protection-917439_640Zoals we de afgelopen jaren gewend zijn, haalt de onbetaalbare schuld van Griekenland in de eerste maanden van het jaar weer bijna dagelijks de media. Zie bijvoorbeeld berichten in de Volkskrant op 30 januari, 8, 9 (column Peter de Waard) en 10 februari (voorpagina). Daarbij gaat het steevast over de onenigheid tussen de EU en het IMF hoe de Griekse schuldenberg moet worden aangepakt. Het IMF schreef eind januari in een vertrouwelijk rapport dat uitlekte naar de Financial Times dat Griekenland “bij ongewijzigd internationaal beleid” er nooit in zal slagen die schuldenberg af te bouwen.

In de jaren negentig (en tot 2004) werkte ik als coördinator van een samenwerkingsverband van vijftig NGO’s uit zestien Europese landen met de Nederlandse regering (en Zwitserland, Zweden en het VK) en topeconomen van de Wereldbank samen om het IMF mee te krijgen in schuldkwijtschelding aan ruim veertig van de armste schuldenlanden. Dat was uiteindelijk succesvol door maximale druk van maatschappelijke organisaties en de ministers van Financiën van genoemde landen, die gaandeweg ook de G7 meekregen. Sindsdien is het schuldenprobleem van de voormalige Derde Wereld relatief voortvarend aangepakt en in hoge mate opgelost. Dat ging gepaard met een aanpassing van eenzijdig hard bezuinigingsbeleid aan wederzijds overeengekomen zachtere armoedecriteria.

Frappant is dat inzake het Griekse schuldenprobleem het IMF en Westerse ministers van Financiën, met Nederland en Duitsland voorop, sindsdien stuivertje hebben verwisseld. De Eurogroep onder leiding van van Dijsselbloem en Schäuble lijkt de harde lessen van de grote schuldencrisis van de jaren 80 en 90 niet te hebben geleerd en blijft hameren op verdere bezuinigingen door de Grieken met slechts mondjesmaat herfinanciering van de schuld in plaats van werkelijke kwijtschelding. Het IMF lijkt wel van het verleden te hebben geleerd en pleit voor kwijtschelding van schulden als voorwaarde voor herstel van de Griekse economie. Net zoals in de jaren tachtig/negentig van de vorige eeuw werden in Griekenland vooral eerst de grote banken uit de gevarenzone gehaald door nieuwe leningen van Westerse regeringen en IMF (en Wereldbank). Vervolgens lopen de terugbetaaleisen voor deze bilaterale en multilaterale leningen ook nu weer uit de klauw.

Het belangrijkste argument dat het IMF al jaren aanvoert is dat de Griekse schulden onhoudbaar zijn en daarom voor een deel moeten worden kwijtgescholden. De Eurogroep is het daarmee onder leiding van de Duitse minister van Financiën Schäuble en Eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem als zijn trouwe vazal totaal oneens, “omdat dit een precedent zou scheppen”. De Duitse en Nederlandse minister blijken hun geschiedenis niet te kennen, want het is typerend dat hun hardnekkig verzet tegen (gedeeltelijke) kwijtschelding van de Griekse schuld in het verleden juist altijd van het IMF kwam. In de ruim twintig jaren tussen 1980 en 2002 was het IMF de felste tegenstander voor kwijtschelding van de onbetaalde schulden van de ruim veertig armste landen van de wereld en fanatiek pleitbezorger voor het opleggen van harde bezuinigingen. Nederland liep met Zwitserland en Zweden in die periode juist voorop met hun pleidooi voor het wegstrepen van een deel van die schuld en een meer op armoede gericht beleid.

Tijdens de viering van het vijftigjarig bestaan van Bretton Woods in 1994 in Madrid, had Eurodad een bijeenkomst met topeconomen van Wereldbank en het IMF. Onderwerp was de onbetaalbare schuldenlast van de armste landen aan beide instellingen. Wat was er aan de hand? Sinds de jaren tachtig waren eerst de forse onhoudbare schulden van arme schuldenlanden aan de grootste commerciële banken geherfinancierd met leningen van Westerse regeringen en van de Bretton-Woodsinstellingen. Toen de schulden van deze landen aan Westerse regeringen onhoudbaar werden, zorgden nieuwe leningen van Wereldbank en IMF aan deze landen dat ze hun schulden aan onze regeringen konden blijven aflossen. In feite werd er dus niet of nauwelijks iets structureels aan die schuldenberg gedaan, maar verplaatste die zich in feite van bankschulden, via bilaterale naar multilaterale schulden aan IMF en Wereldbank en een paar andere internationale financiële instellingen. Niettemin dachten de topeconomen de zorgen over die onbetaalbare schuld weg te nemen met de bezwering “this is just a problem of a small handful of countries, which we will solve case-by-case”. Onze stelling was dat het probleem systemisch was, dat een structurele aanpak van radicale (gedeeltelijke) kwijtschelding in combinatie met zachtere, aan wederzijds overeen te komen armoedebeleid vereiste, maar daar wilden IMF en Wereldbank niet aan. Met verstandige bezuinigingen en nieuwe leningen zouden die paar landen er wel bovenop komen, was hun stelling. Wie de discussie over Griekenland de afgelopen jaren heeft gevolgd zal dit bekend voorkomen.

Het duurde weliswaar nog zo’n acht jaar voordat de westerse landen met IMF en Wereldbank via enkele tussenstappen in 1995/96 (Highly Indebted Poor Country I initiative – HIPC I), via de G7 in 1999 in Keulen (HIPC II) en het Multilateral Debt Initiative (MDI) in 2002, de handen ineensloegen voor voldoende schuldkwijtschelding gekoppeld aan verantwoorde aanpassingsbeleid met meer aandacht voor armoedebestrijding. Intensief beraad en onderzoek van Eurodad (en haar westerse en Derde Wereldpartners) met het Schuldenteam van de Wereldbank, de ministeries van Financiën en Ontwikkelingssamenwerking van Nederland, Zweden en Zwitserland en wat later het Verenigd Koninkrijk, zorgde voor een eerste doorbraak in 1995/96 en deed uiteindelijk ook het IMF buigen.

Intussen vindt Jeroen Dijsselbloem dat het meevalt hoe het met de Griekse economie gaat, omdat Griekenland nu vier kwartalen van groei kent. Het IMF schetst een totaal ander, veel negatiever beeld van de toestand van de Griekse economie. Daarom vindt het IMF dat Griekenland niet verder moet bezuinigen, dit terwijl het volgens Dijsselbloem als lid van de trojka (met de EU en de ECB) in ruil voor steun aan Griekenland indertijd daarvoor juist had gepleit. Het grote verschil is naast de gewijzigde opstelling van het IMF dat er geen maatschappelijke beweging is die opkomt voor Griekenland, zoals de Europese en later mondiale schuldencampagne (Jubilee 2000) in de jaren 90. Het is te hopen dat de Eurogroep met Dijsselbloem als haar voorzitter zich de oplossing van het schuldenvraagstuk van de armste landen alsnog weet te herinneren. Goed ook voor de geloofwaardigheid van zijn PvdA. En wie weet helpt het dat in Duitsland ‘partijgenoot’ Schulz spoedig een belangrijkere speler kan zijn dan Schäuble.

Ted van Hees