Internationaal Ontwikkelingsbeleid en Mondiaal Bestuur:

naar een nieuw perspectief

Expert Meeting, 14 nov 2011, Kargadoor Utrecht

Achtergronden

 In de achter ons liggende jaren is links en rechts (geografisch, zowel als politiek) gediscussieerd over, en vanuit een breed spectrum aan insteken gelobbied en actie gevoerd inzake ontwikkelingsbeleid en de praxis van ontwikkeling. Dit vond plaats op basis van kritische beschouwingen over de effectiviteit van OS, de mate waarin erkende doelstellingen van ontwikkeling bleken te worden gehaald, de relatie handel-ontwikkeling en fair trade, de ‘omgekeerde ontwikkeling’, de doordenking van (oude en) nieuwe geo-economische en geopolitieke realiteiten (nieuwe machten, nieuwe actoren in donoren-kringen), nieuwe oriëntaties die voortvloeien uit zich aandienende crises in de sfeer van milieu (o.a. klimaat en water), voedselvoorziening, etc (de problematiek van de ‘global public goods’). Betrokken actoren waren: ontwikkelingsgerichte organisaties, academische centra etc, inclusief organisaties van andersglobalisten etc., al dan niet in het kader van het World Social Forum. In het Nederlandse taalgebied bestaat een lange traditie van voeding van deze discussie en engagement bij daarop voortbouwende actie.1 deze is het denken over ontwikkelingssamenwerking (zij het vooral over de repercussies ervan op nationaal/bilateraal niveau) recentelijk gevoed door het WRR-rapport (Minder pretentie, meer ambitie, 2010). Internationaal ontspint zich een discussie over de oriëntatie van het ontwikkelingsbeleid “post 2015” – zowel in termen van doelstellingen als achterliggende visies (met name in VN-verband).2

 Tegelijkertijd is er sprake van groeiende erkenning van de visie dat het neoliberale model van de economische orde en van de kaders waarbinnen mondialisering zich zou dienen te voltrekken, faalt. Op internationaal niveau is het denken over structurele kanten van het ontwikkelingsbeleid weer aangewakkerd, o.a. door een rapport van de Secretaris Generaal aan de Algemene Vergadering over de “… challenges for equitable and inclusive sustained economic growth and sustainable development, and of the role of the UN in addressing these issues in the light of the New International Economic Order (A/65/272, 2010) en Resolutie A/RES/65-94 waarin de SG ook wordt gevraagd te rapporteren over “global economic governance and development” in het kader van een bezinning over de centrale rol van de VN in “global governance”. Bij dat laatste issue gaat het niet alleen om de verhoudingen tussen het VN-systeem en bijvoorbeeld de G-20, maar zou ook op de compositie en kwaliteit van de VN-structuur moeten worden gelet in het ter hand nemen van mondiale (economische) ‘governance’.

 De financieel-economische crisis leek ook binnen de traditionele ‘mainstream’ zichtbaar te maken dat het “marktfundamentalisme” (Stiglitz, 2006) achterhaald was. Het leek er bijvoorbeeld op dat ook in die kringen een structureel ander ontwikkelingspad, een “green new deal”, werd gezien als een weg om meerdere crises in een strategische bundeling tegemoet te treden, maar de aandacht daarvoor in en rond de G20 luwde snel. Ook in het denken over een “new green deal” of de “groene economie” (bijvoorbeeld in en na Rio+20) zou het niet alleen moeten gaan over kritiek op de uitkomsten van economische activiteiten en productie/consumptiepatronen op mens en milieu, maar ook over de discrepanties tussen een marktorde waarin koopkrachtige vraag en commercieel aanbod op ongereguleerde markten de economische ontwikkeling domineren, en een wereldorde gericht op rechten en de realisatie daarvan. Anders gezegd: er zit een duidelijk paradigmatische component in de discussies over ontwikkelingsprocessen, ontwikkelingsbeleid, en de mondiale economische orde.

 Uit het bovenstaande volgt de wenselijkheid van een samenhangende bezinning op:

  1. de wenselijke inhoudelijke richting van een nieuw mondiaal ontwikkelingsperspectief;

  2. de voor de realisatie daarvan wenselijke structuren van “global (economic) governance”; een en ander op basis van:
  3. een insteek op basis van een marktkritisch vertrekpunt (cf. Myrdal: “there is no view without a viewpoint’).

