Van 2 tot 6 september vond in Leipzig een grote conferentie over ‘degrowth’ plaats, over de onmogelijkheid voor de economieën in het Noorden om nog verder te groeien, en over hoe een goed leven op bescheidener voet mogelijk is. Vanuit het Platform DSE bezochten Willem Hoogendijk, Leida Rijnhout en Gerrit Stegehuis de conferentie. Laatstgenoemde schreef een verslag.

Algemene indruk

Rond de drieduizend mensen namen deel aan de conferentie, zij het niet iedereen alle dagen. Tachtig procent van de deelnemers was Duits. Nederlanders waren er nauwelijks.

Locatie was de universiteit van Leipzig, handig gelegen in het centrum van de stad, met veel beschikbare ruimtes, en goede voorzieningen, bijv. voor de simultaanvertalingen. Het programma was overvol, van ’s ochtends 9 uur tot ’s avonds 10 uur, met soms tot 50 gelijktijdige sessies, waaruit je er dan maar één kon kiezen.

De conferentie gaat uit van het Research & Degrowth netwerk (http://www.degrowth.org/). In één van de sessies werd de vraag gesteld of ‘degrowth’ wel zo’n gelukkige term was om de harten mee te veroveren, antwoord: het was bij de oprichting van het netwerk wat provocerend bedoeld, maar heeft ook het voordeel dat het niet zo gemakkelijk is ermee ‘op de loop’ te gaan, zoals bij het woord ‘duurzaam’. De Duitsers hebben het meestal over het minder controversiële ‘Postwachstum’ (is er een bruikbare Nederlandse term?).

Wat goed was aan de conferentie dat ik weinig heb gemerkt van onderlinge strijd; de een zal wat radicaler zijn dan de ander of vanuit een andere invalshoek komen, maar overheersend was het gevoel van ‘het moet anders’. Ook de verbinding met het ‘globale Zuiden’ was heel duidelijk, degrowth hier werd duidelijk in verband gebracht met ‘buen vivir’ of ‘postextractivisme’ daar. Zelf heb ik nog wel een tijdje zitten praten met een Indiër, die niet begreep waarom we ons bezig hielden met korter werken, terwijl er toch zoveel te doen was. Ik heb hem denk ik het verband met hun problemen wel een beetje duidelijk kunnen maken, maar hij bleef het waarschijnlijk toch maar luxe problemen vinden.

Een aantal verslagen vanuit de conferentie vind je hier: http://blog.postwachstum.de/

En op twee plekken kun je video’s van de grotere sessies vinden:

https://www.youtube.com/playlist?list=PL6V5cy43VNq7p-WMfNbaMw0YJ07HWoO_a

http://www.rosalux.de/event/51180

 

Dag 1

De openingssessie werd verzorgd door Alberto Acosta (Ecuador) en Naomi Klein (via video).

Acosta benadrukte dat de problemen in Noord en Zuiden twee zijden van dezelfde munt zijn. In het Noorden zijn er problemen omdat de groeieconomie niet groeit, in Ecuador ligt sinds ’94 de nadruk op groei, maar dat heeft geleid tot armoede en grote milieuproblemen, en commercialisering van de natuur. De degrowth-beweging in Noord moet hand in hand optrekken met de ‘postextractivisten’ in Zuid. Een nieuw economisch model moet ontwikkeld worden, niet afhankelijk van groei, van onderop, dat grenzen erkent, zonder machismo of kolonisatie.

