Alleen Wallonië lijkt zich op dit moment nog tegen CETA te verzetten. De meeste politici, ook in Nederland, gaan met het verdrag akkoord, en vinden dat tegenstanders niet moeten zeuren, omdat Canada zo’n keurig land is met een aardige premier.

Dat tegenstanders blijven ‘zeuren’ komt ook omdat het steeds om dezelfde soort verdragen gaat die de EU wil sluiten, met beperkingen die worden opgelegd aan overheden en parlementen, en voordelen die gaan naar de grote multinationale ondernemingen. Dat is zo bij TTIP, bij CETA en ook bij TiSA, dat over diensten gaat. Minister Ploumen mag het wel over een ‘reset’ van de handelspolitiek hebben gehad, in de praktijk gaat ze niet verder dan het net zoveel toegeven aan de tegenstanders dat de akkoorden er politiek door te krijgen zijn. Zolang het niet tot een fundamentele discussie over handel komt, kunnen tegenstanders van het huidige model weinig anders doen dan elke keer weer dwarsliggen, en intussen aangeven wat ze wel willen. Voor dat laatste probeer ik hieronder een voorzet te doen.

Niet méér handel, maar minder

Meer handel leidt tot meer CO2-uitstoot en meer vervuiling. De film ‘Sea Blind’ van Bernice Notenboom, die onlangs op TV was, maakt dat goed duidelijk. De zeventien grootste containerschepen stoten meer zwavel uit dan alle auto’s in de wereld. Het heeft geen zin meer landbouwproducten te importeren uit Canada, en er ook meer te exporteren naar Canada. De journaliste Frederieke Hegger was onlangs op zoek naar de voordelen van TTIP, maar bedrijven konden die haar nauwelijks noemen. Gelukkig wist Unilever nog te melden dat het gemakkelijker werd om ijs uit de Verenigde Staten naar Europa te exporteren, en ook om ijs uit Europa naar de Verenigde Staten te exporteren. Frederieke was blij met het antwoord, maar Herman Daly zei jaren geleden al dat het in zo’n geval zinvoller was recepten uit te wisselen.
Om verdere klimaatproblemen te voorkomen moeten we naar een meer regionale economie, waarin ook nog wel gehandeld wordt maar niet meer dan nodig is. Dat transport zo goedkoop is komt alleen omdat de verborgen kosten, die we later alsnog op ons bord krijgen, nu niet doorberekend worden.

Geen ISDS of ICS

Er is geen enkele goede reden om investeerders uit Canada en de Verenigde Staten hier via een verdrag meer bescherming te geven dan onze eigen investeerders. Ze kunnen hier gewoon naar de normale rechtbank, en als ze die niet goed genoeg vinden, dan blijven ze maar weg. Hier zijn ook wat aanpassingen gedaan om een onacceptabel ISDS om te zetten naar een nog net acceptabel ICS, maar het blijft afwachten hoe de rechters in de tribunalen er uiteindelijk mee omgaan. En Canada mag dan wel een keurig land zijn, een Canadees bedrijf heeft wel een claim van $ 15 miljard ingediend tegen de Verenigde Staten omdat president Obama heeft besloten de Keystone XL oliepijplijn niet aan te leggen. In een open brief aan de Walen hebben een aantal Canadese hoogleraren nog eens op de risico’s gewezen, en de Walen een hart onder de riem gestoken.
Overigens heeft Nederland al veel verdragen gesloten met ISDS erin, maar dat zijn vooral verdragen met ontwikkelingslanden. Er worden vanuit Nederland veel claims tegen die landen ingediend. Steeds meer landen zeggen verdragen vanwege de ISDS-clausules op, en ze hebben gelijk. De risico’s op claims, of dreigingen met claims, zijn veel te groot. Nederland zou die verdragen moeten herzien, om de ontwikkelingslanden te beschermen.

Geen ‘Regulatory Cooperation’

In de verdragen worden procedures rond nieuwe wetgeving afgesproken. In een vroeg stadium moet al met de verdragspartner besproken worden wat men van plan is, en of de nieuwe regels niet handelsbelemmerend werken. Er worden commissies opgezet, met veel inspraak vanuit het bedrijfsleven, die dit gaan beoordelen. Dit soort afspraken moet helemaal niet worden gemaakt. Het geeft Canadese en Amerikaanse bedrijven onnodig de mogelijkheid spaken in het wiel te steken van nieuwe regelgeving op gebied van bijvoorbeeld milieu, gezondheid, of arbeidsomstandigheden. Op het moment dat die nieuwe regels hier in de openbaarheid komen, kan iedereen er zijn mening over geven, en ongetwijfeld weet de Amerikaanse en Canadese lobby dan ook wel de weg te vinden. Een speciale behandeling is ongewenst.

Handelsbelemmerende regels

Natuurlijk zijn er regels die afgeschaft of vereenvoudigd kunnen worden. Als nu exact dezelfde tests moeten worden uitgevoerd zowel in Europa als in de Verenigde Staten of Canada, is er niets tegen om één van beide te laten vervallen. Als de tests bijna gelijk zijn, is er wellicht een middenweg te vinden. Maar we moeten daar wel politieke controle over houden, en niet veel van die gevallen ‘begraven’ in een verdrag van 1600 pagina’s waar alleen ‘ja’ of ‘nee’ tegen gezegd kan worden. In andere gevallen, zoals rond patenten en intellectueel eigendom, bestaat sterk de indruk dat deze verdragen meer dienen om de belangen van grote bedrijven te beschermen dan om handel te bevorderen, wat formeel het doel is van de verdragen.

Tarieven

Tussen Europa en Canada en de Verenigde Statenzijn de meeste importtarieven al laag, en of ze nog lager kunnen lijkt een technische kwestie. Een groot probleem met die tarieven is echter, dat ze, conform de regels van de WTO, alleen gekoppeld zijn aan het uiteindelijke product, en niet aan de productiewijze. Dat maakt het moeilijk in de EU strenge eisen te stellen aan die productiewijze, want dat maakt de producten duurder, en producten uit Canada of de Verenigde Statengoedkoper, als ze niet aan die regels hoeven te voldoen. Nederlandse boeren hebben dus gelijk als ze voor hun concurrentiepositie vrezen als zij aan veel strengere eisen moeten voldoen dan hun collega’s aan de andere kant van de oceaan. Die positie kan nu overeind blijven door Europese tarieven die nog op de producten bestaan. In het algemeen is hier dus een fundamentele discussie nodig over de bescherming van je eigen producenten, als je strengere regels aan de productiewijze stelt.

Hopelijk zijn dit een aantal ingrediënten die minister Ploumen kan gebruiken bij de discussie over de ‘reset’ van haar handelspolitiek, mocht het daarvan komen. Zolang die discussie niet wordt gevoerd, moeten we ons maar gewoon blijven verzetten tegen verdragen als TTIP, CETA en TiSA, ook al wordt dat soms als gezeur ervaren. Zaterdag 22 oktober om 13.00 is de volgende demonstratie op het Museumplein.