De studie ‘New Era. New Plan’ van Ex’Tax gonst in beleidskringen als uitwerking van één van de belangrijkste voorstellen voor verduurzaming van de economie. De aandacht die Ex’Tax weet te genereren voor fiscale vergroening verdient alle lof. Het rapport stelt echter teleur. De ‘vergroening’ wordt grotendeels geregeld via de BTW, belasting op toegevoegde waarde. Dat voorstel is nieuw noch vernieuwend. Het staat zelfs haaks op het oorspronkelijke idee van Ex’Tax: het heffen van belasting op ‘onttrokken waarde’. Platform DSE pleit ervoor deze misser te herstellen en in te zetten op een echt vergroenend belastingstelsel. Deel 1 van een serie over groene belastingen.

Op 27 november 2014 verscheen ‘New Era. New Plan. Fiscal reforms for an inclusive, circular economy’, het rapport van The Ex’Ta Project over vergroening van het belastingstelsel waar reikhalzend naar werd uitgezien. Zulke ‘fiscale vergroening’ wordt gezien als een probaat middel om de economie te verduurzamen. Het betreft een uitruil van belasting op arbeid (nu te hoog) tegen belasting op consumptie en vervuiling (nu te laag). Door arbeid goedkoper te maken en grondstoffengebruik duurder, wenden we vanzelf de steven naar een economie die meer op creativiteit en dienstverlening draait en minder op de verkoop van verspillende en vervuilende producten.

Ex’Tax is een Nederlandse organisatie die zich volledig aan deze exercitie heeft gewijd. Het idee bestaat al tientallen jaren, maar raakt nu (pas) in zwang. Dat is te danken aan de aanstaande belastingherziening in Nederland, voorzien voor 2016. Daarnaast is, door de samenloop van de economische en ecologische crisis, het aantrekkelijker maken van arbeid en het ontmoedigen van vervuiling urgenter dan ooit. Het werk van Ex’Tax is dan ook een belangrijke en goed getimede bijdrage aan het belastingdebat, maar om daadwerkelijk een structurele bijdrage te leveren aan de transitie naar een circulaire economie laat het inhoudelijk nog veel te wensen over.

Waarde toevoegen, waarde onttrekken

Ex’Tax is een afkorting van Value Extracted Tax en tevens een duidelijke referentie naar Ex’Tent, het bedrijf van wijlen Eckart Wintzen waaruit Ex’Tax is voortgekomen. Wintzen was de geestelijke vader van deze Value Extracted Tax, ofwel Belasting Onttrokken Waarde (BOW). ‘Onttrokken waarde’ verwijst naar schaarse zaken die iemand inzet voor het productieproces, zoals energie en grondstoffen, en waarvan het verbruik door middel van belasting ontmoedigd zou moeten worden. BOW is een mooie tegenpool van de ons allen bekende BTW, wat een belasting is op precies dat wat je wil laten floreren: de toegevoegde waarde.

Breder beschouwd gaat BOW om (het belasten van) alles wat een ondernemer afwentelt op de omgeving of op de samenleving. Een bedrijf dat landschappen vervuilt, laat anderen opdraaien voor de kosten terwijl het zelf de winst opstrijkt. Ook kun je denken aan minder zichtbare vormen van afwenteling zoals het (via onderaannemers) inhuren van arbeiders die onder erbarmelijke omstandigheden werken, behandeld worden als paria of slaaf en een groot risico op gezondheidsverlies hebben.

Hoe anders is ‘waarde toevoegen’. Waarde voeg je toe met arbeid en vindingrijkheid. Het is het talent van een individu of bedrijf om van de ingekochte goederen en diensten iets te maken dat de klant graag voor een hogere prijs van je afneemt. Juist de toegevoegde waarde wordt nu belast met 6% of 21%, terwijl het onttrekken van waarde in veel gevallen vrijuit gaat. Dat moet worden omgedraaid.

Ex’Tax en Wiebes kiezen voor verhoging BTW

In het Ex’Tax-rapport ontbreekt de BOW-aanvliegroute niettemin. Het definiëren van ‘onttrokken waarde’ zou een mooi en logisch startpunt zijn geweest, maar zulks wordt niet gepoogd. Sterker nog, een belangrijke ‘vergroenende’ rol is toebedeeld aan het belasten van de ‘consumptie’. Het rapport stelt voor het BTW-tarief te verhogen tot 22%, ook voor zaken die, zoals voedsel, nu in het 6%-tarief vallen. (Het beëindigen van het lage tarief en van btw-vrijstellingen wordt ‘uniformering’ genoemd. Ook louter ‘uniformeren’ verhoogt de gemiddelde BTW-druk dus enorm.) Met dit sterker belasten van de toegevoegde waarde haalt Ex’Tax 13 van de 33 miljard euro aan totale belastinggelden binnen. De BTW werkt echter aan het eind van de keten. Het ontmoedigt zowel onwenselijke (vervuilende) als wenselijke (groene) consumptie, en zowel producten als diensten. Het is een slechte maat voor grondstofverbruik of milieu-impact, en is zodoende ongelukkig ondergebracht onder de ‘groene’ belastingen. Het opheffen van het verlaagde (6%) tarief pakt bovendien regressief uit: lagere inkomens zijn dan relatief meer geld kwijt voor het levensonderhoud – nog een argument om niet te scheutig te zijn met het BTW-middel.