Naomi Klein zei dat klimaatverandering sinds ongeveer 1990 serieus besproken wordt, maar dat emissies sindsdien met 61% gestegen zijn, en dat we nu, zelfs volgens PwC en het Internationaal Energie Agentschap, afkoersen op een stijging van 4-6°C rond het eind van de eeuw. Ze dacht dat het vooral te maken had met het instorten van het oostblok rond die tijd, en daarmee de hegemonie van het neoliberalisme, gepaard gaand met bijv. de oprichting van de WTO en het benadrukken van vrijhandel. Zelf twijfel ik of zonder dat de emissies wél beperkt waren, het lijkt me een naïeve gedachte. Terug naar het Keynesianisme kan niet volgens Klein, klimatoloog Kevin Anderson acht jaarlijkse reducties van 8-10% in de emissies nodig om een 50% kans te hebben op een temperatuurstijging niet groter dan 2C (en dat was een paar jaar geleden, dus de reducties moeten alweer groter zijn); ontkoppeling van groei en emissies is een illusie. Ze is het er mee eens dat er een andere economie nodig is, ziet van onderop veel gebeuren, en ziet in de crisis ook een kans om het veel meer mensen duidelijk te maken.

Zie ook http://blog.postwachstum.de/alberto-acosta-and-naomi-klein-call-for-radical-changes-in-global-economy-20140902

Dag 2

De volgende dag vertelde Haris Konstantatos (Univ. Athene en Syriza) hoe het neoliberalisme in Griekenland heeft huisgehouden. Maar traditioneel links (‘progressive productivism’ noemde hij het) weet niet anders dan een top-down, technocratische terugkeer naar groei, terwijl een sociaal-ecologische transformatie nodig is. Die ontstaat bottom-up, met vormen van directe democratie en parallelle sociaaleconomische structuren: coöperaties, bezettingen van fabrieken, sociale klinieken en apotheken, en verzet tegen mijnbouw, vervuiling, uithuiszettingen en afsnijden van elektriciteit. Orthodox links ziet er niets in vanwege het ontbreken van kritieke massa, maar hij ziet er zeker een radicaal potentieel in, waarmee ook de degrowth-beweging zich kan verbinden.

Barbara Muraca (Univ. Jena) gaf aan dat de groeieconomie is vastgelopen, en dat er daarmee een steeds grotere bereidheid is om risico’s te nemen om op het oude spoor te blijven, wat zich uit bijv. in fracking en geo-engineering. Aanpassingen aan de krimp bij Business As Usual leiden nu tot mensen met meerdere banen, privatisering van zorg en allerlei diensten, en pacificatie via ‘voluntary simplicity’. Nodig is degrowth, met een radicale transformatie van bijv. betaald werk, herverdeling, tijdpolitiek. Die transformatie moet van onderaf in gang worden gezet. ‘Degrowth’ is nu een ‘mot obus’ (verboden woord), maar het kan als een brug dienen tussen verschillende groepen die hetzelfde kapitalistische systeem bestrijden. Ze greep terug op de ideeën over utopieën van Bloch. Abstracte utopieën zijn ‘wishful thinking’, maar concrete utopieën zijn voorafschaduwingen van het werkelijk mogelijke, ze hebben prefiguratieve en transformatieve kracht. Militant optimisme is niet hetzelfde als naïeve hoop: je zoekt mogelijkheden, en vecht er ook voor. Algemeen aanvaarde betekenissen van begrippen als vrijheid, autonomie en solidariteit kunnen gedelegitimeerd worden door de crisis, wat het mogelijk maakt ze een nieuwe betekenis te geven. Zijn de initiatieven van onderop slechts onbetekenende niches? Opschalen kan, maar houdt risico in, maar de initiatieven zijn ook van belang omdat deelnemers erin leren hoe het is om anders te leven.

Zie ook http://blog.postwachstum.de/different-perspectives-on-degrowth-in-the-light-of-the-global-crises-20140903

Ik was vervolgens in een sessie over vrijhandel, waar eerst Manuel Pérez-Rocha vertelde over de beloften die bij NAFTA (verdrag tussen VS, Canada en Mexico uit 1994) waren gedaan over groei, meer werk en een beter leven, terwijl in werkelijkheid er in Mexico nauwelijks groei ontstond, de armoede toenam, de kleine Mexicaanse boeren werden weggeconcurreerd, en arbeiders uit de VS hun baan verloren aan Mexicanen, die in nieuwe fabrieken net over de grens onder slechte omstandigheden dat werk gingen doen.

