PDSE lid Christiaan Hogenhuis heeft een boek gepubliceerd met de titel De ceder en de saxofoon. Improviseren op een volwassen economie en een duurzame welvaart.

Onder het mom van duurzame ontwikkeling wordt inmiddels al een generatielang gewerkt aan een betere verhouding met de aarde, binnen én tussen de generaties. De start daarvoor vormde zoals bekend de publicatie van het Brundtlandrapport Our Common Future (1987). Met de VN-conferentie over Milieu en Ontwikkeling van 1992 in Rio de Janeiro werd dit thema met groot enthousiasme opgepakt.

Inmiddels bevinden we ons bijna vijfentwintig jaar na Our Common Future en staat Rio+20 voor de deur. Overal borrelt het van de duurzame initiatieven: bij burgers, in bedrijven, op scholen, in kerken etc. Toch wil het met de doorbraak naar een duurzame en rechtvaardige wereld nog niet erg vlotten. Ondanks de inspanning voor de Millennium Development Goals neemt de wereldwijde armoede en ongelijkheid nog niet overtuigend af, of zelfs toe. En ondertussen groeit de Mondiale Ecologische Voetafdruk alleen maar en overschrijdt deze de biocapaciteit van de aarde inmiddels met zo’n vijftig procent. Mensen en de natuur worden ‘ver-ont-waardigd’, zou je kunnen zeggen. De tijd dringt, kunnen we Carl Friedrich von Weizsäcker (1986) nog eens nazeggen.

Hoe komt het dat de omslag naar duurzaamheid zo traag verloopt en wat kunnen we daaraan doen? Dat zijn de centrale vragen van De ceder en de saxofoon. Improviseren op een volwassen economie en een duurzame welvaart.

Op basis van het werk dat Oikos in de loop der jaren ‘in het veld’ heeft gedaan wijst Hogenhuis een aantal oorzaken voor de trage voortgang aan. Het werk van de talloze organisaties, bedrijven en burgergroepen is sterk versnipperd. Er spelen allerlei ideologische tegenstellingen en waanbeelden over welvaart, groei, duurzaamheid e.d. Er zijn te weinig herkenbare en aansprekende voorstellingen van een duurzame toekomst en wat deze aan welvaart, welzijn of ‘goed leven’ opleveren. Wat daarover wel wordt gezegd is vaak te abstract of te specialistisch, en soms beide. Vaak ook te eenzijdig en met een schijn van objectiviteit. Alsof wat een schoon milieu inhoudt puur feitelijk is vast te stellen en – hoe belangrijk ook – het enige is dat telt.

Wat zich hier wreekt is een gebrek aan herkenning dat we te maken hebben met een diepgaande systeemcrisis die zich niet alleen uit in schade aan natuur en milieu – met klimaatverandering als een cruciaal voorbeeld – maar ook in armoede, honger, uitsluiting en ongelijkheid, gebrekkig functioneren van de economie, falen van het financiële systeem, gebrekkig functioneren van de democratie, opkomend populisme en zo meer. Ook wordt te weinig gezien dat duurzaamheid, welvaart en ontwikkeling hoe men het ook wendt of keert waarden-volle begrippen zijn waarover onvermijdelijk debat, dialoog en politieke strijd gevoerd moet worden en waarbij beleving een cruciale rol speelt.

De ceder en de saxofoon pleit daarom voor een radicale koerswending in het werken aan duurzame ontwikkeling, wereldwijd en bij uitstek in Nederland. Een koerswending naar samenwerking. Een afscheid van ideologische scherpslijperij ten gunste van het zoeken naar overlappende overeenstemming. Waarbij men beseft dat milieukundigen, economen, filosofen en ‘gewone’ burgers meestal niet hetzelfde bedoelen met economische groei. Tegelijk een einde aan de obsessie met groei – of men die nu wel noodzakelijk vindt of juist niet – ten gunste van een meer volwassen benadering van de economie, waarin welvaart en welzijn zich ontwikkelen zonder per se te groeien. Een keuze voor een meer politieke benadering – in de zin van strijd over waarden – van duurzame ontwikkeling in plaats van een deskundologische. Een politieke benadering waarin iedereen – expert of niet – een bijdrage kan en moet leveren op basis van eigen ervaring en vaardigheden, verwachtingen en zorgen, verbeelding en waarden.

In het boek wordt deze benadering uitgewerkt op basis van sociaalwetenschappelijke inzichten omtrent maatschappelijke verandering en gedragsverandering, een uiteenrafelen van de discussie over welvaart, groei, de eisen van ontwikkeling en rechtvaardigheid en de grenzen van duurzaamheid. In enkele hoofdstukken en een aantal intermezzo’s worden daarvoor de containerbegrippen duurzaamheid, gerechtigheid, ontwikkeling, groei, welvaart en geluk als het ware open gemaakt. En uiteindelijk wordt op basis daarvan een voorzet gegeven voor een maatschappelijke strategie van improvisatie gericht op een diepgaande transitie in onze cultuur en mentaliteit, maatschappelijke structuren en economische instrumenten. Een strategie waarin zowel levenskunst, beleving en spiritualiteit als politieke machtsvorming een noodzakelijke plek hebben.

In De ceder en de saxofoon wordt deze benadering – met een term ontleend aan Hans Boutellier – gepresenteerd als improviseren. Improviseren is het interessantst als je het samen doet en vergt verbeelding, beleving, de vaardigheid deze over te brengen, uitproberen, uitdiepen van thema’s en – bovenal – afstemming en elkaar de ruimte geven.

Wie goed om zich heen kijkt merkt dat dit ‘improviseren op een volwassen economie en duurzame welvaart’ in de beperkte zin van uitproberen al volop gaande is. Maar het is nog teveel ‘ieder op eigen houtje’ en min of meer voor eigen parochie. Het ontbreekt nog aan voor brede groepen overtuigende verbeelding en met name aan afstemming. Zonder die elementen komt een echte beweging niet op gang en breekt de duurzame samenleving niet door.

Kortom, het is al begonnen, of – met een verwijzing naar het gedicht De Ceder van Han Hoekstra – de ceder, symbool van duurzaamheid, kracht, wijsheid, vasthoudendheid en transitie, is geplant. Mogen we zeggen: aan het ‘groeien’!?  Maar we zijn er nog niet.

Bestellen:

De ceder en de saxofoon. Improviseren op een volwassen economie en een duurzame welvaart, Christiaan Hogenhuis, Damon/Oikos/Kerk en Wereld, 2012. Isbn 978 94 6036 026 8, 320 pagina’s, € 27,90