Waarom dan deze – met ‘BOW’ in tegenspraak zijnde – keuze voor een BTW van 22%? In Bouwstenen voor een moderne BTW (CPB, 2014) geven Bettendorf en Cnossen diverse argumenten voor het uniformeren van de BTW; argumenten die elk wel valide zijn, maar duurzaamheid en milieu ontbreken geheel in de tekst. Deze ‘policy brief’ van het CPB wordt herhaaldelijk geciteerd in de kabinetsbrief van Wiebes over de belastingherziening (16-9-2014). Verduurzaming wordt in die brief wel terloops als onderwerp aangedragen: als aanleiding om een uniformering van de BTW te bepleiten. Volgens Wiebes zijn werkelijke milieuheffingen te omslachtig, niet effectief en niet handig voor een open handelsland als het onze. (Wij vermoeden dat vooral die laatste overtuiging het ministerie verhindert zich in de mogelijkheden te verdiepen. De brief gaat immers grotendeels over het verlichten van lasten voor ondernemers. Ook het rapport van Ex’Tax is erg naar het bedrijfsleven toegeschreven – mogelijk de invloed van de ‘werkgroep’ van het onderzoek, bestaande uit EY, PWC, KPMG en Deloitte.)

Gezocht: stelsel van heffingen op onttrokken waarde

Het zijn juist echte milieuheffingen die we nodig hebben. Milieuheffingen werken met name op het begin van de keten in, bij het aanwenden van natuurlijke hulpbronnen en ecologische ‘buffercapaciteit’ voor vervuilende emissies. Indien er een compleet stelsel komt van ecotaksen die de rekening vol bij de vervuiler neerlegt, is er geen consumptieboete meer nodig.

Het Ex’Tax-rapport schiet tekort op het uitwerken van dergelijke milieuheffingen. De onderzoekers halen een extra 18 miljard op uit heffingen op fossiel (verhoging accijnzen, uniformering energiebelasting, CO2-belasting) en een kleine 3 miljard uit heffingen op watergebruik. Beide weinig spannende zaken – heffingen op fossiele brandstoffen en energieverbruik bestaan immers al, ze worden slechts wat verhoogd en gladgestreken. Andere impactcategorieën zijn helaas niet verkend en gaan daardoor vrijuit. In de categorie landgebruik cq. ecosysteemdiensten is ons inziens een grote slag te maken, aangezien daar veel onherstelbare aantasting plaatsvindt die onze toekomstmogelijkheden zwaar ondermijnen. En voor grondstofgebruik is, op een statiegeldsysteem voor geïmporteerde metalen na, geen heffingsvoorstel te vinden – terwijl dat wel verwacht mag worden als het motto van je organisatie ‘tax resources, not labour’ is.

Ex’Tax geeft op het gebied van ‘consumptie’ (BTW) wel twee uitgezonderde categorieën. Het ene, een nultarief voor arbeidsintensieve diensten in recycling en groene energie kunnen wij ronduit steunen. Nu al vallen bepaalde arbeidsintensieve beroepsactiviteiten in het lage tarief, zoals kappers, fietsenmakers, schoenmakers en schilders. Een laag tarief voor arbeidsintensieve diensten in het algemeen zou goed verdedigbaar zijn om zinvolle arbeid en ambachten te stimuleren. Wiebes pleit in navolging van het CPB overigens tegen een dergelijke differentiatie.

De tweede BTW-vrijstelling van Ex’Tax richt zich op het voordelig maken van de zuinigste elektronica, door een nultarief voor ‘best practices’ in te stellen. Aardig plan, maar het geldt daarmee slechts voor een zeer beperkt aantal producten en belemmert dus andere groene producten teveel. Bovendien komt het begrip ‘best practices’ tamelijk arbitrair over. Op EU-schaal zou een instrument als Ecodesign een middel kunnen vormen om (de hoogst haalbare) duurzaamheidsstandaarden te definiëren of selecteren en zo tot betere resultaten te komen dan in het Ex’Tax-voorstel. Helaas is ook Ecodesign thans nog beperkt tot energieprestaties en komen thema’s als recycling, grondstoffenduurzaamheid en watergebruik niet aan bod. De kans dat dat gaat gebeuren is sinds het aantreden van Frans Timmermans helaas ook erg klein geworden.

Wat dan wel? Wij komen hier later uitgebreid op terug. Voor dit moment stellen wij vast dat een rekeneenheid die theoretisch heel dichtbij de ‘onttrokken waarde’ zou komen, de ecologische voetafdruk is. (Ook Eckart Wintzen nam ‘ecologisch boekhouden’ als startpunt voor zijn BOW-voorstel). Heffingen die op de voetafdruk zouden zijn gebaseerd, zijn nagenoeg compleet. Dit is echter vooralsnog een toekomstplaatje. Voor de kortere termijn bepleiten wij de mogelijkheid van een Ecodesign-achtige aanpak voor het belasten danwel ontzien van producten. Ook de 15 voorstellen van Natuur en Milieu (alweer uit 2010), die lastig gebleken zaken als vliegreizen en vleesconsumptie bij de horens vatten, zijn een prima start. Het alleen maar verhogen van de BTW en het uit het oog verliezen van de BOW-gedachte zijn dat in elk geval niet.

Socrates Schouten
Bram Meulenbeld

Deel II: De solidariteit van een groener belastingstelsel