Lutz Weischer (BUND, Dld) vertelde over de dreiging van TTIP, dat zeker niet samengaat met het concept van ‘degrowth’. Je wilt immers kunnen discrimineren (‘goede’ producten willen we wel, ‘slechte’ niet), maar dat is in tegenspraak met vrijhandel. Regels afschaffen en tarieven omlaag kan bij vrijhandel wel, nieuwe regels of hogere tarieven niet. Er zijn uitzonderingen, maar overeenstemming is daarover bijna onmogelijk; zo is volgens de VS niet ‘wetenschappelijk bewezen’ dat hormoonvlees slecht of schadelijk is. Een paar voorbeelden:

  • 60-80% van de fossiele brandstoffen moet in de grond blijven, de politiek moet dat dus kunnen regelen, en ook eerst de slechtste verbieden, zoals olie uit teerzand
  • De politiek moet bepaalde manieren van productie kunnen verbieden, zoals winning uit de diepzee, fracking
  • Bij zo’n verbod, of bij een ‘Kohleausstieg’ moeten geen claims via ISDS mogelijk zijn.

Wat hem betreft beter geen verdrag dan het dreigende slechte verdrag, het Alternative Trade Mandate van veel NGO’s beschrijft hoe handel wél kan; er is in elk geval een veel grotere transparantie nodig, en je moet de vrijheid houden te reguleren.

Filka Sekulova (Univ. Barcelona) had een heel goed verhaal over handel. In de klassieke economie is handel gebaseerd op het idee van het comparatieve voordeel, handel helpt altijd de economische groei. Nou klopt dat met de vrije stromen van geld over de wereld toch al niet meer dacht ik, maar zij zei dat het er nu op neer komt dat arme landen de smerige en materiaalintensieve productie toebedeeld krijgen, terwijl de rijke landen zich specialiseren in de schone productie. De rijkdom gaat van arm naar rijk, en de milieukosten gaan van Noord naar Zuid. Bovendien zijn de handelsvoorwaarden voor het Zuiden in de loop van de tijd steeds slechter geworden, de prijzen van de grondstoffen gingen relatief omlaag (nog afgezien van de belastingontwijking door de bedrijven die ze delven). Volgens milieueconomen kan het toch duurzaam, als gedolven wordt waar de milieugevolgen het kleinst zijn, en er goede indicatoren gebruikt worden , maar dat toont een te beperkt begrip van duurzaamheid (lokale productie is dan beter), en neemt ook sociaalpolitieke overwegingen niet in beschouwing, zoals diversificatie. Degrowth is een oproep om ons los te maken van het idee van voortdurende groei, en ons te realiseren dat het streven naar meer handel deel is van op groei gerichte politiek. Internationale handel is een van de beste ‘gereedschappen’ om het beeld vast te houden dat onze levensstijl wereldwijd verspreid moet worden. Fair trade is nu eigenlijk alleen ‘less unfair trade’ (nog steeds gebruik maken van lager loon, mindere sociale voorzieningen), ‘regional trade’ is belangrijk, maar hoeft niet tot degrowth te leiden. Er is een reductie nodig van het volume en het type goederen dat wordt verhandeld. Wat betekent dat voor het Zuiden? Export is nu nodig voor aflossen van schulden, ‘odious debts’ moeten daarom dringend worden kwijtgescholden. Milieukosten moeten worden geïnternaliseerd, het Noorden moet de ecologische schuld terugbetalen. Dat kan bijv. door te compenseren voor het in de grond laten van grondstoffen en door patenten af te schaffen. Het terugdringen van handel is maar één aspect van degrowth; andere maatregelen kunnen zijn het bevorderen van lokale productie, lokale munten, verbod op adverteren, enz. Wie kan daarmee bezig? Iedereen, het is een kwestie van bottom-up en top-down, van oppositie voeren en alternatieven bouwen. Oppositie is er op 11 oktober, bij de dag van actie tegen TTIP.

