monitorOp Verantwoordingsdag, 17 mei, verscheen de laatste Monitor Duurzaam Nederland (MDN). De monitor geeft via een reeks van indicatoren weer hoe het er voor staat met onze kwaliteit van leven, en ook of het bereiken van die kwaliteit ten koste gaat van mensen elders en/of van toekomstige generaties. Vanaf volgend jaar zal op Verantwoordingsdag jaarlijks de nieuwe “Monitor Brede Welvaart“ verschijnen. Op de laatste MDN kan de Tweede Kamer binnenkort in het Verantwoordingsdebat reageren. Wij vragen ons intussen vast af welke conclusies er getrokken kunnen worden uit de nu gepresenteerde resultaten.

Drie dashboards

De MDN beschrijft in drie dashboards met indicatoren wat de kwaliteit van leven in Nederland is (‘hier en nu’), of die niet ten koste gaat van toekomstige generaties (‘later’), en of die niet ten koste gaat van mensen in andere landen, met name ontwikkelingslanden (‘elders’). Terecht volgt de monitor hiermee de definitie uit het Brundtland-rapport uit 1987, want onze manier van leven moet het ook toekomstige generaties en mensen elders mogelijke maken ‘een voldoende kwaliteit van leven’ te bereiken. De drie dashboards bevatten samen 56 indicatoren, waarvan er overigens zes zowel in het eerste als in het tweede dashboard gebruikt worden, zodat het totale aantal indicatoren 50 is. Voor elke indicator wordt aangegeven of de trend sinds 2000 positief, neutraal of negatief is, en of Nederland het voor die indicator binnen de EU bij de best scorende landen zit, bij de slechtst scorende of in de middenmoot.

Kwaliteit van leven ‘hier en nu’

De algemene conclusie van de monitor is dat de kwaliteit van leven in Nederland zich gunstig ontwikkelt en relatief hoog is vergeleken met andere EU-landen, maar dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties en van mensen elders. Die conclusie kan niet onverwacht komen. Zo hadden de Nederlanders in het laatste Living Planet Report (2016) een Ecologische Voetafdruk van gemiddeld 5,3 gha (‘global hectares’), terwijl er wereldwijd voor iedereen eigenlijk nog maar 1,7 gha beschikbaar is. Een rechtvaardige verdeling is ver te zoeken. Kun je het onder die omstandigheden nog wel positief waarderen, zoals de monitor doet, dat de consumptieve bestedingen een stijgende trend vertonen? Veel eerder dan van consumptieve groei zouden we het moeten hebben van een betere verdeling van werk en inkomen, rubrieken die juist een negatieve trend vertonen. En dan is de vermogensongelijkheid, die in Nederland zeer groot is, nog niet eens als indicator opgenomen. Ook het percentage mensen dat in armoede leeft, dat jaarlijks door het SCP wordt gerapporteerd, zou hier een belangrijke aanvulling zijn. Opvallend detail is dat over wonen tevredenheid wordt gerapporteerd, en dat terwijl juist nu een stevig debat loopt over het grote tekort aan betaalbare woningen voor de lagere en midden-inkomensontvangers.

Kwaliteit van leven ‘later’

In de rubriek ‘later’ blijkt vooral ons natuurlijk kapitaal onder druk te staan. De CO2-emissies per persoon stijgen (al is de laatste meting uit 2013), de energiereserves dalen, en de waterkwaliteit is slecht, al noemt de monitor de biologische kwaliteit van het oppervlaktewater verbeterd nu niet 3,1%, maar 4,8% in goede toestand verkeert. Voor biodiversiteit zijn er nauwelijks metingen, de laatste zijn uit 2010. Merkwaardig is hier dat onder ‘menselijk kapitaal’ de lichte daling van het aantal gewerkte uren per week sinds 2000 negatief wordt gewaardeerd, terwijl de monitor onder ‘hier en nu’ blij is met een toename van de hoeveelheid vrije tijd. Het beeld van het economisch kapitaal wordt als gunstig beschreven, maar eigenlijk zou hierin meegenomen moeten worden dat vernietiging van natuurlijk of sociaal kapitaal ook belangrijke economische gevolgen heeft.

Kwaliteit van leven ‘elders’

Ons handelen blijkt negatieve gevolgen voor de kwaliteit van leven ‘elders’ te hebben. Nederland legt een grote druk op het natuurlijk kapitaal van andere landen door grote hoeveelheden energie, mineralen en biomassa te importeren. De monitor suggereert dat die importen vanuit de armste landen sinds 2000 zijn gestabiliseerd, maar die bewering wordt niet ondersteund door de cijfers die elders op de website van het CBS te vinden zijn. De ontwikkelingshulp is gedaald, maar in Europa nog relatief hoog. Ondanks het negatieve beeld geeft de monitor nog maar een zeer beperkt overzicht van het effect van onze manier van leven op de rest van de wereld. ‘Land grabbing’, het opkopen van land door grote ondernemingen of pensioenfondsen, berooft de oorspronkelijke bevolking, vaak (bijna) zonder compensatie, van hun middelen van bestaan. Ontwikkelingslanden verliezen jaarlijks miljarden doordat multinationals hun winsten wegsluizen zonder er belasting over te betalen. Dat Nederland daar een belangrijke rol in speelt is alom bekend. Publieke en private leningen worden sinds jaar en dag gefinancierd door rente en aflossingen betaald door de ontwikkelingslanden zelf. En in een artikel in de Guardian werd onlangs berekend dat de onderbetaling van werknemers in ontwikkelingslanden neerkomt op een overdracht van Zuid naar Noord van zo’n € 1,3 biljoen per jaar. Kortom, de indicatoren die door Europese statistici gezamenlijk zijn bepaald kunnen hier nog wel aangevuld worden.

Gevolgen voor het beleid?

De Tweede Kamer kan binnenkort in het Verantwoordingsdebat reageren op de stukken die zij op Verantwoordingsdag heeft ontvangen, dus ook op deze monitor. Dat is afgesproken in het debat dit voorjaar naar aanleiding van het werk van de commissie Breed Welvaartsbegrip. Daarin werd ook afgesproken dat het kabinet elk jaar met een reactie op de nieuwe Monitor Brede Welvaart zou komen, die dan in het debat meegenomen zou kunnen worden. Het is te betreuren dat het kabinet niet alvast de toon heeft gezet door ook met een reactie op deze laatste Monitor Duurzaam Nederland te komen. In het debat dit voorjaar was ook een punt van discussie hoe de bevindingen uit de Monitor Brede Welvaart hun weerslag zouden krijgen in de Macro Economische Verkenning, en andere stukken die rond Prinsjesdag verschijnen, en het beleid voor het komend jaar bepalen. Hoewel moties om dat te regelen verworpen werden, weten Kamerleden hopelijk toch te bereiken dat het kabinet aangeeft hoe het beleid zal worden aangepast naar aanleiding van deze monitor. Als dat lukt, heeft deze laatste Monitor Duurzaam Nederland meer effect gehad dan de vorige, die door politiek Nederland volkomen werd genegeerd.

 


 

Gerrit Stegehuis en Lou Keune