Ad iii: Relevante paradigmatische aspecten zijn bijvoorbeeld: rights-based approach (incl voor sociale – en milieuaspecten), global public goods, global governance in plaats van marktprimaat, duurzaamheid i.p.v. BNP-groei (lange termijn, groen), ‘needs driven’ (in plaats van koopkracht/marktgestuurd), versterkte zelfredzaamheid + solidariteit, inclusiviteit/participatie. In het teken van een meer fundamentele discussie over ontwikkeling staat bijvoorbeeld het recente boek van Francine Mestrum: Ontwikkeling en Solidariteit, 2010). Aangesloten kan worden bij de gedachte dat het gezien de nieuwe crises op langere termijn gaat om een kwestie van overleven meer dan om traditionele ontwikkeling.

Ad i: Prioriteiten en strategie: hier is een schril contrast tussen de ontwikkeling van de agenda’s van verschillende landen, bijvoorbeeld over de mate waarin ontwikkelingsbeleid geënt kan worden op donor-belangen, de mate waarin moet worden ingezet op economische zelfredzaamheid dan wel er ook ruimte moet zijn voor sociale aspecten, etcetera. Uit de genoemde VN-rapporten blijkt een streven tot heroriëntatie op een inhoudelijke agenda voor “equitable, inclusive and sustainable development”, met als hoofdelementen: werk/werkgelegenheid (structurele economische ontwikkeling), “groene” ontwikkeling, en mondiale bestaanszekerheid. Een vraag zal zijn of de Expert Meeting kan convergeren op een agenda die op coherente wijze employment/work, social security, environmental sustainability accentueert en op weliswaar bevlogen wijze maar toch met benen op de grond kijkt naar repercussies in termen van structuren van ‘global (economic) governance’.

 Een ander punt hier is de nieuwe context rond ontwikkelingssamenwerking. Aandacht dient te worden geschonken aan nieuwe actoren/donoren (fondsen, maar ook opkomende landen) met eigen beleidsvisies.

 Ad ii: Diverse van de in voetnoot 1 opgesomde documenten bevatten ook suggesties voor uitbouw van de VN-architectuur in de richting van een meeromvattende “governance”. Ook uit de kring van DSE en aanverwante netwerken wordt uitbreiding van de institutionele structuur (systemische verandering) bepleit. In o. a. de klimaatdiscussie is bijvoorbeeld een groeiende interesse in mondiale belastingen of andere vormen van opwekking van geldstromen ten behoeve van de financiering van klimaatbeleid of andere vormen van ontwikkelingsfinanciering of facilitering van de voorziening met ‘global public goods’. Vergt dat niet een global treasury? Er wordt in VN-kringen gedacht over “global economic governance”. Hoe denken wij daarover? En Hoe verhoudt zich dat tot de de facto machtsstructuren als de G20 en tot de VN.

 Doel en Opzet Expert Meeting

 Doel: Het doel van de bijeenkomst is om, tegen de hierboven geschetste achtergrond, te bezien in welke richting en hoe het PDSE-perspectief op internationale ontwikkeling en governance kan worden aangescherpt. Nadrukkelijk wordt voorop gesteld, dat het uitputtend behandelen van alle drie thema’s op een bijeenkomst van 1 dag onmogelijk is; het gaat dus om verkenningen en om elementen van een perspectief. Een aantal van de genoemde speerpunten/thema’s kunnen nader worden bekeken tijdens de expert-meeting; soms kan worden voortgebouwd op resultaten van eerdere expert meetings.

Opzet: De expert meeting dient een discussiegericht karakter te dragen, op basis van een aantal korte inleidingen langs drie lijnen: (i) perspectieven op mondiale ontwikkeling, (ii) internationaal ontwikkelingsbeleid en -strategie, (iii) naar ‘global economic governance’.

De inleiders zal worden gevraagd om vooraf een relevant artikel en/of stellingen (maximaal 1 A4) van hun hand beschikbaar te stellen, zodat een optimale voorbereiding door de overige participanten mogelijk wordt en de inleidingen zelf inderdaad bondig kunnen blijven. Voor elk van de inleidingen is 30 minuten beschikbaar. Uiteraard is er tijd voor discussie; in een aantal gevallen zal de discussietijd van verschillende opeenvolgende inleidingen bijeen worden gevoegd.

Participatie: uitnodigingen gaan naar (personen uit de instanties op) de onderstaande lijst.

  • Platform + aanpalende CSO (MFO, milieu, etc),

  • OXFAM/NOVIB, ICCO, HIVOS, CORDAID, Both Ends, FOE/MD, Greenpeace, OIKOS, SOMO; Terra Reversa, ANPED, 11-11-11, Broederlijk Delen.