In een andere sessie werd teruggekeken op de enquêtecommissie van het Duitse parlement over groei en welvaart, met verschillende parlementsleden. Conclusies waren dat het tot debat binnen de partijen had geleid (behalve in de FDP), dat kritiek op groei op de agenda was gekomen, en dat er in de media wel over was gerapporteerd, maar dat er nu in praktijk in het parlement weinig van te merken is. Wel komt de regering met een nieuwe discussie over ‘goed leven’, ook binnen de CDU is daarover een werkgroep ingesteld. Men (CDU, Linke, Grünen) was het erover eens dat er teveel indicatoren waren vastgesteld om ecologisch en sociaal de stand van zaken weer te geven, wat waarschijnlijk zou betekenen dat ze in een la terechtkomen. Linke en Grünen hadden zich daarom ook ertegen verzet.

Dag 3

Het eerste verhaal kwam van Adelheid Besecke (em., Univ. Bremen), over (re)productiviteit. Met economie wordt altijd de markteconomie bedoeld, reproductie is al het werk dat nodig is om die markteconomie te laten draaien, maar die is geëxternaliseerd, maakt in feite geen deel uit van de economie. De reproductie wordt niet gewaardeerd, al hangt de productie af van de reproductie, en er zit een duidelijke gender-hierarchie in. Zij gebruikt het begrip (re)productiviteit om het geheel aan te geven, zonder onderscheid, de haakjes geven aan dat dat onderscheid nu nog wel gemaakt wordt. Ze noemde drie grondbeginselen: ‘caring’, het principe van zorg, ook met de blik naar de toekomst (het Duitse woord ‘Vorsorge’ gaf dat beter aan), samenwerking, en de oriëntatie op een goed leven voor iedereen, die de oriëntatie op groei moeten vervangen. Een gelijke taakverdeling tussen mannen en vrouwen is nodig, met verkorting van werktijd, herverdeling en een basisinkomen.

Sunita Narain vroeg zich via een videoverbinding vanuit India af of we nog het recht hebben te groeien. Hoe kunnen we aan de behoeften van allen tegemoetkomen binnen de grenzen die de planeet ons stelt? India heeft vaker te maken met extreem weer (zie de huidige moesson), de armen zijn slachtoffer. Er is actie nodig op het gebied van klimaat, met een eerlijke overeenkomst, maar er is ook degrowth nodig. Er is verschil tussen de omgang met milieu van arm en rijk: de rijken ruimen de troep op ná het vervuilen (misschien, denk ik dan), de armen weten dat die ontwikkeling hun bestaansmogelijkheden vernietigt, en verzetten zich ertegen. Technologie is zeker nodig, maar die moet ook voor de armen toegankelijk zijn.

Zie ook http://blog.postwachstum.de/building-alliances-equality-as-basis-for-sustainabilty-20140904

In een sessie over ‘duurzame consumptie’ werd verslag gedaan over een EU-project over ontkoppeling (http://dynamix-project.eu), en een ander over ‘contraction and convergence’ (http://www.convergeproject.org), en er was een verhaal over Tradable Energy Quota’s (TEQs), in feite de klimaatdukaten van David Fleming, al werd die niet genoemd. Bij de vervolgwerkgroep waar ik ’s middags naar toe ging kwamen maar twee gasten opdagen, waarop de presentaties geskipt werden en we een heel zinnig rondetafelgesprek hadden.

’s Avonds was er een sessie met mensen uit verschillende landen (o.a. Niko Paech, Joan Martinez-Alier), over hoe in die landen de beweging rond degrowth of Postwachstum was ontstaan, en wat de perspectieven waren. Er kwam weinig uit, maar twee van de panelleden noemden Roefie Hueting als een belangrijk voorloper.

