar vrijwel alle belangrijke collectieve voorzieningen worden door een terugtredende overheid geminimaliseerd. Die lijst is lang. De eisen aan en de hoogte van de bijstand, duur en de hoogte van de WW, pensioen en bijstand, eigen bijdragen aan zorg in al zijn vormen, het moeten aangaan van studieschuld, controle op de kwaliteit van tal van producten en voorzieningen, voldoende mensen bij justitie en ga zo maar door. Bovendien is er een groot vertrouwensprobleem. Mensen lezen elke dag over het mismanagement van een zich schandalig verrijkende elite. Dat geldt ook voor politici, zo niet tijdens hun politieke carrière dan wel daarna bij banken, grote bedrijven, woningcorporaties, schoolbesturen of zorginstellingen.

Wat je ziet is snel groeiende collectieve armoede aan de ene kant en onnoemelijke private rijkdom aan de andere. Nu bezitten 62 mensen net zo veel als de helft van de wereldbevolkingzo berekende Oxfam onlangs in een rapport voor het Wereld Economisch Forum in Davos. Dat waren er in 2010 ‘slechts’ 388. In vijf jaar tijd is die toch al selecte groep zes keer kleiner geworden! Één procent bezit net zo veel als de overige 99 procent. Die trend is in Nederland ook zichtbaar. De politiek staat erbij en kijkt ernaar in plaats van de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten dragen door stevige belastingen op bedrijfswinsten, vermogensaanwas uit niet-arbeid en op hoge inkomens. Dat alles máákt boos, angstig en onzeker en staat garant voor opstand tegen nieuwkomers die terecht als concurrenten gezien worden. Dat levert bepaald geen draagvlak voor de noodzakelijke opvang van vluchtelingen, wel een geweldige voedingsbodem voor sterk opkomend populisme.

Het gaat om kwaliteit
Al de hiervoor genoemde problemen schreeuwen om ingrijpen door de politiek. Oplossingen vergen niet minder maar juist meer overheid, maar die heeft zichzelf door een neoliberaal beleid onmachtig gemaakt. De huidige politiek is dienstbaar aan gevestigde economische belangen in plaats van aan de samenleving als geheel en aan kleinere ondernemingen. Na de banken zonder ingrijpende herstructureringseisen ruimhartig gered te hebben, is de overheid aan het saneren geslagen in plaats van te herverdelen en in een duurzame toekomst te investeren. Natuurlijk, er kan op een aantal terreinen hervormd en bezuinigd worden. Denk daarbij aan overtollig en te duur management, te grote schaal in plaats van juistschaligheid, langs elkaar heen werken en een tekort aan lerend vermogen. Maar het probleem is meestal niet dat de staat te veel uitgeeft. Het probleem is eerder dat er te weinig binnenkomt om 1) de collectieve voorzieningen in stand te houden, 2) inkomsten uit arbeid voor onderkant en middengroepen op peil te houden, 3) te investeren in die sectoren die cruciaal zijn voor onze toekomst en bestaanszekerheid en 4) in betere tijden een buffer voor de moeilijke tijden op te bouwen.

De groei van het Bruto Binnenlands Product (BBP – de totale marktwaarde van goederen en diensten die binnen de grenzen van een land worden geproduceerd in een bepaalde periode, meestal een jaar) wordt nog steeds als de belangrijkste graadmeter van welvaart gezien. Veel belangrijker dan de fixatie daarop is eerlijker delen en de kwaliteit van onderwijs, van zorg, van justitie en politie etc. En van het milieu, want als één crisis onze toekomst gaat bepalen is het wel de ecologische crisis waar de klimaatcrisis een niet onbelangrijk deel van is. Die kwaliteit en verdeling worden niet gemeten en doen er dus niet toe bij groei van het BBP, terwijl juist die van cruciaal belang zijn als het om duurzame welvaart en een houdbare economie gaat. En nu we het toch over delen hebben, dat is ook de oplossing voor het gebrek aan zinvol werk. Veel beter dan het verstrekken van uitkeringen is het delen van werk. Een voorlopig 32-urige werkweek schept lucht bij werkenden en bezorgt al die mensen, waaronder het overgrote deel van de vluchtelingen, die popelen om aan de slag te gaan de baan die ze nodig hebben. Bovendien krijgt iedereen dan meer vrij te besteden tijd die nodig is voor die door de politiek (en ondergetekende) zo gewenste ‘participatiesamenleving’ en ‘een leven lang leren’. Bedenk ook hoeveel kosten dit bespaart aan uitkeringen, criminaliteit en gezondheidszorg van overspannen werknemers en werkzoekenden.

Het roer moet om
Als politiek en bestuur aan alle kanten falen om burgers te beschermen tegen vele vormen van tegenslag en zo de cultuur van onvrede, angst en onzekerheid alleen maar aanwakkeren, hoe kun je dan draagvlak verwachten voor de noodzakelijke opvang van vluchtelingen? De enige manier om uit de crisis en patstelling te komen, ook als het om vluchtelingen gaat, is het roer stevig om te gooien. Nederlanders en vluchtelingen zijn gebaat bij goed bestuur en een dienstbare economie. Een beleid dat dienstbaar is aan mensen; hen beschermt en zorgt voor voldoende werk, betaalbare huizen en een goede basis aan voorzieningen als het gaat om zorg, onderwijs en veiligheid. En boven alles het milieu verbetert dat de basis van het leven is. Denk niet alleen bij dit laatste punt aan de honderdduizenden banen die te scheppen zijn in het energiezuinig maken van huizen, groene energie, hergebruik en recycling, een duurzame voedselketen, in zorg, wetenschap en onderwijs. Daar zijn ook nieuwe Nederlanders prima voor in te zetten. Geld is er in overvloed maar staat nu ongebruikt geparkeerd op goed beveiligde rekeningen. En als de Centrale Europese Bank besluit om de geldpersen opnieuw flink aan te zetten, laten ze dat dan doen om innovaties en die hoog noodzakelijke investeringen mogelijk te maken in plaats van weer de banken en de aandelenmarkten te faciliteren.

Pas als burgers zich zo voldoende veilig voelen, willen ze wel delen met mensen die niet anders kunnen dan vluchten, al zit er altijd een limiet aan de opvangcapaciteit van een samenleving. We hebben er alles voor in huis maar voor alles vergt dat visie en politieke moed.

Frans van der Steen
Bestuurslid Platform Duurzame en Solidaire Economie
Mede-inspirator van De Grote Transitie