  • Verwante kringen in academia, (RUN, UvT, VU, ISS, UA, UG, etc)
  • Verwante kringen in de politiek (met name de Zuid-Noord denkers daarin): GL/PvdA/CU/SP, en in België: Spa, etc.

Dagvoorzitter: Ted van Hees

Organisatie: ondersteunend secretariaat Esther Somers (met Lou Keune en Hans Opschoor)

Verslag: Platform DSE

 Programma

NB: verschillende hieronder genoemde externe personen zijn nog te vragen.

 09:30 – 10:00 Aankomst en koffie

10:00 – 10:15 Lou Keune: welkom, inleiding op EM, introductie dagvoorzitter

 Sessie I Perspectieven op mondiale ontwikkeling

10:15 – 10:45 Francine Mestrum: Alternatieve perspectieven

10:45 – 11:15 Discussie

11:15 – 11:25 Korte pauze (koffie/thee)

Sessie II Beleid: Prioriteiten, Strategieën, Kanalen

11:25 – 11:30 Overgang van Sessie I naar sessie II (voorzitter)

11:30 – 12:00 Rolph van der Hoeven: Werk/Bestaanszekerheid en de Reductie van de Mondiale Inkomensongelijkheid

12:00 -12:30 Discussie

12:30 – 13:15 Pauze (lunch + frisse neus)

13:15 – 13:45 Hans Opschoor: Groene Economie en Internationale Ontwikkeling

13:45 – 14:15 Kees Hudig: Globalisering van Onderop en Internationale Ontwikkeling

14:15 -15:00 Discussie

 15:00 – 15:10 Korte pauze (koffie/thee)

 III Institutionele en Structurele Implicaties voor Global Governance

15:10 – 15:15 Overgang van Sessie II naar sessie III (voorzitter)

15:15 – 15:45 Eric Goeman: Mondiale Fiscaliteit en andere Systemische Veranderingen voor een Solidaire Wereldorde

15:45 – 16.15 Geske Dijkstra: Global Economic Governance” en “the Powers that Be”.

16:15 – 17:00 Discussie

17:00 – 17:15 Samenvatting (implicaties visie PDSE, eventuele volgende stappen) door Hans Opschoor

17:15 Sluiting door dagvoorzitter

17:15 en verder: Borrel

Bijlage: sprekers:

Eric Goeman (Attac-Vlaanderen)

Ted van Hees (PDSE, OXFAM-NOVIB).

Danielle Hirsch (econome, directeur Both Ends)

Rolph van der Hoeven (oud ILO, AIV, ISS)

Kees Hudig (globalifo.nl)

Peter Knorringa (ISS, ex VU).

Francine Mestrum (PDSE, VUB, UGent)

Hans Opschoor (ISS, UN-CDP, ex VU)

Geske Dijkstra (EUR)

Jan Vandemoortele (ex UNDP)

Robert Went (WRR, ex UvA)

1 Dit is niet de plaats om een overzcht daarvan te geven, maar bij wijze van voorbeelden uit zowel een meer radicale als meer reformistische traditie, valt te denken aan mensen als Tinbergen, Huizer, Pronk, Breman, Nederveen Pieterse; en organisaties als XminY, EVS, SOMO en de MFOs. Bijdragen vanuit het Platform waren er bijvoorbeeld van Lou Keune, Francine Mestrum (zie voor hen de literatuurlijst).

2 Zie bijvoorbeeld: ILO and WHO 2009. ”The Social Protection Floor: a joint crisis initiative of the UN Chief Executive Board for Co-ordination on the social protection floor. Geneva, Oct 2009 (www.un.org/en/ga/second/64/socialprotection.pdf.); IMF and ILO 2010. The challenges of growth, employment and social cohesion. Joint ILO-IMF conference in cooperation with the office of the prime minister in Norway. Oslo, 13-09-2010 (www.osloconference2010.org/discussionpaper.pdf); UNRISD’s (UN Research Institute for Social Development) 2010. Combating Poverty and Inequality: structural change, social policy and politics. UNRISD, Geneva; UN-DESA’s 2010:  World Economic and Social Survey 2010: Retooling Global Development. UN, NewYork (zie ook website www.un.org/desa); UNCTAD 2010. Employment, Globalization and Development. Trade and Development Report 2010. New York and Geneva; UNCTAD 2010. Towards a New International Development Architecture for LDCs. UN New York and Geneva; zie ook de inmiddels talloze documenten over een groene economie (via www.unep.org), en de UNFCCC-site (www.unfccc.int) inzake klimaat-gerichte strategieen.