Dag 4

Michiel Bauwens begon de dag met een verhaal over het belang van de Commons, met als voorbeeld het Nutrient Dense Project (http://nutrientdenseproject.com/). Kennis moet in de commons worden geproduceerd, net als producten beschermd door een type licentie dat voorkomt dat bedrijven het resultaat kunnen gebruiken zonder dat ze er iets voor terugdoen. Niet alles wat op het internet ontstaat is per definitie goed, het is belangrijk te weten wie de controle heeft, en of gebruikers het ontwerp kunnen beïnvloeden (Facebook, Bitcoin?). Hij haalde een studie aan waaruit zou blijken dat 75% van producten in transportkosten kon zitten (details had hij niet bij de hand), ook zit een groot deel in rentekosten (Margrit Kennedy) en in IP-kosten. Als je het allemaal optelt kom je hoog uit denk ik, maar in elk geval is lokale productie in een ander geldsysteem zonder IP-gedoe veel goedkoper.

Euclides Mance uit Brazilië vertelde in een zo hoog tempo over de solidariteitseconomie, dat het me beter leek te wachten tot de slides beschikbaar komen, want daar stond alles ongeveer op.

In een ‘Beyond GDP’-sessie vertelde Karen Jeffrey (NEF) over de EU-projecten Brainpool en Netgreen, en Hans Diefenbacher (FESt, Heidelberg) over de NWI (Nationale Wohlfahrts Indikator), een variant op de Index of Sustainable Economic Welfare die ze ontwikkeld hebben, die naast het BBP kan worden gebruikt, en die veel van de bekende tekortkomingen van het BBP corrigeert. Voor verschillende Länder is die NWI uitgerekend, voor Polen er Ierland wordt eraan gewerkt. Net als ISEW gaat de NWI uit van de private consumptie, een vraag die op de degrowth-conferentie wel op zijn plaats was, was of een hogere private consumptie per definitie een hogere welvaart betekent. Diefenbacher kwam overigens zelf met dit punt aan, en was er ook gemengd over. Ik heb nog gevraagd of het niet jammer was dat er naast ISEW en de Genuine Progress Inidcator nu nog een derde bijna identieke indicator met een nieuwe naam was. Diefenbacher vond NWI wel een goede naam, ook in het Engels bruikbaar, en dacht niet dat de Amerikanen GPI wilden opgeven.

De sessie ‘Post-growth society: how to get there’ maakte zijn naam bepaald niet waar. Wat wel leuk was, was dat er, naast een verhaal over een tijdbank in Helsinki (van Ruby van der Wekken), vooral verhalen vanuit India te horen waren. Rajni Bakshi ging in op het verschil tussen bazaars (waar mensen van oudsher samenkwamen om handel te drijven) en markten (‘disembedded’, politiek en samenleving overheersend). Ze schreef er een boek over (http://bazaarsconversationsfreedom.com). Een treurig verhaal vertelde Leena Gupta. In de streek Kalpavalli in Andra Pradesh had de lokale bevolking een droog en dor gebied in 25 jaar weer hersteld door planten van bomen, herstel van een rivier, enz. Het aantal soorten was van 30 naar meer dan 500 gegaan. In het kader van het Clean Development Mechanism werd echter besloten dat er grote windmolens gebouwd gingen worden, het gebied is weer grotendeels vernietigd door brede wegen, het verwijderen van bergtoppen (de molens hebben een vlak oppervlak nodig), erosie en bijbehorende landverschuivingen. De bevolking is nog wel bezig met protesten bij de regering en UNFCCCC, maar het kwaad is natuurlijk al geschied. Een paar andere bijdragen gingen in op de verwarring bij de bevolking, aan wie eerst de Groene Revolutie was opgedrongen, en die nu te horen kregen dat lokale zaden zo goed waren (deed me denken aan terugdraaien van gevolgen van ruilverkaveling hier), en op het verlies aan identiteit door het onderwijs. Kinderen kijken neer op hun (groot)ouders, wie onderwijs heeft gehad wil taxichauffeur worden of ambtenaar, maar in elk geval niet boer. Gandhi had daar al over geschreven.

