Het milieu voorziet in vrijwel al onze primaire behoeften zoals voldoende voedsel en water, kleding, energie en tal van grondstoffen. Het wereldecosysteem is de basis van het leven èn van de economie. Het is de kip met de gouden eieren. Die kip zijn we collectief aan het slachten. Hoe hebben we het zover laten komen? Hoe kan het dat in de adviezen van topeconomen en binnen de politiek maatregelen om milieu te herstellen niet met stip bovenaan staan?

Harde wetenschap is niet ‘ook maar een mening’. Klimatologen en biologen tonen keer op keer overtuigend aan dat de mens het milieu, en daarmee zijn eigen bestaansgrond, in sneltreinvaart aan het ondergraven is. Met ernstige, meestal onomkeerbare gevolgen: smeltende polen, zeespiegelstijging, aanhoudende droogte, supersnel verlies van biodiversiteit, vervuiling en verzuring van oceanen, meer en sterkere orkanen, vernietiging van oerwouden, schrijnende watertekorten, afname van bodemvruchtbaarheid en vluchtelingenstromen door voedseltekorten en daarmee samenhangende conflicten. Terwijl de urgentie voor stevige maatregelen enorm is, is wat gedaan wordt niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Hoe kan dat?

Dat heeft alles te maken met de drijvende krachten achter de huidige economie. Die krachten staan haaks op het behoud van ons milieu. Dat begint al met de manier waarop we onze welvaart meten: de groei van het Bruto Binnenlands Product. Bij het BBP heeft alleen dat waarde wat in geld uitgedrukt kan worden, maar de waarde van het milieu valt niet in geld uit te drukken. Het BBP zegt bovendien niets over de kwaliteit van producten; niets over de kwaliteit van voedsel; niets over de kwaliteit van bestuur, onderwijs, zorg of veiligheid en niets over de kwaliteit van het milieu. Ook zegt het niets over de ongelijke verdeling van koopkracht en vermogen; niets over het delen van zeggenschap en kennis. En niets over de scheve verdeling van werk. Voor welvaart zijn juist die kwaliteit en eerlijker delen cruciaal. Echte welvaart biedt bestaanszekerheid en zorgt dus voor voldoende banen en een veerkrachtig milieu. Waarom ging het bij de Algemene Politieke Beschouwingen nauwelijks over die innige verwevenheid van milieu en economie?

Of neem het beleid van de Europese Centrale Bank. Die pompt maandelijks 80 miljard euro (!) in financiële markten die daarmee nieuwe luchtbellen blazen die tot een nieuwe economische crisis kunnen leiden. Terwijl die miljarden ook geïnvesteerd kunnen worden in een duurzame, circulaire economie. Dergelijke investeringen zijn een zegen voor het milieu en scheppen direct honderdduizenden banen in arbeidsintensieve sectoren als milieueducatie, kennis en innovatie, duurzame landbouw, isolatie van huizen, groene energie, hergebruik en recycling, elektrisch vervoer, duurzame bouwmaterialen enzovoort.

Een laatste voorbeeld. In de huidige economie is er geen eerlijk speelveld met effectieve regels rond milieu en werk die voor iedereen gelden. Doordat die ontbreken, leidt concurrentie op kostprijs tot een race naar de bodem met slurpend gebruik van schaarse energie en grondstoffen, het wegsluizen van productie naar lagelonenlanden met weinig milieuwetgeving en tot robotisering, digitalisering, automatisering en flexibilisering. Zonder die regels leidt economische groei niet tot meer maar tot minder banen en tot toenemende druk op het milieu. Waarom willen veel economen en politici dit maar niet inzien?

Om de huidige crisis te bezweren is er dringend behoefte aan economen, politici en bestuurders die, vanuit een breder welvaartsbegrip, doodlopende economische paden durven te verlaten en zo milieu en economie weer met elkaar in evenwicht brengen. Kansen zijn er zoals geschetst volop. Daarbij gaat het niet om groei maar om bestaanszekerheid. Dit lijkt de enige manier om de kip met de gouden eieren te koesteren en onze economie toekomstbestendig te maken.

Frans van der Steen