In een overvolle zaal discussieerden Harald Welzer en Uwe Schneidewind over de vraag: hoe komen we tot ‘Suffizienz’ (genoeg). Welzer was vooral interessant, ik geef zijn verhaal weer: We komen niet tot die ‘Suffizienz’, we kunnen hier wel gezellig praten en elkaar een goed gevoel bezorgen, maar intussen gaat de expansie van het kapitalistische systeem gewoon door. Een echte tegenbeweging is er niet, in de jaren ’80 was die sterker. Suffizienz is ook geen sexy begrip, Martin Luther King had dromen, wij discussiëren over afgeleide begrippen als CO2, enz. Vraag is hoe we onze levensstandaard kunnen behouden (vooral m.b.t. democratie, ontwikkeling, zorg, enz.) met 20% van het verbruik aan energie en grondstoffen. Er is nog niemand die dat weet. Deelnemers aan de conferentie moeten er rekening mee houden dat vooral belangen een rol spelen, en dat veranderingen niet tot stand komen door een goede discussie, maar door conflicten (‘Exxon zegt niet, we hebben het laatste IPCC-rapport gelezen, we stoppen ermee’). Een klein deel van de bevolking van een klein deel van de wereld doet alles om de macht vast te houden. Leuke ideeën kunnen gemakkelijk geïncorporeerd worden, en als grondstoffen schaarser worden biedt dat weer allerlei nieuwe perspectieven op winst. De lange termijn telt niet. Er is wel kritiek op het kapitalisme, ook uit onverwachte hoek (hij noemde Wolfgang Streeck), de beweging moet met die critici in gesprek, en zich niet opsluiten in het eigen gelijk. Op abstract niveau is er vaak geen probleem, goed leven willen we allemaal, zodra het concreet wordt ontstaat de discussie. Ga goed na wat de reële problemen zijn bij de invoering van ideeën. Verandering moet vooral vanuit de lokale culturen komen, niet top-down. Houd als beweging rekening met tegenstand, een sociale beweging moet pijn doen, wees niet bang voor strijd en onenigheid. Op een vraag uit de zaal gaf hij aan dat ook geweldloze weerbaarheid een rol kan spelen, het is een kwestie in oefenen in ‘niet meedoen’.

Dag 5

Van de slotdag heb ik niet veel meer meegekregen, vanwege de vertrektijd van mijn trein. Wel was ik bij de presentatie van de resultaten van het Group Assembly Process. Rond de 20 werkgroepen kwamen gedurende drie dagen een tijdje bij elkaar om over één onderwerp te discussiëren, en dat verder te helpen. Zelf nam ik deel aan de groep over ‘Reproductie en Werk’. Met als uitgangspunt drie heel verschillende artikelen was het moeilijk te komen tot een gerichte discussie, de laatste dag waren we dan ook nog met minder dan de helft van de oorspronkelijke deelnemers, maar toen hadden we wel een goed inhoudelijk gesprek. Of dat nu echter veel oplevert als basis voor een vervolggesprek bij de volgende conferentie betwijfel ik.

Samenvattend: De conferentie was een goede ontmoetingsplek voor mensen uit heel verschillende groepen en regio’s, en nuttig omdat ze merkten dat ze eigenlijk toch vanuit dezelfde ideeën opereren. ‘Degrowth’ ging daarbij bijna als een geuzennaam fungeren.

De Research & Degrowth-groep schrijft in december een call uit voor de volgende conferentie, die in 2016 wordt gehouden. Tot nu toe was elke conferentie ongeveer drie keer zo groot als de vorige, maar de volgende hoeft geen 9000 mensen aan te kunnen. Een kleinere mag ook, en er kunnen ook verschillende conferenties gehouden worden.

 

Gerrit Stegehuis

Platform Duurzame en Solidaire Economie